Doorgaan naar hoofdcontent

Aanbevolen post

Inreisverbod voor studenten en kennismigranten opgeheven

Als de grenzen van een land open zijn voor Nederlandse toeristen en er gelden geen quarantainemaatregelen bij binnenkomst in dat land dan kan het reisadvies van ‘oranje’ (niet-noodzakelijk reizen) naar ‘geel’ (let op veiligheidsrisico’s) veranderen. Op dat moment geldt dan het advies dat reizen ook voor toeristische doeleinden weer tot de mogelijkheden behoort.Landen die al op oranje of rood stonden op basis van de veiligheidssituatie worden uiteraard niet afgeschaald als aan bovenstaande voorwaarden is voldaan.
Daarnaast zijn de uitzonderingscategorieën waarvoor het inreisverbod nu geldt uitgebreid met personen uit derde landen die naar Nederland komen om te studeren of als kennismigrant waarbij het niet mogelijk is het werk van afstand te vervullen of dit uit te stellen. Ook zal voor personen die naar EU+ gebied reizen met EU/Schengen-nationaliteit of verblijfsrecht niet langer gelden dat deze reis als doel huiswaarts keren moet hebben.
Zie Kamerbrief met o.a. een lijst "veilige …

Hoe moet je beoordelen of iemand als familielid ten laste komt voor de refenrent in het kader van de Europese regelgeving? (uitspraak Raad van State)

LJN: BL1452, Raad van State , 200903327/1/V2


Datum uitspraak: 25-01-2010
Datum publicatie: 01-02-2010
Rechtsgebied: Vreemdelingen
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Richtlijn 2004/38/EG / beoordeling of een vreemdeling ten laste komt van de referent
Gelet op voormeld arrest van het Hof heeft de rechtbank terecht overwogen dat ter beantwoording van de vraag of de vreemdeling sub 1 ten laste komt van de referent moet worden beoordeeld of zij ten tijde van het verzoek om afgifte van een verblijfsdocument de materiële ondersteuning van de referent nodig had teneinde in haar land van herkomst, Turkije, in haar basisbehoeften te kunnen voorzien. Dat het vorenstaande tot gevolg heeft dat door de staatssecretaris, nu de vreemdeling reeds langere tijd in Nederland verblijft, een fictieve situatie beoordeeld dient te worden, leidt niet tot een ander oordeel. Dit laat onverlet dat, zoals uit voormelde uitspraak van het Hof, alsmede uit artikel 8.13, derde lid, aanhef en onder d, van het Vb 2000 volgt, het aan de vreemdeling is het bestaan van een situatie van reële afhankelijkheid te bewijzen. De grief faalt in zoverre.





Uitspraak

200903327/1/V2.
Datum uitspraak: 25 januari 2010


Raad van State
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK


Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Rotterdam, van 6 april 2009 in zaken nrs. 08/34726, 08/34729 en 08/35002 in de gedingen tussen:

[de vreemdeling sub 1] en [de vreemdelingen sub 2 en 3]

en

de staatssecretaris van Justitie.


1. Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 13 november 2007 heeft de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) aanvragen van [de vreemdeling sub 1] (hierna: de vreemdeling sub 1) en [de vreemdelingen sub 2 en 3] (hierna: de vreemdelingen sub 2 en 3; tezamen: de vreemdelingen) om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

Bij onderscheiden besluiten van 11 september 2008 heeft de staatssecretaris de daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Deze besluiten zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 6 april 2009, verzonden op 10 april 2009, heeft de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Rotterdam (hierna: de rechtbank), de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris nieuwe besluiten op de gemaakte bezwaren neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 8 mei 2009, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De vreemdelingen hebben een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.


2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (hierna: de richtlijn) worden bij de richtlijn de voorwaarden vastgesteld voor uitoefening van het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten door burgers van de Unie en hun familieleden.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, van de richtlijn wordt bij de richtlijn tevens het duurzame verblijfsrecht op het grondgebied van de lidstaten voor burgers van de Unie en hun familieleden vastgesteld.

Ingevolge artikel 2, eerste lid van de richtlijn wordt onder een burger van de Unie eenieder verstaan die de nationaliteit van een lidstaat bezit.

Ingevolge artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, van de richtlijn wordt onder familielid verstaan de echtgenoot.

Ingevolge artikel 2, tweede lid, aanhef en onder d, van de richtlijn wordt onder familielid verstaan de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn, alsmede die van de echtgenoot of partner als bedoeld onder b, die te hunnen laste zijn.

