Doorgaan naar hoofdcontent

Aanbevolen post

Inreisverbod voor studenten en kennismigranten opgeheven

Als de grenzen van een land open zijn voor Nederlandse toeristen en er gelden geen quarantainemaatregelen bij binnenkomst in dat land dan kan het reisadvies van ‘oranje’ (niet-noodzakelijk reizen) naar ‘geel’ (let op veiligheidsrisico’s) veranderen. Op dat moment geldt dan het advies dat reizen ook voor toeristische doeleinden weer tot de mogelijkheden behoort.Landen die al op oranje of rood stonden op basis van de veiligheidssituatie worden uiteraard niet afgeschaald als aan bovenstaande voorwaarden is voldaan.
Daarnaast zijn de uitzonderingscategorieën waarvoor het inreisverbod nu geldt uitgebreid met personen uit derde landen die naar Nederland komen om te studeren of als kennismigrant waarbij het niet mogelijk is het werk van afstand te vervullen of dit uit te stellen. Ook zal voor personen die naar EU+ gebied reizen met EU/Schengen-nationaliteit of verblijfsrecht niet langer gelden dat deze reis als doel huiswaarts keren moet hebben.
Zie Kamerbrief met o.a. een lijst "veilige …

Vreemdelingenbewaring en uitzetting naar Somaliland (uitspraak rechter)

LJN: BL8014, Rechtbank 's-Gravenhage , zittingsplaats Dordrecht , AWB 10/6325


Datum uitspraak: 04-03-2010
Datum publicatie: 18-03-2010
Rechtsgebied: Vreemdelingen
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: bewaring / Somaliland / zicht op uitzetting / openbaarmaking Memorandum of Understanding / opstelling autoriteiten Somaliland tot aan de presidentsverkiezingen




Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats Dordrecht
Sector Bestuursrecht
Vreemdelingenkamer

procedurenummer: AWB 10/6325, V-nummer: 802.641.6821,

uitspraak van de enkelvoudige kamer

inzake

[eiser], eiser,
gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels, advocaat te Dordrecht,

tegen

de Staatssecretaris van Justitie, thans de Minister van Justitie, verweerder,
gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.


1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Op 18 februari 2010 is de rechtbank, door middel van een namens eiser ingediend beroepschrift, ervan in kennis gesteld dat verweerder eiser op 16 februari 2010 in bewaring heeft gesteld.

1.2. De zaak is op 25 februari 2010 behandeld ter zitting van een enkelvoudige kamer.
Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door mr. S. Kandemir, kantoorgenoot van zijn gemachtigde.
Verweerder is verschenen bij gemachtigde.


2. Overwegingen

2.1. Krachtens artikel 94, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) staat ter beoordeling of het besluit tot oplegging van de onderwerpelijke vrijheidsontnemende maatregel in strijd is met deze wet, dan wel bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is te achten. Gelet op het bepaalde in artikel 94, eerste lid, laatsdat hhte volzin, van de Vw 2000 staat tevens ter beoordeling of er aanleiding is eiser schadevergoeding toe te kennen.

2.2. Eiser voert aan dat hij een asielrechtelijk verleden in Nederland heeft, waarover informatie bij verweerder is opgevraagd. Zolang verweerder hierover geen duidelijkheid verschaft, ontbreekt zicht op uitzetting.
Bij uitspraak van 7 januari 2010 (LJN BK9644) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) zicht op uitzetting naar Somaliland aangenomen op grond van het bestaan van een Memorandum of Understanding (hierna: MoU). Het MoU is in strijd met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties (hierna: VN) en artikel 18 van het Convenant of the League of Nations niet openbaar gemaakt. Dit betekent dat het MoU geen rechtskracht heeft en niet kan bijdragen tot de slotsom dat zicht op uitzetting naar Somaliland niet ontbreekt. Door beperking van de kennisneming van het MoU gerechtvaardigd te achten, heeft de Afdeling gehandeld in strijd met genoemde bepalingen van internationaal recht.
Uit een brief van 7 januari 2010 van verweerder aan de rechtbank blijkt dat de autoriteiten van Somaliland tot aan de presidentsverkiezingen, voorzien in april 2010, niet willen meewerken aan gedwongen uitzetting, het MoU ten spijt. Gelet hierop en omdat de presidentsverkiezingen al herhaaldelijk zijn uitgesteld, moet ook gezien deze brief worden geconcludeerd dat zicht op uitzetting van eiser binnen een redelijke termijn ontbreekt.

