De inhoudsopgave - al die andere berichten - staat in de rechter kolom die helaas HEEEEEL langzaam laadt. Scrollen dames en heren!
“All the business of war, and indeed all the business of life, is to endeavour to find out what you don’t know from what you do.” – Sir Arthur Wellesley, Duke of Wellington

"My dear. A lack of compassion can be as vulgar as an excess of tears. "
- Violet in Downton Abbey

"By perseverance the snail reached the ark. "
- Charles Spurgeon

"Not all those who wander are lost."
-Tolkien

19 oktober 2019

UITSPRAAK: Afwijzing visum


ECLI:NL:RBDHA:2019:10510

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-10-2019
Datum publicatie 09-10-2019
Zaaknummer AWB 18 / 9439
Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie Beroep ongegrond. Visum kort verblijf. Doel en omstandigheden voorgenomen verblijf niet aangetoond, onvoldoende sociale en economische binding.

4. Op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, onder ii, van de Visumcode1 wordt, onverminderd artikel 25, eerste lid, een visum geweigerd indien de aanvrager het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond. Op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, van de Visumcode wordt een visum (onder meer) geweigerd indien redelijke twijfel bestaat over het voornemen van de aanvrager om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum. Hierbij betrekt verweerder of voldoende sociale en economische binding met het land van herkomst bestaat.
5. De rechtbank stelt voorop dat bij het onderzoek of aan de toepassingsvoorwaarden van de Visumcode is voldaan, aan verweerder een zekere beoordelingsruimte toekomt en dat het op de weg van eiser ligt om aannemelijk te maken dat geen redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiser om Nederland vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum te verlaten. De rechtbank kan dit oordeel van verweerder slechts terughoudend toetsen.2
6. Ten eerste is de rechtbank van oordeel dat verweerder bij de beoordeling van het gestelde reisdoel heeft mogen betrekken dat eiser en referent in de stukken tegenstrijdig hebben verklaard over de beoogde verblijfsduur van eiser in Nederland. De stelling dat dit op een misverstand berust, is onvoldoende om deze geconstateerde tegenstrijdigheden weg te nemen. Daarnaast heeft verweerder ook kunnen betrekken dat eiser en referent wisselend hebben verklaard over de aard van hun relatie. In beroep heeft eiser nog aanvullende stukken overgelegd, waaronder afschriften van Western Union. Hieruit blijkt niet dat referent eiser structureel financieel ondersteunt, zodat dit ook niet de aard van hun relatie aannemelijk maakt. Ook heeft eiser documenten overgelegd die zien op de periode na het bestreden besluit. Deze stukken kunnen gelet op de ex-tunc toetsing niet worden betrokken bij de beoordeling van het beroep. Verweerder heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat het reisdoel onvoldoende is komen vast te staan en dat daarmee samenhangend de tijdige terugkeer van eiser naar India niet is gewaarborgd.
7. Ten tweede heeft verweerder kunnen concluderen dat eiser onvoldoende sociale en economische binding heeft met India. Niet is gebleken dat eiser zorg draagt voor directe familieleden, of dat hij financieel voor hen zorgt. Er is evenmin gebleken van zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen die eiser zouden dwingen tijdig terug te keren naar India. Dat eiser een tijdelijk contract heeft tot 6 februari 2019, is naar het oordeel van de rechtbank geen aspect dat verweerder in het nadeel van eiser heeft kunnen betrekken. Wel heeft verweerder kunnen betrekken dat referent bij de visumaanvraag heeft aangegeven3 dat eiser bereid is om zijn baan op te zeggen. Het enkele feit dat eiser in het verleden tijdig is teruggekeerd vanuit Nederland naar India, biedt geen garantie dat hij dat nu ook zal doen.
8. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat verweerder in het kader van de volledige heroverweging in bezwaar4 alsnog aan eiser kan tegenwerpen dat er onvoldoende sociale en economische binding is, op grond waarvan ook geen visum kort verblijf aan eiser wordt verleend. Eiser heeft immers in zijn gronden van bezwaar van 10 september 2018 tevens gereageerd op de afwijzing van een latere visumaanvraag van 19 juni 2018, waarin wel aan eiser is tegengeworpen dat onvoldoende sprake is van sociale en economische binding. Er is geen sprake van strijd met het verbod op reformatio in peius. Het materiële rechtsgevolg van het primaire besluit, namelijk de afwijzing van het visum kort verblijf, is in bezwaar immers niet gewijzigd. Dat het bestreden besluit een extra afwijzingsgrond bevat, maakt dit niet anders. Eiser is ook niet benadeeld doordat deze afwijzingsgrond pas in het bestreden besluit is tegengeworpen. Eiser heeft immers in de bezwaarfase al gereageerd op deze tegenwerping.