Ingevolge artikel 3, tweede lid aanhef en onder a, van de richtlijn, voor zover hier van belang, vergemakkelijkt het gastland, onverminderd een persoonlijk recht van vrij verkeer of verblijf van de betrokkenen, overeenkomstig zijn nationaal recht binnenkomst en verblijf van niet onder de definitie van artikel 2, tweede lid vallende familieleden, ongeacht hun nationaliteit, die in het land van herkomst ten laste zijn van of inwonen bij de burger van de Unie die het verblijfsrecht in eerste instantie geniet.

Ingevolge artikel 8.7, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: het Vb 2000), voor zover hier van belang, is paragraaf 2 van afdeling 2 van het Vb 2000 van toepassing op vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Ingevolge artikel 8.7, tweede lid aanhef en onder a, van het Vb 2000 is deze paragraaf eveneens van toepassing op de familieleden die een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid naar Nederland begeleiden of zich bij hem in Nederland voegen, voor zover het betreft de echtgenoot.

Ingevolge artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder d, van het Vb 2000, voor zover hier van belang, geldt datzelfde voor de rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn die ten laste is van de vreemdeling of van het gezinslid, bedoeld onder a.

Ingevolge artikel 8.7, derde lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000, voor zover hier van belang, is deze paragraaf van toepassing op andere familieleden dan bedoeld in het tweede lid, die zich in Nederland bij een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid voegen, in het geval zij in het land van herkomst ten zijne laste zijn of inwonen bij die vreemdeling.

Ingevolge artikel 8.13, derde lid, aanhef en onder d, van het Vb 2000, overlegt een vreemdeling, voor zover hij in Nederland verblijft als familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder d, bij de indiening van zijn aanvraag bewijs dat hij een dergelijk familielid is.

2.2. In zijn grief, voor zover deze ziet op de vreemdeling sub 1, klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat ter beantwoording van de vraag of de vreemdeling sub 1 ten laste komt van de referent, zijnde haar zoon, en zijn echtgenoot die burger van de Unie is, moet worden beoordeeld of de vreemdeling sub 1 ten tijde van haar verzoek om afgifte van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000 de materiële ondersteuning van de referent en zijn echtgenoot nodig had teneinde in Turkije in haar basisbehoeften te kunnen voorzien. Daartoe betoogt hij dat deze uitleg ertoe zou leiden dat hij een fictieve situatie zou moeten beoordelen, nu de vreemdeling ten tijde van haar verzoek om afgifte niet in Turkije, maar reeds langere tijd in Nederland verbleef.

2.2.1. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: het Hof) heeft in zijn arrest van 9 januari 2007 (zaak nr. C-1/05; Yunying Jia v Migrationsverket; NJ 2007, 304) in het kader van de door richtlijn 2004/38/EG vervangen richtlijn 73/148/EG overwogen dat onder "te hunnen laste komen" moet worden verstaan dat het familielid van een gemeenschapsonderdaan die in een andere lidstaat is gevestigd in de zin van artikel 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de materiële ondersteuning nodig heeft van deze onderdaan of zijn echtgenoot teneinde in zijn basisbehoeften te kunnen voorzien in de staat van oorsprong of van herkomst van dit familielid op het moment dat hij verzoekt om hereniging met die onderdaan. Voorts heeft het Hof overwogen dat de noodzaak van financiële ondersteuning kan worden aangetoond met ieder passend middel, terwijl het mogelijk is dat het enkele feit dat de gemeenschapsonderdaan of zijn echtgenoot zich ertoe verbindt, de zorg voor het familielid op zich te nemen, niet wordt aanvaard als bewijs van het bestaan van een situatie van reële afhankelijkheid van dit familielid.

2.2.2. Gelet op voormeld arrest van het Hof heeft de rechtbank terecht overwogen dat ter beantwoording van de vraag of de vreemdeling sub 1 ten laste komt van de referent moet worden beoordeeld of zij ten tijde van het verzoek om afgifte van een verblijfsdocument de materiële ondersteuning van de referent nodig had teneinde in haar land van herkomst, Turkije, in haar basisbehoeften te kunnen voorzien. Dat het vorenstaande tot gevolg heeft dat door de staatssecretaris, nu de vreemdeling reeds langere tijd in Nederland verblijft, een fictieve situatie beoordeeld dient te worden, leidt niet tot een ander oordeel. Dit laat onverlet dat, zoals uit voormelde uitspraak van het Hof, alsmede uit artikel 8.13, derde lid, aanhef en onder d, van het Vb 2000 volgt, het aan de vreemdeling is het bestaan van een situatie van reële afhankelijkheid te bewijzen. De grief faalt in zoverre.

