UITSPRAAK: Driejaren termijn in het kader van verblijf bij Turkse werknemer moet bij dezelfde persoon zijn
Beoordeling 6.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat een gezinslid slechts aan de oorspronkelijke verblijfsgever een verblijfsrecht als bedoeld in artikel 7, eerste gedachtestreepje, van Besluit 1/80 kan ontlenen. De rechtbank licht dit oordeel hieronder toe. 6.2. Terecht heeft verweerder gesteld dat het arrest Kadiman op onderhavige zaak van toepassing is. Anders dan eiser betoogt, gaat dit arrest niet alleen over de vraag hoe moet worden omgegaan met de onderbreking van het samenleven in gezinsband (zie de tweede en de derde prejudiciĆ«le vraag) maar ook – als voorvraag – of de Turkse werknemer en zijn gezinslid gedurende de gehele periode van drie jaar moeten hebben samengewoond (zie de eerste prejudiciĆ«le vraag). 6.3. Eveneens terecht heeft verweerder gesteld dat het arrest Kadiman aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat het gezinslid gedurende drie jaar moet hebben samengewoond met de Turkse werknemer bij wie hij...