2.3. Verweerder brengt naar voren dat de klachtbrief waarbij eiser informatie heeft gevraagd over zijn asielrechtelijke verleden is doorgezonden en op 23 februari 2010 is aangekomen bij de behandelende afdeling, die thans onderzoek verricht naar het verblijfsrechtelijke verleden van eiser. Vooralsnog is slechts bekend dat verzoeken om naturalisatie van eiser, ingediend in 1991 en 1992, buiten behandeling zijn gesteld en houdt verweerder vast aan zijn standpunt dat eiser geen rechtmatig verblijf (meer) heeft.
Gelet op de uitspraak van 7 januari 2010 van de Afdeling ontbreekt zicht op uitzetting van eiser niet. De brief van dezelfde datum maakt dit niet anders. De bewaring is in de betreffende zaak niet opgeheven wegens het ontbreken van zicht op uitzetting, maar op grond van een belangenafweging. De feiten en omstandigheden in de zaak van eiser liggen anders.

2.4. De rechtbank acht het beroep ongegrond en komt daartoe op grond van de navolgende overwegingen.

2.4.1. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat zicht op uitzetting van eiser binnen een redelijke termijn ontbreekt en overweegt hiertoe het volgende.

2.4.1.1. Naar de rechtbank begrijpt, stelt eiser zich op het standpunt dat hij in de jaren tachtig hier te lande is toegelaten als vluchteling. Gelet op zijn verzoeken om naturalisatie acht de rechtbank niet onaannemelijk dat eiser in het verleden rechtmatig verblijf heeft gehad en valt evenmin op voorhand uit te sluiten dat hij nog steeds rechtmatig verblijf heeft. Dit neemt niet weg dat het primair op de weg van eiser ligt om eventueel rechtmatig verblijf aan te tonen, bijvoorbeeld met behulp van een verblijfsdocument. Over een dergelijk document beschikt eiser naar eigen zeggen niet meer. De (computer)bestanden van verweerder geven geen uitsluitsel over het verblijfsrechtelijke verleden van eiser. Onder deze omstandigheden moet verweerder naar het oordeel van de rechtbank enige tijd worden gegund om hier nader onderzoek naar te doen. Vooralsnog is niet gebleken dat eiser rechtmatig verblijf heeft en dat zicht op uitzetting op die grond ontbreekt. Over de voortvarendheid waarmee verweerder het onderzoek naar het verblijfsrechtelijke verleden van eiser ter hand heeft genomen, heeft eiser geen opmerkingen gemaakt.

2.4.1.2. Bij uitspraak van 1 juli 2009 (LJN BJ1600) heeft de Afdeling geoordeeld dat zicht op uitzetting van de desbetreffende vreemdeling naar Somalië ontbrak, omdat de dwang die kenmerkend is voor een uitzetting in het geval van Somalische vreemdelingen niet werd uitgeoefend. De op Somalië vliegende luchtvaartmaatschappij waarmee verweerder afspraken had gemaakt over de terugkeer van Somalische vreemdelingen weigerde vreemdelingen tegen hun wil mee te nemen.
In de zaak die heeft geleid tot de door partijen genoemde uitspraak van 7 januari 2010 van de Afdeling heeft verweerder erop gewezen dat op 1 juli 2009 een MoU met de autoriteiten van Somaliland tot stand is gekomen. Vreemdelingen die niet beschikken over eigen documenten kunnen na vaststelling van hun identiteit en nationaliteit (desnoods gedwongen) terugkeren naar Somaliland op basis van een EU-staat. Voorts hebben twee luchtvaartmaatschappijen te kennen gegeven dat zij zullen meewerken aan gedwongen terugkeer op basis van het MoU, aldus verweerder. Verweerder heeft het MoU met een beroep op artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) aan de Afdeling verstrekt en de Afdeling heeft beperking van de kennisneming van het MoU gerechtvaardigd geoordeeld. De vreemdeling weigerde vervolgens de toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb. De Afdeling kwam tot de conclusie dat zicht op uitzetting van de vreemdeling naar Somaliland niet ontbrak.

