Doorgaan naar hoofdcontent

Aanbevolen post

UITSPRAAK: In een Chavez Vilchez procedure moet de IND 8 EVRM ook toetsen als daar een beroep op is gedaan

Regulier; Chavez-Vilchez; ambtshalve toets aan artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser niet in aanmerking komt voor een Chavez-verblijfsrecht, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn Italiaanse verblijfsrecht is komen te vervallen. Hij valt dus niet onder de reikwijdte van het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom hij niet ambtshalve heeft getoetst aan artikel 8 van het EVRM. De gegeven toelichting in beroep brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Beroep gegrond. Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14830 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2022 in de zaak tussen [eiser] , v-nummer [nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.J. Verwers), en de staatssecretaris van Justitie en

Vreemdelingenbewaring en het BRAX-arrest (uitspraak Raad van State)

In deze zaak gaat het niet (meer) over de vraag of iemand terecht in bewaring is gesteld maar over de vraag of de bewaring moet worden opgeheven omdat zijn Nederlandse partner in Duitsland woont en hij wellicht toegang zou kunnen krijgen tot Duitsland. Immers, vreemdelingenbewaring dient te worden opgeheven zodra iemand toegang heeft tot zijn land van herkomst of een ander land en zal vertrekken.
De vraag die hier eigenlijk voorligt draait om het feit dat deze meneer geen paspoort heeft en sommigen lezen uit het BRAX-arrest dat een paspoort niet noodzakelijk is voor toegang. Het is volgens de Raad van State echteer dan wel noodzakelijk dat iemand zijn identiteit in dat geval op een andere manier aantoont. Onderhavige vreemdeling had alleen een kopie.



LJN: BP1919, Raad van State , 201009741/1/V3

Datum uitspraak: 18-01-2011
Datum publicatie: 25-01-2011
Rechtsgebied: Vreemdelingen
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Vreemdelingenbewaring / arrest Brax / kopie niet voldoende voor vaststelling identiteit
In het arrest BRAX heeft het Hof, voor zover thans van belang, het volgende overwogen: 55. [D]e lidstaten [moeten] volgens de gelijkluidende bepalingen van artikel 3, lid 1, van richtlijn 68/360 en artikel 3, lid 1, van richtlijn 73/148, onderdanen van de lidstaten en hun gezinsleden op wie deze richtlijnen van toepassing zijn, op vertoon van een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort zonder meer op hun grondgebied toelaten. (…) 57. Aangezien de gemeenschapsregeling niet specificeert welke maatregelen een lidstaat mag nemen wanneer een onderdaan van een derde land die gehuwd is met een onderdaan van een lidstaat, zonder geldige identiteitskaart of geldig paspoort, of in voorkomend geval zonder visum, het grondgebied van de Gemeenschap wil binnenkomen, is de terugwijzing aan de grens niet uitgesloten (…). 58. Zonder geldige identiteitskaart of zonder geldig paspoort, die de houder ervan in staat moeten stellen zijn identiteit en zijn nationaliteit te bewijzen (…), kan de betrokkene immers in beginsel niet geldig zijn identiteit bewijzen, en dus evenmin zijn gezinsbanden. (…) 62. Op de eerste prejudiciële vraag dient dus te worden geantwoord, dat artikel 3 van richtlijn 68/360, artikel 3 van richtlijn 73/148 en verordening nr. 2317/95, tegen de achtergrond van het evenredigheidsbeginsel, aldus dienen te worden uitgelegd, dat een lidstaat een onderdaan van een derde land die gehuwd is met een onderdaan van een lidstaat, en die zonder geldige identiteitskaart of geldig paspoort, of in voorkomend geval zonder visum, zijn grondgebied tracht binnen te komen, niet aan de grens mag terugwijzen wanneer deze echtgenoot het bewijs kan leveren van zijn identiteit en huwelijksband, en uit niets blijkt dat hij een gevaar is voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid in de zin van artikel 10 van richtlijn 68/360 en artikel 8 van richtlijn 73/148. Hoewel het arrest BRAX betrekking had op de uitleg van richtlijn 68/360 en 73/148, is het arrest ook van belang voor de uitleg van de Richtlijn, waarbij genoemde richtlijnen zijn ingetrokken. Uit, onder meer, dit arrest is af te leiden dat van een vreemdeling die stelt aanspraken te ontlenen aan het Unierecht in beginsel gevergd kan worden dat hij zijn gestelde identiteit en nationaliteit aantoont aan de hand van een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort. Vaststaat dat de vreemdeling geen geldig paspoort heeft overgelegd om zijn beroep op de artikelen 5 en 6 van de Richtlijn te staven. Gelet hierop hoeft Duitsland de vreemdeling niet zonder meer tot haar grondgebied toe te laten. De vreemdeling die zijn identiteit niet op deze wijze kan aantonen, kan in beginsel geen aanspraken ontlenen aan het Unierecht, tenzij hij het gestelde alsnog op andere wijze, aantoont. De stukken waarop de vreemdeling zich heeft beroepen ter onderbouwing van zijn betoog dat zijn identiteit voldoende vaststaat, kunnen niet zonder meer worden aangemerkt als voldoende bewijs van zijn identiteit, zoals bedoeld in het arrest in de zaak BRAX, reeds nu deze slechts in kopie zijn overgelegd en de authenticiteit ervan dus niet vaststaat. Vooralsnog kan aldus niet worden vastgesteld dat de vreemdeling ten tijde van belang, als gesteld begunstigde van de Richtlijn, jegens Duitsland daadwerkelijk aanspraak kan maken op het recht van toegang en verblijf als bedoeld in de artikelen 5 en 6 van de Richtlijn. Mitsdien heeft de vreemdeling evenmin aannemelijk gemaakt dat hij in de gelegenheid is uit Nederland te vertrekken als bedoeld in artikel 59, derde lid, van de Vw 2000. Reeds hierom faalt de grief.