2.3. In de grief, voor zover deze ziet op de vreemdelingen sub 2 en 3, klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij op grond van artikel 8.7, derde lid, van het Vb 2000 diende te beoordelen of de vreemdelingen sub 2 en 3 ten tijde van hun verzoek om afgifte van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, indien zij op dat moment in Turkije zouden verblijven, ten laste zouden zijn van de referent en zijn echtgenoot.

2.3.1. Voordat kan worden toegekomen aan de in 2.3. opgeworpen rechtsvraag dient te worden beoordeeld of de vreemdelingen sub 2 en 3 kunnen worden aangemerkt als familieleden, zoals bedoeld in artikel 8.7, derde lid, van het Vb 2000. In dat artikel, voor zover hier van belang, is het begrip "andere familieleden dan bedoeld in het tweede lid" beperkt tot familieleden van de burger van de Unie, die in het land van herkomst ten laste zijn van of inwonen bij die burger van de Unie. Nu de vreemdelingen sub 2 en 3 in het land van herkomst nimmer ten laste zijn geweest van of hebben ingewoond bij de burger van de Unie aan wiens verblijfsstatus zij een verblijfsrecht beogen te ontlenen, heeft de rechtbank niet onderkend dat zij niet kunnen worden aangemerkt als familieleden als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, van het Vb 2000. De grief, voor zover deze ziet op de vreemdelingen sub 2 en 3, slaagt derhalve.

2.4. Het hoger beroep, voor zover dat ziet op de vreemdelingen sub 2 en 3, is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient in zoverre te worden vernietigd. De aangevallen uitspraak dient voor het overige te worden bevestigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zullen de besluiten van 11 september 2008 die zien op de vreemdelingen
sub 2 en 3 worden getoetst in het licht van de daartegen in eerste aanleg voorgedragen beroepsgronden in zoverre daarop, na hetgeen hiervoor is overwogen, nog moet worden beslist.

2.5. Gelet op hetgeen in 2.3.1. is overwogen zijn de inleidende beroepen ongegrond.

2.6. De staatssecretaris dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.


3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep, voor zover dat ziet op de vreemdelingen sub 2 en 3, gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Rotterdam, van 6 april 2009 in zaken nrs. 08/34729 en 08/35002;
III. verklaart de door de vreemdelingen sub 2 en 3 bij de rechtbank in die zaken ingestelde beroepen ongegrond;
IV. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
V. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling sub 1 in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.


Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. H.G. Sevenster, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.


w.g. Lubberdink
voorzitter

w.g. Zwemstra
ambtenaar van Staat


Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2010

91-574.
Verzonden: 25 januari 2010

Voor eensluidend afschrift,
de secretaris van de Raad van State,


mr. H.H.C. Visser

Bron: rechtspraak.nl



Reacties

Beijing2008 zei…
Volgens mij is dit een zeer wazige en onterechte uitspraak; uit het Jia -arrest blijkt dat ook familieleden van de echtgenoot van de EU onderdaan vallen onder de Richtlijn, de stelling in deze uitspraak gaat uit van het feit dat alleen de EU-onderdaan die gebruik heeft gemaakt van het recht op vrij verkeer , het recht doorgeeft aan familieleden ,die in het land van herkomst van hem afhankelijk waren en bij hem inwoonden,en recht hebben op verkrijgen van een verblijfsstatus.
Beijing2008 zei…
Ter verduidelijking;
Ter verduidelijking;
Ingevolge artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, van de richtlijn wordt onder familielid verstaan de echtgenoot.

Ingevolge artikel 2, tweede lid, aanhef en onder d, van de richtlijn wordt onder familielid verstaan de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn, alsmede die van de echtgenoot of partner als bedoeld onder b, die te hunnen laste zijn.

Ingevolge artikel 3, tweede lid aanhef en onder a, van de richtlijn, voor zover hier van belang, vergemakkelijkt het gastland, onverminderd een persoonlijk recht van vrij verkeer of verblijf van de betrokkenen, overeenkomstig zijn nationaal recht binnenkomst en verblijf van niet onder de definitie van artikel 2, tweede lid vallende familieleden, ongeacht hun nationaliteit, die in het land van herkomst ten laste zijn van of inwonen bij de burger van de Unie die het verblijfsrecht in eerste instantie geniet.