Bron:  http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:10510



Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email
Dagelijks nieuwe ZZP opdrachten op freelancespecialisten.nl

UITSPRAAK: IND vergat een standpunt in te nemen over de politieke overtuiging van een geloofwaardig bevonden asielzoeker


ECLI:NL:RVS:2019:3458

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 14-10-2019
Datum publicatie 16-10-2019
Zaaknummer 201804383/1/V2


1.    De vreemdeling is een etnisch Arabier (hierna: Ahwazi) afkomstig uit Iran. Hij heeft aan zijn asielaanvraag, onder meer, ten grondslag gelegd dat hij zich in Iran en in Nederland heeft ingezet voor de positie van Ahwazi. Hij heeft verklaard dat hij in zijn land van herkomst van 2004 tot en met 2011 pamfletten heeft verspreid en Ahwazi georiënteerde bijeenkomsten heeft bijgewoond en dat hij in Nederland artikelen op de Facebookpagina van de Arab Front for Liberation of Al-Ahwaz heeft gezet en heeft deelgenomen aan demonstraties, bijeenkomsten en conferenties van deze organisatie waar ook foto's en video's zijn gemaakt die op het internet zijn geplaatst.
2.    In de vierde grief klaagt de vreemdeling, onder meer, dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van zijn activiteiten in Nederland in de negatieve belangstelling van de Iraanse autoriteiten is komen te staan. De Afdeling stelt vast dat de staatssecretaris de onder 1. genoemde activiteiten van de vreemdeling in Iran en in Nederland geloofwaardig acht. De rechtbank heeft niet onderkend dat de staatssecretaris dan eerst moet beoordelen of de activiteiten van de vreemdeling voortkomen uit een fundamentele politieke overtuiging. Als dat zo is, mag de staatssecretaris niet van de vreemdeling verwachten dat die zich bij terugkeer naar Iran terughoudend opstelt bij de uitoefening daarvan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 29 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1970, r.o. 4.2.). Pas als de staatssecretaris hierover een standpunt heeft ingenomen, kan relevant zijn of aannemelijk is dat de Iraanse autoriteiten op de hoogte (kunnen) zijn van de activiteiten in Nederland.

 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:3458


Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email
Dagelijks nieuwe ZZP opdrachten op freelancespecialisten.nl

UITSPRAAK: Hoe mishandeling van zijn vrouw meneer zijn naturalisatie in de weg staat en ook die van hun kind


ECLI:NL:RVS:2019:3507

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 16-10-2019
Datum publicatie 16-10-2019
Zaaknummer 201900013/1/V6
 
 
2.    De staatssecretaris heeft [appellant] het Nederlanderschap geweigerd op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: de RWN), omdat ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. Ook het verzoek om medenaturalisatie van zijn minderjarig kind heeft de staatssecretaris afgewezen. Hiertoe heeft de staatssecretaris redengevend geacht dat de strafrechter bij vonnis van 3 oktober 2014 [appellant] wegens een mishandeling onherroepelijk heeft veroordeeld tot een werkstraf van 40 uren. Op 1 juni 2015 heeft [appellant] de werkstraf voltooid. Het verzoek om het Nederlanderschap heeft [appellant] ingediend binnen de zogenoemde rehabilitatietermijn van vier jaar zoals bedoeld in paragraaf 5 van de toelichting op artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN, vervat in de Handleiding RWN, zoals die luidde ten tijde van het besluit van 6 maart 2018.
3.    [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen sprake is van zeer bijzondere omstandigheden op grond waarvan de staatssecretaris moet afwijken van het beleid. [appellant] voert aan dat de bijzondere omstandigheden zijn gelegen in het feit dat hij ten tijde van de strafrechtelijke veroordeling onvoldoende is voorgelicht over de gevolgen van de veroordeling voor de naturalisatieprocedure. Indien hij op de hoogte was geweest van die gevolgen had hij de strafrechter kunnen verzoeken daar rekening mee te houden. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte is voorbijgegaan aan de omstandigheid dat de veroordeling berust op een misverstand die voortvloeit uit een echtelijke ruzie en er geen sprake is van recidive of andere veroordelingen.
3.1.    Onder verwijzing naar de uitspraak van 25 juni 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD5392, overweegt de Afdeling dat de staatssecretaris er bij de toepassing van het beleid ter invulling van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN rekening mee moet houden dat zich omstandigheden kunnen voordoen op grond waarvan slechts tot een juiste wetstoepassing kan worden gekomen indien hij van dat beleid afwijkt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de door [appellant] aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn, dat zij tot afwijking van dit beleid nopen. De al dan niet verzachtende omstandigheden dat de mishandeling voortvloeit uit een echtelijke ruzie en dat er geen sprake is van recidive of andere veroordelingen, zijn door de strafrechter bij de veroordeling betrokken. Hierdoor kunnen deze omstandigheden in de naturalisatieprocedure, gelet op paragraaf 6 van de toelichting op artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN, vervat in de Handleiding, niet als bijzonder worden aangemerkt. Dat [appellant] ten tijde van de strafrechtelijke veroordeling onvoldoende is voorgelicht over de gevolgen daarvan voor de naturalisatieprocedure, kan niet afdoen aan het feit dat er ernstige vermoedens bestonden dat hij een gevaar voor de openbare orde vormde als gevolg van het plegen van een misdrijf.
Het betoog faalt.
4.    [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de belangen van zijn zoon evenmin bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de staatssecretaris van de regels moet afwijken. Volgens [appellant] heeft de rechtbank niet onderkend dat de staatssecretaris de belangen van het kind onvoldoende heeft meegewogen. [appellant] benadrukt dat zijn zoon is geboren en getogen in Nederland en zich niet kan associëren met zijn Afghaanse nationaliteit, omdat hij nooit in Afghanistan is geweest. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte is voorbijgegaan aan de omstandigheid dat zijn zoon ook niet via zijn moeder kan naturaliseren, omdat zij eveneens problemen ervaart bij de naturalisatieprocedure. [appellant] wijst er verder op dat de rehabilitatietermijn met ingang van 1 mei 2018 vijf jaar bedraagt, waardoor zijn zoon voor een langere periode wordt belemmerd in de mogelijkheid om de Nederlandse nationaliteit te krijgen.
4.1.    Gelet op paragraaf 6 van de toelichting op artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN, vervat in de Handleiding, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de omstandigheid dat de zoon van [appellant] het Nederlanderschap niet kan krijgen evenmin een bijzondere omstandigheid is die noopt tot afwijking van het beleid. Volgens deze paragraaf kunnen alleen omstandigheden die leiden tot de conclusie dat [appellant] geen gevaar vormt voor de openbare orde worden betrokken. Dat de zoon van [appellant] is geboren en getogen in Nederland en zich niet kan associëren met zijn Afghaanse nationaliteit kan niet afdoen aan het feit dat er ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar voor de openbare orde vormt als gevolg van het plegen van een misdrijf. Alleen al hierom heeft de staatssecretaris, gelet op artikel 11, eerste lid, van de RWN, terecht het verzoek om medenaturalisatie afgewezen. Voor zover [appellant] betoogt dat de rechtbank de belangen van het kind als bedoeld in artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind onvoldoende heeft meegewogen, overweegt de Afdeling dat de afwijzing van het verzoek niet betekent dat het voor [appellant] en zijn zoon blijvend onmogelijk is om te naturaliseren.