-----------------


Uitspraak

201009741/1/V3.
Datum uitspraak: 18 januari 2011


AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK



Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 8 oktober 2010 in zaak nr. 10/32958 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Justitie.


1. Procesverloop

Bij besluit van 20 september 2010 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 8 oktober 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 8 oktober 2010, hoger beroep ingesteld. De vreemdeling heeft zijn hoger beroep aangevuld bij brief van 15 oktober 2010. Deze brieven zijn aangehecht.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen
2.1. De vreemdeling klaagt, voor zover thans van belang, dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist op basis van het verhandelde ter zitting. Daartoe betoogt hij dat de rechtbank voorbij is gegaan aan de interpretatie die het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: het Hof) in het arrest van 25 juli 2002, C 459/99, BRAX (www.curia.europa.eu) heeft gegeven aan bepalingen die thans zijn vervat in artikel 5 van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (hierna: de Richtlijn). Een kopie van zijn paspoort, een brief van de Liberiaanse ambassade en een bij de rechtbank overgelegd 'Travel Certificate' volstaan als bewijs van zijn identiteit als bedoeld in eerdergenoemd arrest in de zaak BRAX, aldus de vreemdeling.
2.1.1. Ingevolge artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht doet de rechtbank uitspraak op de grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting.
2.1.2. Uit het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank van 30 september 2010 en het faxbericht van 4 oktober 2010 volgt dat de vreemdeling, voor zover thans van belang, in beroep heeft geklaagd dat de bewaring moet worden opgeheven wanneer een vreemdeling Nederland wil verlaten en daartoe voor hem ook de gelegenheid bestaat. In dat verband heeft hij aangevoerd dat hij met zijn partner naar Duitsland wil vertrekken en dat aan hem, hoewel hij niet meer beschikt over een geldig paspoort, de toegang door Duitsland, gelet op eerdergenoemd arrest in de zaak BRAX, niet kan worden geweigerd nu zijn identiteit vast staat.
De rechtbank is ten onrechte niet op deze beroepsgrond ingegaan. De klacht van de vreemdeling is derhalve in zoverre terecht voorgedragen. De grief kan, gelet op het navolgende, evenwel niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden.
2.2. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Richtlijn, voor zover thans van belang, laten de lidstaten, onverminderd het bepaalde met betrekking tot reisdocumenten bij nationale grenscontroles, de burger van de Unie die voorzien is van een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort, alsmede familieleden die niet de nationaliteit van een lidstaat bezitten en die voorzien zijn van een geldig paspoort, hun grondgebied binnenkomen.
Ingevolge artikel 6, eerste lid, hebben burgers van de Unie het recht gedurende maximaal drie maanden op het grondgebied van de lidstaat te verblijven zonder andere voorwaarden of formaliteiten dan de verplichting in het bezit te zijn van een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort.
Ingevolge het tweede lid is het eerste lid eveneens van toepassing ten aanzien van familieleden die niet de nationaliteit van een lidstaat bezitten en die de burger van de Unie begeleiden of zich bij hem voegen, en in het bezit zijn van een geldig paspoort.