Recente berichten


en meer

Populaire posts van de afgelopen 30 dagen

Coronavirus: Commission recommends partial and gradual lifting of travel restrictions to the EU after 30 June, based on common coordinated approach

Today the Commission recommends to Schengen Member States and Schengen Associated States to lift internal border controls by 15 June 2020 and to prolong the temporary restriction on non-essential travel into the EU until 30 June 2020; and sets out an approach to progressively lifting the restriction afterwards. Given that the health situation in certain third countries remains critical, the Commission does not propose a general lifting of the travel restriction at this stage. The restriction should be lifted for countries selected together by Member States, based on a set of principles and objective criteria including the health situation, the ability to apply containment measures during travel, and reciprocity considerations, taking into account data from relevant sources such as ECDC and WHO. For countries towards which the restriction remains in place, the Commission proposes to enlarge the categories of permitted travellers to include, for instance, international st…

"Hand out for migrants with a zoekjaar." by lawyer mr Kleijweg

A few weeks ago mr Kleijweg and I hosted a webinar for people who were here with a Searchyear permit. During the meeting it became clear that those former students were not always well informed about the benefits for them. A former student who has a Zoekjaar verblijfsvergunning (Seachyear permit) does not need those high salary amounts a normal highly qualifies migrant does AND the employer does not need a workpermit for the employee. So mr Kleijweg made a handout for those foreign students.
The basis of the migrationlaw in The Netherlands is the national interest. Only if there is a national interest, a residencepermit will be granted. For that reason there is the “High skilled migrants permit”. When you are granted the “zoekjaar” there is a special arrangement in place. During this “zoekjaar” you are allowed to do any job without salary threshold. See https://ind.nl/en/work/Pages/Looking-for-a-job-after-study-promotion-or-research.aspx. If you want to continue working after yo…

UITSPRAAK: De rechtbank vindt dat de IND Corona als smoes gebruikt

De rechtbank overweegt als volgt. Verweerder had al ruim voor de Coronacrisis intrad gevolg moeten geven aan de uitspraak van de rechtbank van 26 september 2019. De uitspraak laat geen ruimte aan verweerder om anders dan binnen de in die uitspraak gestelde termijn op de asielaanvragen te beslissen. Verweerder wordt geacht er alles aan te doen de uitspraak van de rechtbank na te leven. De mededeling van verweerder dat het niet mogelijk is toezeggingen te doen omtrent de termijn waarbinnen in de voorliggende zaak kan worden beslist, vindt de rechtbank in het licht van de opdracht in de uitspraak van 26 september 2019 ongepast. Echter nu verweerder heeft aangegeven een aanvullend gehoor te willen houden draagt de rechtbank verweerder op uiterlijk binnen vier weken na verzending van deze uitspraak besluiten te nemen op de aanvragen.
Procesverloop Bij besluiten van 3 maart 2017 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van
eisers tot het verlenen va…

Na bijna 50 jaar legaal verblijf wordt grote boef uitgezet! Raad van State uitspraak over toetsing 8 EVRM

201908940/1/V2.
Datum uitspraak: 1 juli 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op de hoger beroepen van:
1.    de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
2.    [de vreemdeling],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 november 2019 in zaak nr. 19/1051 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 14 juli 2017 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij besluit van 11 februari 2019 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 15 november 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard,…

VACATURE: (Senior) Adviseur De Immigratie- en Naturalisatiedienst

De Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft bij directie Strategie en Uitvoeringsadvies, afdeling Integraal Advies Regulier Verblijf en Nederlanderschap één vacature voor de functie van (Senior) Adviseur (schaal 11). Het betreft hier een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van ongeveer 10 maanden.
Je draagt bij aan de beantwoording van (beleids)vraagstukken op een deelterrein of bepaald aandachtsgebied van het vreemdelingenbeleid. Daartoe ontwikkel je, op basis van eigen analyse en onderzoek, adviesproducten voor jouw opdrachtgever. De adviesproducten hebben een integraal karakter. Dat wil zeggen dat je bij jouw advies aspecten hebt betrokken van aanpalende beleidsterreinen, dienstverlening, handhaving, IV en bedrijfsvoering. Jouw taak eindigt niet met het geven van advies. Je draagt bij aan de implementatie en uitvoering van het advies en monitort de effectiviteit van het advies en het adviesproces. Je stelt deze, waar nodig, bij indien dat leidt tot een verbetering v…

Uitspraak: Is plaatsing in een "Hufter-proof" AZC vrijheidsontneming?

Artikel 56 Vw-maatregel gekoppeld aan plaatsing in de nieuw geopende Handhavings- en toezichtlocatie in Hoogeveen. Vrijheidsbeperking of vrijheidsontneming?