 De uitspraak staat hier: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:3507


Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email
Dagelijks nieuwe ZZP opdrachten op freelancespecialisten.nl

Meeste statushouders blijven in Nederland


Er is zowel nationaal als internationaal weinig bekend over migratiegedrag na verlening van asiel. Daarom onderzochten het WODC en het CBS de migratietrajecten van alle asielzoekers die in de tweede helft van de jaren negentig naar Nederland kwamen, een verblijfsvergunning kregen en werden ingeschreven in het bevolkingsregister.
Uit het onderzoek “Blijven vergunninghouders in Nederland?” blijkt dat de meeste vergunninghouders zich langdurig in Nederland vestigden: ongeveer zeventig procent van hen woonde eind 2015 nog in Nederland. Asielmigranten vestigden zich voor zover bekend vaker in een ander Europees land dan dat zij terugkeerden naar het land of de regio van herkomst.
In de jaren negentig kwamen de meeste asielmigranten uit Irak, Afghanistan, voormalig Joegoslavië, Somalië en Iran. Van de onderzochte groep stond op 31 december 2015 31,6% niet meer ingeschreven in het bevolkingsregister, de Basis Registratie Personen (BPR). Uit het onderzoek blijkt dat 4,3% is teruggekeerd naar het land van herkomst (remigratie), 12,4 % is vertrokken naar een ander land (vervolgmigratie) en 14,9% is uit het BPR verwijderd zonder dat er een opvolgend woonland bekend was. Vervolgmigratie was vooral gericht op omliggende landen, met name het Verenigd Koninkrijk, op enige afstand gevolgd door België en Duitsland.
Zowel demografische als sociaaleconomische kenmerken van vergunninghouders beïnvloeden de migratie-uitkomst. Mannen hadden een grotere kans om Nederland te verlaten dan vrouwen, en hoe jonger de persoon was bij aankomst in Nederland, des te kleiner de kans op vertrek uit Nederland. Ook het samenwonen met een partner en het hebben van kinderen in Nederland verkleinde de emigratiekans. Vergunninghouders met een relatief zwakke sociaaleconomische positie emigreerden vaker.
Het herkomstland blijkt invloed te hebben op de migratie-uitkomsten. Vergunninghouders uit Somalië hadden een relatief grote kans op vervolgmigratie. Personen uit voormalig Joegoslavië hadden de grootste kans op geregistreerde remigratie, gevolgd door Irakezen en Soedanezen.
Het verwerven van de Nederlandse nationaliteit blijkt de emigratiekans maar beperkt te verminderen; ongeveer één op de vier vergunninghouders die uiteindelijk Nederlander werden, woonde eind 2015 niet in Nederland. We zouden kunnen spreken van een naturalisatieparadox: het hebben van de Nederlandse nationaliteit lijkt juist ook kansen te creëren voor met name vervolgmigratie in de Europese Unie en, in mindere mate, voor remigratie. De Nederlandse nationaliteit lijkt te fungeren als een soort Europese verblijfsvergunning. Het is voor genaturaliseerde asielmigranten die terugkeren naar hun herkomstland altijd mogelijk om opnieuw in Nederland te komen wonen.
De omvangrijke vervolgmigratie binnen Europa suggereert dat er nagedacht zou kunnen worden over een Europees of bilateraal integratiebeleid.
Lees het volledige rapport: Blijven vergunnninghouders in Nederland? (Cahier, 2019-13)

