Posts

Er worden posts getoond met het label familielid

Tussenuitspraak over verblijfsvergunning aanvragen zonder mvv /TEV. IND had onvoldoende gemotiveerd.

ECLI:NL:RBDHA:2015:1321 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 11-02-2015 Datum publicatie 11-02-2015 Zaaknummer AWB 14/22012 Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie Afwijzing van de aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf in verband met onrechtmatig verblijf. Vernietiging van het bestreden besluit wegens motiveringsgebreken. Inhoudelijke beoordeling in het kader van finale geschilbeslechting. Onrechtmatig verblijf kan geen afwijzingsgrond vormen indien eisers in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’. Niet kan worden vastgesteld of voldaan wordt aan deze beperking. De authenticiteit van ongehuwdverklaring is voldoende gemotiveerd betwist. Het is vervolgens aan eisers om aan te tonen dat het document wel authentiek is. De belangenafweging in het kader van 8 EV...

Beantwoording door Europese Hof van Justitie van prejudiciƫle vragen over Richtlijn 2004/38 inzake "andere familieleden"

Afbeelding
ARREST VAN HET HOF (Grote kamer) 5 september 2012(*) „Richtlijn 2004/38/EG – Recht van vrij verkeer en verblijf op grondgebied van lidstaten voor burgers van Unie en hun familieleden – Artikel 3, lid 2 – Verplichting om overeenkomstig nationaal recht binnenkomst en verblijf van ‚andere familieleden’ ten laste van burger van Unie te vergemakkelijken” In zaak C‑83/11, betreffende een verzoek om een prejudiciĆ«le beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Upper Tribunal (Immigration and Asylum Chamber) (Verenigd Koninkrijk) bij beslissing van 3 februari 2011, ingekomen bij het Hof op 22 februari 2011, in de procedure Arrest 1         Het verzoek om een prejudiciĆ«le beslissing betreft de uitlegging van de artikelen 3, lid 2, en 10, lid 2, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidsta...

Europese gezinsherenigingsrichtlijn onvolledig geĆÆmplementeerd ten aanzien van familieleden in opgaande lijn(uitspraak)

Afbeelding
LJN: BW1166, Rechtbank 's-Gravenhage , zittingsplaats Amsterdam , AWB 11/28120 Datum uitspraak: 08-03-2012 Datum publicatie: 10-04-2012 Rechtsgebied: Vreemdelingen Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie: Artikel 9 Vw document, verblijf bij schoondochter, richtlijnconforme interpretatie van artikel 8.7, tweede lid van het Vb 2000 Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, stelt rechtmatig in Nederland te verblijven als familielid van haar in Nederland wonende schoondochter met de Franse nationaliteit. Verweerder heeft het door eiseres gevraagde document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000 niet afgegeven, omdat niet is voldaan aan een van de eisen van artikel 8.7, derde lid, van het Vb 2000. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij niet een ‘ander’ familielid is in de zin van het derde lid van artikel 8.7 van het Vb 2000, maar een rechtstreekse bloedverwant zoals bedoeld in het tweede lid, sub d, van bovenvermeld artikel. Zij is immers...

Prejudiciele vragen rechten afhankelijke familieleden

Afbeelding
Prejudiciele vragen rechten afhankelijke familieleden Upper Tribunal Deel1 http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2011:145:0009:0009:NL:PDF Verzoek om een prejudiciĆ«le beslissing ingediend door het Upper Tribunal (Immigration and Asylum Chamber) London (Verenigd Koninkrijk) op 22 februari 2011 — Secretary of State for the Home Department/Muhammad Sazzadur Rahman, Fazly Rabby Islam, Mohibullah Rahman (Zaak C-83/11) (2011/C 145/12) Procestaal: Engels Verwijzende rechter Upper Tribunal (Immigration and Asylum Chamber) London Partijen in het hoofdgeding Verzoekende partij: Secretary of State for the Home Department Verwerende partijen: Muhammad Sazzadur Rahman, Fazly Rabby Islam, Mohibullah Rahman PrejudiciĆ«le vragen 1) Vereist artikel 3, lid 2, van richtlijn 2004/38/EG ( 1 ) dat een lidstaat een wettelijke regeling vaststelt om de binnenkomst en/of het verblijf in een lidstaat te vergemakkelijken voor een groep andere familieleden die geen burger zijn van d...

Hoe moet je beoordelen of iemand als familielid ten laste komt voor de refenrent in het kader van de Europese regelgeving? (uitspraak Raad van State)

LJN: BL1452, Raad van State , 200903327/1/V2 Datum uitspraak: 25-01-2010 Datum publicatie: 01-02-2010 Rechtsgebied: Vreemdelingen Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Richtlijn 2004/38/EG / beoordeling of een vreemdeling ten laste komt van de referent Gelet op voormeld arrest van het Hof heeft de rechtbank terecht overwogen dat ter beantwoording van de vraag of de vreemdeling sub 1 ten laste komt van de referent moet worden beoordeeld of zij ten tijde van het verzoek om afgifte van een verblijfsdocument de materiƫle ondersteuning van de referent nodig had teneinde in haar land van herkomst, Turkije, in haar basisbehoeften te kunnen voorzien. Dat het vorenstaande tot gevolg heeft dat door de staatssecretaris, nu de vreemdeling reeds langere tijd in Nederland verblijft, een fictieve situatie beoordeeld dient te worden, leidt niet tot een ander oordeel. Dit laat onverlet dat, zoals uit voormelde uitspraak van het Hof, alsmede uit artikel 8.13, derde lid, aanhef en onder...