ECLI:NL:RBDHA:2020:4558
Instantie Rechtbank Den HaagDatum uitspraak 25-05-2020Datum publicatie 25-05-2020 Zaaknummer NL20.10089
Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig


Het EHRM heeft in een aantal zaken het toetsingskader voor de beoordeling van deze rechtsvraag uiteengezet.

De rechtbank overweegt dat de uiterst beperkte oppervlakte van zone I en II, het fysiek afgesloten zijn van de buitenwereld, de mate en intensiteit van toezicht en het ontbreken van een bij wet bepaalde maximale duur van de maatregel ex artikel 56 Vw op zichzelf en zeker in onderlinge samenhang bezien zeer sterke aanwijzingen vormen dat de maatregel ex artikel 56 Vw, voor zover deze is gekoppeld aan plaatsing in de HTL, gekwalificeerd moet worden als vrijheidsontneming zoals bedoeld in artik…

VACATURE: International HR & Payroll Operations Associate Netherlands

Would you like to continue your career in a versatile Human Resource role?Would you be a perfect fit for a young, vibrant pan-European team?Do you want to work in a monumental office building (close to public transport) in Breda,?

ABOUT PARAKAR
The Parakar Group is an employment services organisation offering a wide spectrum of solutions in the domain of globally outsourced HR- and payroll management. We offer solutions to companies and individuals to compliantly engage in employment relationships that not only cross geographical borders and cultures but also help bridge statutory and employment-legal context. Our services range from outsourced employment management, including International HR- and payroll accounting, work permit process management to relocation services, among others.
Our clients, based on all continents, want to employ staff in the Netherlands or another EU country. For these clients we provide ‘Employer of Record’ (EOR)-services, making sure that their e…

Uitspraak: Vluchtelingenwerk adviseert foutief over bezwaartermijn, bezwaar te laat, IND strijkt niet over het hart. Rechtbank toetst de wet

Ik mis hier een overweging WAAROM het niet verschoonbaar is maar dat komt wellicht omdat de advocaat daartoe niets heeft aangevoerd. Je zou wellicht kunnen zeggen dat Vluchtelingenwerk een officiele rol lijkt te hebben gekregen door de overheid in procedures. In bepaalde gevallen wordt Vluchtelingenwerk subsidie gegeven en kan een advocaat geen toevoeging krijgen (aanvragen, nareizen). Zou deze meneer als buitenlander dan niet hebben mogen vertrouwen op goed advies?
Aan de andere kant wordt een slechte advocaat een eiser ook toegerekend. Dat is de advocaat wel aansprakelijk voor de schade. Zou in deze zaak Vluchtelingenwerk daar niet op kunnen worden aangesproken?




De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Eiser heeft verzocht om vrijstelling van de griffierechten. Hij heeft zijn verzoek onderbouwd met een verklaring van afwezigheid van inkomen en vermogen. Mede gelet op de uitspraak van de Centrale Raad va…

Waar moet een advocaat aan voldoen om vreemdelingenrecht zaken o.b.v. gesubsidieerde rechtsbijstand te mogen doen?

BIJLAGE 1 VREEMDELINGENRECHT, VREEMDELINGENPIKET EN VREEMDELINGENBEWARINGSZAKEN 1 Onvoorwaardelijke inschrijving vreemdelingenrecht De advocaat die wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen op het terrein van het vreemdelingenrecht (niet zijnde asielrechtsbijstand) dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien dient hij terzake:
ofwel:
a) met succes de beroepsopleiding van de NOvA (beroepsopleiding oude stijl van vóór september 2013) voltooid te hebben. Deze eis geldt niet voor advocaten die werden beëdigd voordat de beroepsopleiding in 1989 werd ingevoerd en; b) een certificaat van succesvolle deelname te overleggen aan door de Raad landelijk erkende cursussen op het gebied van het vreemdelingenrecht in de drie jaar voorafgaand …

Nu het stof is neergedaald, blijkt geen enkele asielzoeker zich schuldig gemaakt aan moord of doodslag

Nu het stof is neergedaald, blijkt geen enkele asielzoeker zich schuldig gemaakt aan moord of doodslag, maar dat zal de voorpagina's niet halen. https://t.co/a1TifvcPLh — Leo Lucassen (@Leolucassen) January 18, 2020





2/Hier de nadere uitsplitsing van de categorie 'overig', waar discussie over was omdat er naar gevraagd moest worden, inclusief 31 opgevoerde incidenten in de categorie moord/doodslag. Uiteindelijk bleek geen enkele asielaanvrager aan moord/ doodslag schuldig te zijn geweest. pic.twitter.com/RqbLaAzuJ5 — Ruben van Gaalen (@rubenivangaalen) January 17, 2020

Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst ma…