 Hier gevonden (na een gesprek met een van de schrijvers): https://www.wodc.nl/wodc-nieuws/vergunninghouders.aspx



Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email
Dagelijks nieuwe ZZP opdrachten op freelancespecialisten.nl

Zo doorbreken deze vluchtelingen het taboe op psychische hulp onder hun lotgenoten


Ruim 40 procent van de Syriërs in Nederland kampt met psychische problemen, maar het percentage dat hulp krijgt ligt op slechts 13 procent. Syrische medevluchtelingen worden nu getraind om basale psychische zorg te verlenen. ‘Door anderen te helpen voel ik me waardevol.’
Fotografie Casper Kofi
9 tot 12 minuten leestijd
In een kleine behandelkamer van het Almeers psychiatriecentrum i-psy verzamelen zich elke donderdagmiddag zeven ongebruikelijke behandelaars voor een werkoverleg. En ook dat overleg is soms wat ongewoon. Zo komt ineens de premier, Mark Rutte, ter sprake.

Lees hier verder: https://www.vn.nl/psychische-hulp-vluchtelingen/?utm_source=facebook.com&utm_medium=social&utm_campaign=share&fbclid=IwAR3_d9JObbItjUhiQAGpOiC8HiU3UeE8CJgKtV1xOnKKnKyBcLifXT-NrgM




Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email
Dagelijks nieuwe ZZP opdrachten op freelancespecialisten.nl

VACATURES: Academische banen met een link met migratie

Klik op de link in de vacaturetitel en u wordt doorgestuurd naar de vacaturetekst.





Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email
Dagelijks nieuwe ZZP opdrachten op freelancespecialisten.nl

IND installeert Maatschappelijke Adviesraad - wat vindt u van de samenstelling?

De MAR bestaat uit: Corinne Dettmeijer (voorzitter), Petra van den Boomgaard, Annemarie Heeringa, Freek Landmeter, Marian Spier en Afshin Ellian.
Volgens de IND website hebben deze mensen  allemaal een andere achtergrond en drijfveer om toe te treden tot de MAR van de IND en brengt de Maatschappelijke Adviesraad (MAR) van de IND de buitenwereld daadwerkelijk naar binnen. Helaas wordt over beiden niets vermeld op de website.

Ik hoop dat de buitenwereld ook op andere manieren bij de IND binnen kan komen. Mag dit blog op intranet?

Drie van deze mensen ken ik (soms alleen van naam, soms echt):
Mevrouw Dettmeijer was vroeger vreemdelingenrechter en is nu bijzonder hoogleraar mensenrechten. Ik heb er alle vertrouwen in dat zij een goede voorzitter van zo'n commissie zal zijn. Ze vertelde dat ze voor die functie was gevraagd.
Afshin Ellian is volgens mij zelf ooit gevlucht en werkt ook bij de universiteit Leiden. Daarnaast schrijft hij hele kritische columns in Elsevier Weekblad die mij vaak kromme tenen bezorgen.
Mevrouw Heeringa werkt bij het Leger des Heils.Het Leger des Heils heeft vaak te maken met mensen die in maatschappelijke nood verkeren. Denk bijvoorbeeld aan uitgeprocedeerden.
De andere mensen ken ik niet en op de website wordt geen biografietje gegeven noch een korte quote over hun motivatie. Volgens mij zijn geen vreemdelingenrechtadvocaten lid van de MAR. Wellicht dachten ze bij de IND "Die horen we toch iedere dag hun mening geven." Maar als vertegenwoordiger van een cliënt sta je voor een partijstandpunt en ik ken vele advocaten die buiten hun werk om een heel genuanceerde visie hebben en bergen ervaring. Om belangenverstrengeling te voorkomen zou je bijvoorbeeld aan een gepensioneerde advocaat hebben kunnen denken. Maar misschien dat geen advocaat wilde.

Bron: https://ind.nl/nieuws/paginas/ind-installeert-maatschappelijke-adviesraad-.aspx
 





Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email
Dagelijks nieuwe ZZP opdrachten op freelancespecialisten.nl

Praten voor een zaal vol IND-managers: die kans moet je aangrijpen

Donderdag opeens na 15 jaar terug bii de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Omdat de IND 25 jaar bestaat was er een conferentie waar terug werd geblikt en vooruit gekeken. 

Leuk waren de herkenbare verhalen over "vroeger". Zie deze foto van mijn eerste werkplek (bij Vluchtelingenwerk toen nog - gekregen van Bart die naast me zat).
Het was een leuke dag met vele oude bekenden.


Ik was één van de leden van het discussiepanel over de toekomst. De andere leden waren een oud-rechter, iemand van Vluchtelingenwerk Landelijk, een diplomaat en de eerste vreemdeling die een verblijfsvergunning had gekregen als start up(per).