Ingevolge artikel 59, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) blijft bewaring van een vreemdeling achterwege, zodra hij te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat.
2.3. In het arrest BRAX heeft het Hof, voor zover thans van belang, het volgende overwogen:
55. [D]e lidstaten [moeten] volgens de gelijkluidende bepalingen van artikel 3, lid 1, van richtlijn 68/360 en artikel 3, lid 1, van richtlijn 73/148, onderdanen van de lidstaten en hun gezinsleden op wie deze richtlijnen van toepassing zijn, op vertoon van een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort zonder meer op hun grondgebied toelaten.
(…)
57. Aangezien de gemeenschapsregeling niet specificeert welke maatregelen een lidstaat mag nemen wanneer een onderdaan van een derde land die gehuwd is met een onderdaan van een lidstaat, zonder geldige identiteitskaart of geldig paspoort, of in voorkomend geval zonder visum, het grondgebied van de Gemeenschap wil binnenkomen, is de terugwijzing aan de grens niet uitgesloten (…).
58. Zonder geldige identiteitskaart of zonder geldig paspoort, die de houder ervan in staat moeten stellen zijn identiteit en zijn nationaliteit te bewijzen (…), kan de betrokkene immers in beginsel niet geldig zijn identiteit bewijzen, en dus evenmin zijn gezinsbanden.
(…)
62. Op de eerste prejudiciële vraag dient dus te worden geantwoord, dat artikel 3 van richtlijn 68/360, artikel 3 van richtlijn 73/148 en verordening nr. 2317/95, tegen de achtergrond van het evenredigheidsbeginsel, aldus dienen te worden uitgelegd, dat een lidstaat een onderdaan van een derde land die gehuwd is met een onderdaan van een lidstaat, en die zonder geldige identiteitskaart of geldig paspoort, of in voorkomend geval zonder visum, zijn grondgebied tracht binnen te komen, niet aan de grens mag terugwijzen wanneer deze echtgenoot het bewijs kan leveren van zijn identiteit en huwelijksband, en uit niets blijkt dat hij een gevaar is voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid in de zin van artikel 10 van richtlijn 68/360 en artikel 8 van richtlijn 73/148.
2.4. Hoewel het arrest BRAX betrekking had op de uitleg van richtlijn 68/360 en 73/148, is het arrest ook van belang voor de uitleg van de Richtlijn, waarbij genoemde richtlijnen zijn ingetrokken. Uit, onder meer, dit arrest is af te leiden dat van een vreemdeling die stelt aanspraken te ontlenen aan het Unierecht in beginsel gevergd kan worden dat hij zijn gestelde identiteit en nationaliteit aantoont aan de hand van een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort. Vaststaat dat de vreemdeling geen geldig paspoort heeft overgelegd om zijn beroep op de artikelen 5 en 6 van de Richtlijn te staven. Gelet hierop hoeft Duitsland de vreemdeling niet zonder meer tot haar grondgebied toe te laten. De vreemdeling die zijn identiteit niet op deze wijze kan aantonen, kan in beginsel geen aanspraken ontlenen aan het Unierecht, tenzij hij het gestelde alsnog op andere wijze, aantoont.
De stukken waarop de vreemdeling zich heeft beroepen ter onderbouwing van zijn betoog dat zijn identiteit voldoende vaststaat, kunnen niet zonder meer worden aangemerkt als voldoende bewijs van zijn identiteit, zoals bedoeld in het arrest in de zaak BRAX, reeds nu deze slechts in kopie zijn overgelegd en de authenticiteit ervan dus niet vaststaat. Vooralsnog kan aldus niet worden vastgesteld dat de vreemdeling ten tijde van belang, als gesteld begunstigde van de Richtlijn, jegens Duitsland daadwerkelijk aanspraak kan maken op het recht van toegang en verblijf als bedoeld in de artikelen 5 en 6 van de Richtlijn. Mitsdien heeft de vreemdeling evenmin aannemelijk gemaakt dat hij in de gelegenheid is uit Nederland te vertrekken als bedoeld in artikel 59, derde lid, van de Vw 2000. Reeds hierom faalt de grief.
2.5. Hetgeen overigens is aangevoerd, kan evenmin tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, met dat oordeel volstaan.
2.6. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





Law Blogs
Law blog

Reacties

Abonneren

Recente berichten


en meer

Populaire posts van de afgelopen 30 dagen

UITSPRAAK RAAD van STATE: mvv-vereiste en Corona pandemie

  Een Cubaanse homoseksueel reist met een toeristenvisum naar Nederland  In Nederland vraagt hij een verblijfsvergunning bij zijn Nederlandse vriend aan maar hij heeft geen mvv en dat wordt hem tegengeworpen. Meneer zegt echter dat die niet van hem kan worden verlangd vanwege de Coronapandemie. Cuba heeft een negatief reisadvies en er gaan geen vliegtuigen en hij valt onder een uitzonderingscategorie. De IND en de rechtbank kijken echter alleen naar artikel 8 EVRM en dat is niet voldoende volgens de Raad van State. Instantie Raad van State Datum uitspraak 25-04-2022 Datum publicatie 26-04-2022  Zaaknummer 202105464/1/V3 Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak 202105464/1/V3. Datum uitspraak: 25 april 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitsp

UITSPRAAK: In een Chavez Vilchez procedure moet de IND 8 EVRM ook toetsen als daar een beroep op is gedaan

Regulier; Chavez-Vilchez; ambtshalve toets aan artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser niet in aanmerking komt voor een Chavez-verblijfsrecht, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn Italiaanse verblijfsrecht is komen te vervallen. Hij valt dus niet onder de reikwijdte van het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom hij niet ambtshalve heeft getoetst aan artikel 8 van het EVRM. De gegeven toelichting in beroep brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Beroep gegrond. Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14830 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2022 in de zaak tussen [eiser] , v-nummer [nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.J. Verwers), en de staatssecretaris van Justitie en

De Europese Commissie wil vanaf eind dit jaar de deur wijder openzetten voor arbeidsmigranten uit Egypte, Marokko en Tunesië

  Migranten als seizoenarbeiders in de aardbeienpluk in Lepe, Spanje. Beeld Anadolu Agency via Getty Images In het ontwerpvoorstel ‘Vaardigheden en talent naar de EU halen’ dat de Europese Commissie naar verwachting woensdag presenteert, staat dat vervolgens ook ‘talent partnerships’ met Senegal, Nigeria, Pakistan en Bangladesh gesloten moeten worden. Over hoeveel arbeidsmigranten de Europese Unie de komende jaren moet toelaten, spreekt de Commissie zich niet uit. Dat is een nationale bevoegdheid. Het zou ‘politieke zelfmoord’ zijn wel een aantal te noemen, zegt een betrokken EU-ambtenaar. ‘De animo onder de lidstaten om over legale migratie te praten is toch al niet groot nu er miljoenen vluchtelingen uit Oekraïne in Europa zijn.’ Voor die laatste groep wil de Commissie nog deze zomer een talentenpool opzetten. Oekraïense vluchtelingen kunnen daarin hun diploma’s, vaardigheden, ervaring en wensen vermelden, zodat de lidstaten en werkg

1F Refugee Convention: what constitutes a “crime against humanity” and “serious non-political crime”

The signatories of the Refugee Convention thought that some people didn’t deserve protection on account of having committed particularly heinous crimes. They therefore introduced “exclusion clauses”, found at Article 1F of the Convention. (...) If you are looking for a detailed review of exclusion clauses 1F(a) and 1F(b), look no further than the case of KM (exclusion, Article 1F(a), Article 1F(b))[2022] UKUT 125, The Upper Tribunal does an impressively deep dive into what constitutes a “crime against humanity” and “serious non-political crime”, and the tests used to assess when someone will fall under those exclusion clauses. https://freemovement.org.uk/upper-tribunal-dives-into-the-refugee-convention-exclusion-clauses/?mc_cid=a62c8caed2&mc_eid=b72b4a153 a THE RULING OF THE COURT Nuetral Citation: [2022] UKUT 00125 (IAC) KM (exclusion; Article 1F(a); Article 1F(b)) Democratic Republic of Congo Upper Tribunal (Immigration and Asylum Chamber) Heard at F

VACATURE: Secretaris migratie en samenleving

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Functieomschrijving Houd jij van een flinke uitdaging waarin je veel verschillende belangen samenbrengt? Dan ben jij de secretaris van de nieuwe Ministriële Commissie Migratie en Samenleving die wij zoeken. In deze afwisselende functie bij de directie Samenleving en Integratie in Den Haag draag je bij aan een sociaal stabiele maatschappij. Waar iedereen die in Nederland verblijft deel van uitmaakt, aan kan bijdragen en gelijke kansen krijgt. Als secretaris van de Ministeriële Commissie Migratie en Samenleving (MCMS) zorg jij dat de commissieleden hun werk goed kunnen doen. Je doet dit met collega’s van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit ministerie vult samen met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de secretariaatsfunctie in. In de MCMS zitten leden van het kabinet. Samen praten zij over de grote opgaven op het snijvlak van migratie en samenleving en over actuele onderwerpen rond deze thema’s. Jij