2.4.1.3. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat verweerder verplicht is het MoU openbaar te maken. Daargelaten of Somaliland een staat is en of Somalië dan wel Somalië lid is van de League of Nations, zijn de door eiser genoemde bepalingen van internationaal recht geschreven voor het interstatelijk verkeer dan wel het verkeer tussen lidstaten en organen van de VN. Deze bepalingen bevatten naar het oordeel van de rechtbank geen aanspraak van individuen op openbaarmaking van verdragen of internationale overeenkomsten. Zo bepaalt artikel 102, tweede lid, van het Handvest van de VN dat een lidstaat die een verdrag niet openbaar maakt dit verdrag niet kan inroepen tegenover organen van de VN. Over individuen wordt in dit verband niet gerept. Ook als hierover anders moet worden geoordeeld en eiser wordt gevolgd in zijn standpunt dat het MoU op grond van bepalingen van internationaal recht openbaar moet worden gemaakt, neemt dit het zicht op uitzetting naar het oordeel van de rechtbank niet weg als de autoriteiten van Somaliland feitelijk bereid zijn eiser op basis van het MoU terug te nemen.

Ter zitting heeft de rechtbank eiser gewezen op de mogelijkheid dat de rechtbank het MoU bij verweerder opvraagt. In dat geval kan de rechtbank al dan niet beperkt kennis nemen van het MoU en daar een oordeel over geven. De (waarnemend) gemachtigde van eiser heeft geantwoord dat eiser een principiële opstelling kiest: het MoU moet openbaar zijn en anders heeft het geen rechtskracht. Eiser wenst een uitspraak van de rechtbank zonder dat zij het MoU opvraagt. Hoewel deze opvatting van eiser de rechtbank niet bindt, heeft zij geen aanleiding gezien het MoU bij verweerder op te vragen. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan het bestaan van de door verweerder gestelde afspraken met de autoriteiten van Somaliland. Uitgaande van het bestaan van deze afspraken kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat zicht op uitzetting van eiser naar Somaliland binnen een redelijke termijn ontbreekt.

2.4.1.4. Het beroep van eiser op de brief van 7 januari 2010 van verweerder aan deze rechtbank kan niet leiden tot het daarmee beoogde doel. Voor zover op grond van deze brief moet worden aangenomen dat, ondanks het MoU, tot aan de presidentsverkiezingen in Somaliland de in de uitspraak van 1 juli 2009 van de Afdeling genoemde uitspraak opnieuw aan de orde is, wettigt dit niet de conclusie dat zicht op uitzetting van eiser binnen een redelijke termijn ontbreekt. Niet op voorhand valt uit te sluiten dat de presidentsverkiezingen thans doorgang vinden en dat eiser daarna binnen een redelijke termijn kan worden uitgezet, daargelaten de mogelijkheid van nieuwe tussentijdse contacten op diplomatiek niveau met de autoriteiten van Somaliland.


2.4.3. Voor zover eiser een beroep heeft willen doen op het gelijkheidsbeginsel en heeft willen betogen dat de maatregel van bewaring gelet op de brief van 7 januari 2010 ook in zijn geval niet in redelijkheid gerechtvaardigd is, faalt dit beroep. In de brief van 7 januari 2010 is vermeld dat de belangenafweging mede gezien de duur van de maatregel in het voordeel van de vreemdeling uitviel. Uit deze brief valt af te leiden dat eiser op of voor 28 november 2009 in bewaring is gesteld, zodat de bewaring van de betreffende vreemdeling langer heeft voortgeduurd dan de bewaring van eiser voortduurt. Bovendien is in de brief van 7 januari 2010 vermeld dat nog niet bekend is wanneer de presidentsverkiezingen zullen plaatsvinden, terwijl eiser naar voren heeft gebracht dat deze verkiezingen thans zijn voorzien voor april 2010, zij het dat eiser betoogt dat de kans op hernieuwd uitstel zeer groot is. Dit betoog kan bezien in het licht van 2.4.1.4. van deze uitspraak niet leiden tot het daarmee beoogde doel.

2.5. Ook overigens is niet gebleken dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de bewaring ten aanzien van eiser in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is te achten. Er bestaat derhalve geen grond voor het toekennen van schadevergoeding, zodat het verzoek daartoe wordt afgewezen.

2.6. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Awb.

2.7. Gezien het voorgaande beslist de rechtbank als volgt.



3. Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus gegeven door mr. B. van Velzen, rechter, en door deze en B. Simi, griffier, ondertekend.