Een zaal vol IND-managers. Zo'n gelegenheid moet je te baat nemen. Ik heb gepoogd om als panellid naar voren te brengen dat als INDer je niet gauw wat hoort van de mensen die je ooit een vergunning hebt gegeven maar dat ik verhalen heb gehoord waarin mensen aangeven hoe positief ze dat hadden ervaren en dus wat voor impact je ook op die mensen hun leven kunt hebben. Ook verteld dat je als "tegenpartij" met hele aardige behulpzame INDers te maken kunt hebben maar ook met enorme kloothommels. Ik zou dat laatste graag zien veranderen.

Nou geef ik de nodige lessen (vreemdelingenrecht en internationaalrecht) dus dat helpt maar ik had nog nooit in een panel gezeten. Gelukkig ging het goed en kwamen heel veel mensen na afloop nog een praatje maken.




Hier staat het verslag van de bijeenkomst op de IND-site: https://ind.nl/nieuws/Paginas/%E2%80%98Mensenwerk%E2%80%99-IND-centraal-tijdens-jubileumcongres.aspx



Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email
Dagelijks nieuwe ZZP opdrachten op freelancespecialisten.nl

26 september 2019

VRAAG: Kan een Nederlands bedrijf via een uitzendbureau uit een ander EU-land werknemers uit een niet-EU land hier laten werken? (Het Essentarrest)



Het gaat hier om het Essent-arrest. Laten we beginnen met de tekst daarvan:


ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer)

11 september 2014 ( *1 )

„Associatieovereenkomst EEG-Turkije — Artikel 41, lid 1, van het aanvullend protocol en artikel 13 van besluit nr. 1/80 — Werkingssfeer — Invoering van nieuwe beperkingen met betrekking tot de vrijheid van vestiging, het vrij verrichten van diensten en de toegang tot arbeid — Verbod — Vrij verrichten van diensten — Artikelen 56 VWEU en 57 VWEU — Terbeschikkingstelling van werknemers — Onderdanen van derde landen — Vereiste van een tewerkstellingsvergunning voor de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten”

In zaak C‑91/13,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Raad van State (Nederland) bij beslissing van 20 februari 2013, ingekomen bij het Hof op 25 februari 2013, in de procedure

We bladeren door naar de volgende rechtsoverwegingen:



37
           

In dat verband dient er eveneens aan te worden herinnerd dat volgens vaste rechtspraak van het Hof de werkzaamheden van een onderneming bestaande in het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten die in dienst van die onderneming blijven zonder dat er met het inlenende bedrijf een arbeidsovereenkomst tot stand komt, beroepswerkzaamheden zijn die aan de voorwaarden van artikel 57, eerste alinea, VWEU voldoen, en mitsdien moeten worden beschouwd als een dienstverrichting in de zin van deze bepaling (zie arresten Webb, 279/80, EU:C:1981:314, punt 9, en Vicoplus e.a., EU:C:2011:64, punt 27).

38
           

In het hoofdgeding worden de arbeidskrachten ter beschikking gesteld door een in Duitsland gevestigde onderneming aan een in Nederland gevestigde inlenende onderneming.

39
           

Zoals de advocaat-generaal in punt 60 van zijn conclusie heeft opgemerkt, valt een dergelijke dienstverrichting van een onderneming aan een andere die is gevestigd in een andere lidstaat, binnen de werkingssfeer van de artikelen 56 VWEU en 57 VWEU en is de omstandigheid dat de betrokken ter beschikking gestelde arbeidskrachten onderdanen zijn van een derde land, in dat verband irrelevant.

40
           

Voorts mag de omstandigheid dat Essent niet de rechtstreekse begunstigde is van de terbeschikkingstelling van de arbeidskrachten die in het hoofdgeding aan de orde is, niet tot gevolg hebben dat die onderneming de mogelijkheid wordt ontzegd om de artikelen 56 VWEU en 57 VWEU in te roepen om op te komen tegen de door de minister opgelegde sanctie.

41
           

Indien Essent die mogelijkheid zou worden ontzegd, hoeft de lidstaat van vestiging van de onderneming die een dergelijke dienst ontvangt, immers enkel het begrip werkgever ruim te omschrijven – zoals in het hoofdgeding – om de toepassing van de regels van het VWEU inzake de vrijheid van dienstverrichting te doorkruisen en op die manier het in artikel 56 VWEU neergelegde verbod op beperkingen van deze vrijheid zijn werking te ontnemen.




42
           

Voor zover Essent als opdrachtgever binnen de keten van ondernemingen die betrokken waren bij de dienstverrichting die in het hoofdgeding aan de orde is, als enige door de Nederlandse autoriteiten aansprakelijk is gesteld en een boete opgelegd heeft gekregen, is de vraag of de bepalingen van de regeling in het hoofdgeding die tot die boete hebben geleid verenigbaar zijn met de artikelen 56 VWEU en 57 VWEU, bovendien van rechtstreeks belang voor de beslechting van het bij de verwijzende rechter aanhangige geding, dat betrekking heeft op de rechtmatigheid van die boete.

43
           

Derhalve moet worden onderzocht of de artikelen 56 VWEU en 57 VWEU aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een regeling zoals die in het hoofdgeding.