Opnieuw moeten beginnen in je leven

Wat mij verdriet doet aan sommige reacties hier onder de post van Drs. Guity Mohebbi over een Nigeriaanse leraar op het VMBO maar ook die ik zelf heb beleefd is dat mensen het als "niet gelukt" lijken te zien wanneer iemand die erg goed kon leren geen dokter of advocaat werd maar "slechts" (hier leraar op het VMBO of ik mijn geval juridisch adviseur) wordt. Het leven bezorgt mensen soms een deuk of kras. Je moet vluchten uit je land en komt ergens waar ze niet de 8 talen spreken die jij wel spreekt. Of in mijn geval je hebt die baan als advocaat en je krijgt kanker waardoor je niet meer fulltime kunt werken en de advocaten stage afmaken terwijl je al 10 jaar wekelijks de rechtbank van binnen hebt gezien. Mensen doen dan net of je er niet meer toe doet omdat je geen hoogleraar of topmanager bent. En ja de HRM twintigers leggen dit soort mensen ook standaard op de afgewezen stapel. Veel te ingewikkeld. Ook de reageerders onder Guity met hun goede bedoe

Oude (groot)ouder naar Nederland willen halen kan soms

 DIT BELEID IS AFGESCHAFT. Tegenwoordig probeer ik het voor klanten op basis van artikel 8 EVRM of op basis van Richtlijn 2004/28 (in de volksmond de België-route genoemd). Neem gerust eens contact op wytzia@yahoo.com Op http://www.vreemdelingenrecht.com/  werd mij gisteren een vraag gesteld door een mevrouw wiens oma hulpbehoevend was geworden en wiens enige kind in Nederland woonde en zelf nog werkte en dus niet goed kon zorgen voor haar ouder zo ver weg. Kan je dan die ouder of grootouder naar Nederland laten komen? In sommige gevallen kan dat. Hiervoor moet een mvv bij de Nederlandse ambassade in dat land worden aangevraagd en dan kan bij verlening het oudje naar Nederland reizen en hier een verblijfsvergunning aanvragen. De voorwaarden zijn aldus: De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van verruimde gezinshereniging kan op aanvraag worden verleend aan vreemdelingen van 65 jaar of ouder die in Nederland willen verblijven bij hun kind(eren). Artikel 3

Wat als je vergeten bent je verblijfsvergunning te verlengen?

(De tekst is geupdate op 7 oktober 2020)   Iemand stuurde deze week in paniek een mailtje want ze was er achter gekomen dat haar verblijfsvergunning was verlopen. Wat dan te doen? Wat te doen als u uw verblijfsvergunning bent vergeten te verlengen? 1) Controleer eerst wat voor vergunning u heeft. Is het een vergunning voor onbepaalde tijd? Dan is uw vergunning niet verlopen maar alleen het pasje. Neem dan contact op met de IND en vraag een nieuw pasje aan. Op de site van de IND staat daarvoor een formulier https://ind.nl/Formulieren/6010.pdf 2) Heeft u een vergunning voor bepaalde tijd? Ja die moet op tijd worden verlengd want anders verloopt hij. DIEN DE AANVRAAG ALTIJD SCHRIFTELIJK IN EN BEWAAR EEN KOPIE MET BEWIJS VAN VERZENDING . 2a) Is hij korter dan twee jaar verlopen dien dan zo snel mogelijk een aanvraag voor verlenging in met het formulier op de IND site  https://ind.nl/Paginas/Formulieren-en-brochures.aspx dat bij uw situatie past. Was er een goede reden waarom u te

Interested in including EU immigration and asylum systems, labour migration, and immigrant integration? INTERNSHIP / STAGE

    Migration Policy Institute Europe is looking for a recent graduate with a real commitment to the analysis of these issues to join its team for a six-month internship in Fall 2022. The successful candidate will have the opportunity to gain in-depth knowledge and substantive practical experience working with top-level experts in a range of policy areas. Candidates must be eligible to work in Belgium. Apply by 5 June! More details here: https://www.migrationpolicy.org/programs/mpi-europe/internships   Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid he

UITSPRAAK MK: Kinderpardon: bij eigen begunstigend beleid moet je motiveren waarom je niet nog meer wilt afwijken

Afsluitingsregeling, art 4:84 Awb, 8 EVRM, belangenafweging, BIC-assessment, worteling en psychische klachten, certain degree of hardship, art 3.6b Vb.     ECLI:NL:RBDHA:2022:3555 Instantie Rechtbank Den Haag zp Zwolle Datum uitspraak 14-04-2022 Datum publicatie 19-04-2022 Vindplaatsen Rechtspraak.nl Verrijkte uitspraak Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/90 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , geboren op [geboortedag 1] 2003, V-nummer [nummer], eiser, [eiseres 1] , geboren op [geboortedatum], V-nummer [nummer], eiser