Bron: rechtpraak.nl

Reacties

Recente berichten


en meer

Populaire posts van de afgelopen 30 dagen

Coronavirus: Commission recommends partial and gradual lifting of travel restrictions to the EU after 30 June, based on common coordinated approach

Today the Commission recommends to Schengen Member States and Schengen Associated States to lift internal border controls by 15 June 2020 and to prolong the temporary restriction on non-essential travel into the EU until 30 June 2020; and sets out an approach to progressively lifting the restriction afterwards. Given that the health situation in certain third countries remains critical, the Commission does not propose a general lifting of the travel restriction at this stage. The restriction should be lifted for countries selected together by Member States, based on a set of principles and objective criteria including the health situation, the ability to apply containment measures during travel, and reciprocity considerations, taking into account data from relevant sources such as ECDC and WHO. For countries towards which the restriction remains in place, the Commission proposes to enlarge the categories of permitted travellers to include, for instance, international st…

"Hand out for migrants with a zoekjaar." by lawyer mr Kleijweg

A few weeks ago mr Kleijweg and I hosted a webinar for people who were here with a Searchyear permit. During the meeting it became clear that those former students were not always well informed about the benefits for them. A former student who has a Zoekjaar verblijfsvergunning (Seachyear permit) does not need those high salary amounts a normal highly qualifies migrant does AND the employer does not need a workpermit for the employee. So mr Kleijweg made a handout for those foreign students.
The basis of the migrationlaw in The Netherlands is the national interest. Only if there is a national interest, a residencepermit will be granted. For that reason there is the “High skilled migrants permit”. When you are granted the “zoekjaar” there is a special arrangement in place. During this “zoekjaar” you are allowed to do any job without salary threshold. See https://ind.nl/en/work/Pages/Looking-for-a-job-after-study-promotion-or-research.aspx. If you want to continue working after yo…

VACATURE: (Senior) Adviseur De Immigratie- en Naturalisatiedienst

De Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft bij directie Strategie en Uitvoeringsadvies, afdeling Integraal Advies Regulier Verblijf en Nederlanderschap één vacature voor de functie van (Senior) Adviseur (schaal 11). Het betreft hier een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van ongeveer 10 maanden.
Je draagt bij aan de beantwoording van (beleids)vraagstukken op een deelterrein of bepaald aandachtsgebied van het vreemdelingenbeleid. Daartoe ontwikkel je, op basis van eigen analyse en onderzoek, adviesproducten voor jouw opdrachtgever. De adviesproducten hebben een integraal karakter. Dat wil zeggen dat je bij jouw advies aspecten hebt betrokken van aanpalende beleidsterreinen, dienstverlening, handhaving, IV en bedrijfsvoering. Jouw taak eindigt niet met het geven van advies. Je draagt bij aan de implementatie en uitvoering van het advies en monitort de effectiviteit van het advies en het adviesproces. Je stelt deze, waar nodig, bij indien dat leidt tot een verbetering v…

VACATURE: International HR & Payroll Operations Associate Netherlands

Would you like to continue your career in a versatile Human Resource role?Would you be a perfect fit for a young, vibrant pan-European team?Do you want to work in a monumental office building (close to public transport) in Breda,?

ABOUT PARAKAR
The Parakar Group is an employment services organisation offering a wide spectrum of solutions in the domain of globally outsourced HR- and payroll management. We offer solutions to companies and individuals to compliantly engage in employment relationships that not only cross geographical borders and cultures but also help bridge statutory and employment-legal context. Our services range from outsourced employment management, including International HR- and payroll accounting, work permit process management to relocation services, among others.
Our clients, based on all continents, want to employ staff in the Netherlands or another EU country. For these clients we provide ‘Employer of Record’ (EOR)-services, making sure that their e…

UITSPRAAK: De rechtbank vindt dat de IND Corona als smoes gebruikt

De rechtbank overweegt als volgt. Verweerder had al ruim voor de Coronacrisis intrad gevolg moeten geven aan de uitspraak van de rechtbank van 26 september 2019. De uitspraak laat geen ruimte aan verweerder om anders dan binnen de in die uitspraak gestelde termijn op de asielaanvragen te beslissen. Verweerder wordt geacht er alles aan te doen de uitspraak van de rechtbank na te leven. De mededeling van verweerder dat het niet mogelijk is toezeggingen te doen omtrent de termijn waarbinnen in de voorliggende zaak kan worden beslist, vindt de rechtbank in het licht van de opdracht in de uitspraak van 26 september 2019 ongepast. Echter nu verweerder heeft aangegeven een aanvullend gehoor te willen houden draagt de rechtbank verweerder op uiterlijk binnen vier weken na verzending van deze uitspraak besluiten te nemen op de aanvragen.
Procesverloop Bij besluiten van 3 maart 2017 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van
eisers tot het verlenen va…

Uitspraak: Is plaatsing in een "Hufter-proof" AZC vrijheidsontneming?