44
           

In dat verband zij eraan herinnerd dat artikel 56 VWEU volgens vaste rechtspraak van het Hof niet alleen de afschaffing verlangt van iedere discriminatie van de in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter op grond van diens nationaliteit, maar tevens de opheffing van iedere beperking – ook indien deze zonder onderscheid geldt voor binnenlandse dienstverrichters en dienstverrichters uit andere lidstaten – die de werkzaamheden van de dienstverrichter die in een andere lidstaat is gevestigd en aldaar rechtmatig gelijksoortige diensten verricht, verbiedt, belemmert of minder aantrekkelijk maakt (zie arresten Commissie/Luxemburg, C‑445/03, EU:C:2004:655, punt 20, en Commissie/Oostenrijk, C‑168/04, EU:C:2006:595, punt 36).

45
           

Aangaande de terbeschikkingstelling van werknemers uit een derde land door een in een lidstaat van de Unie gevestigde dienstverrichter heeft het Hof reeds geoordeeld dat een nationale regeling die de verrichting van bepaalde diensten op het nationale grondgebied door een in een andere lidstaat gevestigde onderneming afhankelijk stelt van de afgifte van een vergunning door de overheid, een beperking op deze vrijheid in de zin van artikel 56 VWEU vormt (zie arresten Commissie/Duitsland, C‑244/04, EU:C:2006:49, punt 34, en Commissie/Oostenrijk, EU:C:2006:595, punt 40).

46
           

Volgens de regeling aan de orde in het hoofdgeding mag een werkgever, in het kader van een grensoverschrijdende dienstverlening die bestaat in het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, een vreemdeling in Nederland geen arbeid laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning.

47
           

Voorts belemmeren de voorwaarden en de beperkingen inzake de termijnen die in acht moeten worden genomen om die tewerkstellingsvergunning te krijgen, alsook de administratieve lasten die met het verkrijgen van een dergelijke vergunning gepaard gaan, de terbeschikkingstelling van werknemers die onderdaan zijn van een derde land aan een in Nederland gevestigde inlenende onderneming door een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter, en derhalve de verrichting van diensten door laatstbedoelde onderneming (zie in die zin arresten Commissie/Luxemburg, EU:C:2004:655, punt 23; Commissie/Duitsland, EU:C:2006:49, punt 35, en Commissie/Oostenrijk, EU:C:2006:595, punten 39 en 42).




48
           

Een nationale regeling op een gebied dat niet op Unieniveau is geharmoniseerd, die geldt voor iedere persoon of onderneming die op het grondgebied van de betrokken lidstaat werkzaam is, kan echter, ondanks het feit dat zij tot een beperking van de vrijheid van dienstverrichting leidt, gerechtvaardigd zijn voor zover zij beantwoordt aan een dwingend vereiste van algemeen belang en dat belang niet reeds wordt gewaarborgd door de regels die voor de dienstverrichter gelden in de lidstaat waar hij is gevestigd, geschikt is om de verwezenlijking van het gestelde doel te waarborgen en niet verder gaat dan ter bereiking van dat doel noodzakelijk is (zie arresten Commissie/Luxemburg, EU:C:2004:655, punt 21; Commissie/Duitsland, EU:C:2006:49, punt 31, en Commissie/Oostenrijk, EU:C:2006:595, punt 37).

49
           

Het gebied van de terbeschikkingstelling van werknemers die onderdaan zijn van een derde land in het kader van een grensoverschrijdende dienstverrichting is tot op heden niet op Unieniveau geharmoniseerd. Derhalve dient te worden onderzocht of in die omstandigheden de beperkingen van de vrijheid van dienstverrichting die voortvloeien uit de regeling in het hoofdgeding hun rechtvaardiging vinden in een doelstelling van algemeen belang en, zo ja, of zij noodzakelijk zijn om die doelstelling doeltreffend en met passende middelen na te streven (zie arrest Commissie/Oostenrijk, EU:C:2006:595, punt 44 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

50
           

In antwoord op vragen over dit punt ter terechtzitting heeft de Nederlandse regering gesteld dat de regeling die in het hoofdgeding aan de orde is haar rechtvaardiging vindt in de doelstelling om de nationale arbeidsmarkt te beschermen.

51
           

In dat verband zij eraan herinnerd dat, hoewel het vermijden van verstoringen van de arbeidsmarkt inderdaad een dwingend vereiste van algemeen belang vormt, werknemers in dienst van een in een lidstaat gevestigde onderneming, die in een andere lidstaat ter beschikking worden gesteld om daar diensten te verrichten, niet de bedoeling hebben zich op de arbeidsmarkt van laatstbedoelde lidstaat te begeven, aangezien zij, na het volbrengen van hun taak, naar hun land van herkomst of woonplaats terugkeren (zie arresten Rush Portuguesa, C‑113/89, EU:C:1990:142, punt 15; Commissie/Luxemburg, EU:C:2004:655, punt 38, en Commissie/Oostenrijk, EU:C:2006:595, punt 55).

52
           

Een lidstaat mag evenwel nagaan of de in een andere lidstaat gevestigde onderneming die op zijn grondgebied werknemers uit een derde land ter beschikking stelt, de vrijheid van dienstverrichting niet voor een ander doel dan de betrokken dienst gebruikt (zie arresten Rush Portuguesa, EU:C:1990:142, punt 17; Commissie/Luxemburg, EU:C:2004:655, punt 39, en Commissie/Oostenrijk, EU:C:2006:595, punt 56).

53
           

Dergelijke controles moeten echter geschieden met inachtneming van de door het Unierecht gestelde beperkingen, met name die welke voortvloeien uit de vrijheid van dienstverrichting, die niet illusoir mag worden gemaakt en waarvan de uitoefening niet aan de beoordelingsvrijheid van de administratie onderworpen mag zijn (zie arresten Rush Portuguesa, EU:C:1990:142, punt 17; Commissie/Duitsland, EU:C:2006:49, punt 36, en Commissie/Luxemburg, EU:C:2004:655, punt 40).

54
           

In dat verband zij opgemerkt dat de bijzondere aard van de werkzaamheden van een onderneming bestaande in het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten die in dienst van die onderneming blijven zonder dat er met het inlenende bedrijf een arbeidsovereenkomst tot stand komt, niet tot gevolg heeft dat deze onderneming niet langer aan te merken is als een dienstverrichter op wie de artikelen 56 VWEU en volgende van toepassing zijn, en dergelijke werkzaamheden niet kan onttrekken aan de bepalingen inzake de vrijheid van dienstverrichting (zie arrest Webb, EU:C:1981:314, punt 10).

55
           

Hoewel een lidstaat dus de bevoegdheid toekomt om na te gaan of een in een andere lidstaat gevestigde onderneming die aan een in de eerste lidstaat gevestigde inlenende onderneming een dienst verstrekt die erin bestaat werknemers die onderdaan zijn van een derde land ter beschikking te stellen, de vrijheid van dienstverrichting niet gebruikt voor andere doeleinden dan het verstrekken van de betrokken dienst, en om daartoe de vereiste controlemaatregelen te nemen (zie arrest Commissie/Duitsland, EU:C:2006:49, punt 36), mag de uitoefening van deze bevoegdheden er niet toe leiden dat deze lidstaat onevenredige vereisten oplegt.

56
           

Permanente handhaving door een lidstaat van een vergunningsplicht voor de tewerkstelling van onderdanen van een derde land die ter beschikking worden gesteld aan een in deze lidstaat gevestigde onderneming door een in een andere lidstaat gevestigde onderneming, gaat verder dan noodzakelijk om de door de regeling in het hoofdgeding nagestreefde doelstelling te bereiken.

57
           

In dit verband zou de verplichting voor een dienstverrichter om aan de Nederlandse autoriteiten inlichtingen te verschaffen die bevestigen dat de betrokken werknemers in de lidstaat waar zij door de onderneming worden tewerkgesteld, voldoen aan alle voorschriften, met name inzake verblijf, werkvergunning en sociale zekerheid, die autoriteiten op een minder beperkende en even doeltreffende wijze als het vereiste van een tewerkstellingsvergunning dat in het hoofdgeding aan de orde is de waarborg bieden dat de situatie van die werknemers legaal is en zij hun hoofdactiviteit uitoefenen in de lidstaat waar de dienstverrichter is gevestigd (zie arresten Commissie/Luxemburg, EU:C:2004:655, punt 46, en Commissie/Duitsland, EU:C:2006:49, punt 41).

58
           

Een dergelijke verplichting zou kunnen bestaan in een eenvoudige voorafgaande verklaring, waardoor de Nederlandse autoriteiten de verstrekte gegevens kunnen controleren en de nodige maatregelen kunnen treffen wanneer de situatie van de betrokken werknemers niet legaal blijkt te zijn. Met name wanneer een dergelijke controle door de duur van de terbeschikkingstelling niet doeltreffend kan worden verricht, zou die verplichting eveneens kunnen bestaan in een beknopte mededeling van de vereiste documenten (zie arrest Commissie/Duitsland, EU:C:2006:49, punt 41).

59
           

Evenzo zou de verplichting voor een dienstverrichter om de Nederlandse autoriteiten vooraf in kennis te stellen van de aanwezigheid van een of meer ter beschikking gestelde werknemers, de vermoedelijke duur van die aanwezigheid en de dienst of diensten die de terbeschikkingstelling nodig maakt of maken, een even doeltreffende en minder beperkende maatregel zijn dan het vereiste van een tewerkstellingsvergunning in het hoofdgeding. Zij zou die autoriteiten in staat stellen de naleving van de Nederlandse sociale wetgeving gedurende de terbeschikkingstelling te controleren, en daarbij rekening te houden met de verplichtingen waaraan die onderneming reeds moet voldoen krachtens de sociaalrechtelijke regels van de lidstaat van herkomst (zie arresten Commissie/Luxemburg, EU:C:2004:655, punt 31, en Commissie/Duitsland, EU:C:2006:49, punt 45). Samen met de in punt 57 van het onderhavige arrest bedoelde gegevens die de betreffende onderneming over de situatie van de betrokken werknemers verstrekt, biedt een dergelijke verplichting die autoriteiten de mogelijkheid om in voorkomend geval na afloop van de voorziene duur van de terbeschikkingstelling de nodige maatregelen te treffen.