Artikel 56 Vw-maatregel gekoppeld aan plaatsing in de nieuw geopende Handhavings- en toezichtlocatie in Hoogeveen. Vrijheidsbeperking of vrijheidsontneming?

ECLI:NL:RBDHA:2020:4558
Instantie Rechtbank Den HaagDatum uitspraak 25-05-2020Datum publicatie 25-05-2020 Zaaknummer NL20.10089
Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig


Het EHRM heeft in een aantal zaken het toetsingskader voor de beoordeling van deze rechtsvraag uiteengezet.

De rechtbank overweegt dat de uiterst beperkte oppervlakte van zone I en II, het fysiek afgesloten zijn van de buitenwereld, de mate en intensiteit van toezicht en het ontbreken van een bij wet bepaalde maximale duur van de maatregel ex artikel 56 Vw op zichzelf en zeker in onderlinge samenhang bezien zeer sterke aanwijzingen vormen dat de maatregel ex artikel 56 Vw, voor zover deze is gekoppeld aan plaatsing in de HTL, gekwalificeerd moet worden als vrijheidsontneming zoals bedoeld in artik…

Na bijna 50 jaar legaal verblijf wordt grote boef uitgezet! Raad van State uitspraak over toetsing 8 EVRM

201908940/1/V2.
Datum uitspraak: 1 juli 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op de hoger beroepen van:
1.    de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
2.    [de vreemdeling],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 november 2019 in zaak nr. 19/1051 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 14 juli 2017 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij besluit van 11 februari 2019 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 15 november 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard,…

Hoe kan je de IND overtuigen een visumzaak aan te houden? (Kant en klare brief)

Een advocaat deed mij een geanonimiseerde beslissing toekomen in een zaak van hem waarin de IND stelde dat voor de pandemiesituatie geen aanhoudingsbeleid is binnen de Visumcode. Dat de Visumcode kort cyclisch is en dat niet zonder meer kan worden uitgegaan van ongewijzigde omstandigheden in de situatie van aanvrager. Voorts zou er geen grondslag zijn voor termijnverlenging voor onderzoek en dergelijke. Dit alles maakte dat zijn verzoek om aanhouding werd afgewezen.

Ik heb een artikel geschreven van 10 pagina's in Word waar ik op deze punten inga. Wellicht scheelt dat u een berg werk.


Klik op deze link: Visum bezwaar tijdens Corona


Heeft u geen Paypal maar wilt u voor een bijdrage van 2 euro toch graag dit document ontvangen mail mij even op wytzia@ yahoo.com.

Ik doe met plezier bezwaarprocedures in visumzaken.


Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u…

Nu het stof is neergedaald, blijkt geen enkele asielzoeker zich schuldig gemaakt aan moord of doodslag

Nu het stof is neergedaald, blijkt geen enkele asielzoeker zich schuldig gemaakt aan moord of doodslag, maar dat zal de voorpagina's niet halen. https://t.co/a1TifvcPLh — Leo Lucassen (@Leolucassen) January 18, 2020





2/Hier de nadere uitsplitsing van de categorie 'overig', waar discussie over was omdat er naar gevraagd moest worden, inclusief 31 opgevoerde incidenten in de categorie moord/doodslag. Uiteindelijk bleek geen enkele asielaanvrager aan moord/ doodslag schuldig te zijn geweest. pic.twitter.com/RqbLaAzuJ5 — Ruben van Gaalen (@rubenivangaalen) January 17, 2020

Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst ma…

Wat als je vergeten bent je verblijfsvergunning te verlengen?

Iemand stuurde deze week in paniek een mailtje want ze was er achter gekomen dat haar verblijfsvergunning was verlopen. Wat dan te doen?

Het is van belang om eerst na te gaan waarom u te laat was. Bent u het domweg vergeten of was u bijvoorbeeld in het ziekenhuis opgenomen? De regelgeving maakt namelijk een onderscheid tussen een verwijtbare en een niet-verwijtbare te late verlenging.

Wat het belang van het verschil is? Bij niet-verwijtbaar wordt met terugwerkende kracht verlengd en bij verwijtbaar per moment van de aanvraag. Zo kan er dus een verblijfsgat ontstaan waardoor u weer opnieuw moet gaan sparen voor de 5 jaar om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te kunnen aanvragen.

Stelt u vindt dat doordat u bijvoorbeeld gedwongen was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en daarom niet-verwijtbaar te laat was: Zorg dan dat u daar bewijzen van hebt en schrijf een toelichting voor bij uw aanvraagformulier waarin u aangeeft en voeg kopieen van bijvoorbeeld opnamekaarten etc b…