Als gevolg van dit arrest is de WAV gewijzigd per 1 januari 2017.


Artikel 1e
Het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening tijdelijk in Nederland arbeid verricht in dienst van een werkgever die buiten Nederland is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, mits:

    de vreemdeling voldoet aan alle voorschriften inzake verblijf, werkvergunning en sociale zekerheid om als werknemer van de werkgever arbeid te verrichten in het land waar de werkgever gevestigd is,

    de vreemdeling arbeid verricht die gelijksoortig is aan de arbeid waartoe de vreemdeling gerechtigd is in het land waar de werkgever gevestigd is,

    de vreemdeling slechts de vervanger is van een andere vreemdeling die gelijksoortige arbeid heeft verricht, indien de totale duur van de overeengekomen dienstverrichting niet wordt overschreden, en

    de werkgever daadwerkelijk substantiële activiteiten verricht als bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.


Ik kwam op een website (Flynth) nog deze handige info tegen:

De voorwaarden
Deze voorwaarden zijn vastgelegd in de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU (WagwEU):
  • De uitzendkracht moet tijdelijk arbeid verrichten in Nederland, in dienst van een dienstverlener die is gevestigd binnen de EU/EER of Zwitserland.
  • De arbeid in Nederland moet gelijksoortig zijn aan de arbeid waartoe de uitzendkracht gerechtigd is in het land van de dienstverlener.
     
  • De buitenlandse dienstverlener  moet substantiële activiteiten uitoefenen in de lidstaat waar hij is gevestigd.
     
  • De uitzendkracht mag niet door een andere vreemdeling worden vervangen als dit de totale duur van de overeengekomen dienstverlening overschrijdt.
     
  • De uitzendkracht voldoet aan alle voorschriften voor verblijf- en werkvergunning en sociale zekerheid, om (legaal) arbeid te mogen verrichten in het vestigingsland van de dienstverlener.
     
Notificatieplicht
De buitenlandse dienstverlener moet voldoen aan een zogenoemde ‘notificatieplicht’ in Nederland. Minimaal twee werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden wordt een melding gedaan bij het UWV. Bij het formulier moet een kopie van de  verblijfsvergunning en de werkvergunning, uitgegeven door het vestigingsland van de dienstverlener, worden meegestuurd.
Volgens de detacheringsrichtlijn moet altijd worden voldaan aan de harde kern van de arbeidsvoorwaarden. Deze kernvoorwaarden zijn vastgelegd in de WagwEU (Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie).


Als ik dit alles zo lees:


Als ik dit alles zo lees is dit geen substantiële oplossing voor bijvoorbeeld een rozenkweker in het Westland die nieuwe medewerkers wil voor in de kas wil of voor de Schotse visser die geen dekknechten kan vinden. Immers het mag maar tijdelijk en de meeste tijd moet de persoon in het andere EU land werken. Ze zouden natuurlijk wel kunnen rouleren. Ik kan me voorstellen dat dit wel een oplossing kan zijn om tijdens het kersenpluk-seizoen of het aarbeien-pluk seizoen van een paar weken waarbij een uitzendbureau een stel boerenknechten die normaal voor dat arbeidsbureau in Polen werken een paar weken in Nederland laat werken.

Voor de mensen op zoek naar een permanente oplossing zou ik een drietrapsraket met het UWV aanraden. 1) Plaatselijk uit te zetten vacature bij het UWV 2) Vacature EU breed met hulp van het UWV en als er dan nog geen gegadigden zijn een werkvergunning gaan aanvragen. 3) Zijn er buitenlandse uitzendbureau's die wel legaal Derdelanders in dienst hebben?

Voor de bedrijven die hier wel voor gaan kiezen is het dus zaak om zowel de Poolse verblijfsvergunning als de Poolse werkvergunning en een vertaling daarvan aan het UWV te doen toekomen. Ik zou ook in het contract tussen uitzendbureau en inhuurder laten opnemen dat het Poolse uitzendbureau aansprakelijk is voor eventuele kosten die zich zouden kunnen voordoen als er iets toch mis zou zijn met het verblijf van de ingehuurde arbeidskracht.

Laat een deskundige de boel even goed checken!

Recente berichten


en meer

Vreemdelingenrecht.com blog Headline Animator

Lekker gemakkelijk: Neem een e-mail abonnement op deze blog

Leuk dat u vandaag deze weblog leest! Wist u dat u zich kan aanmelden voor een e-mail abonnement? Wanneer ik dan nieuwe berichten plaats krijgt u hooguit eens per dag een mailtje met een overzicht van de nieuwe berichten. Die berichten kunnen gaan over wat er in de krant staat over asielzoekers, migranten of politieke strubbelingen over het vreemdelingenbeleid, maar het kunnen ook interessante uitspraken van de rechtbank of de Raad van State betreffen of nieuw beleid van meneer Teeven. Een abonnement kost u niets. Het enige wat u hoeft te doen is op onderstaande link te klikken en later er om te denken dat u uw wens bevestigt (u krijgt hiervoor een engelstalig mailtje van feedburner dus let op uw spamfilter!!!!)

Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

Vreemdelingenrecht.com blog Headline Animator