Posts tonen met het label Toegang. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Toegang. Alle posts tonen

09 april 2020

Vreemdelingenrecht en Corona - het juridisch kader



Het Nederlandse immigratierecht (vreemdelingenrecht) wordt beheerst door verdragen waar Nederland zich aan moet houden bij het opstellen van het nationale vreemdelingenrecht en beleid. De Vreemdelingenwet is de Nederlandse formele wet opgesteld door de Staten Generaal waarin de toegang, het verblijf en de uitzetting van vreemdelingen is geregeld. Deze wet is uitgewerkt in lagere wetgeving zoals het Vreemdelingenbesluit en in beleidsregels opgenomen in de Vreemdelingencirculaire.
Wat nu bij een epidemie zoals het huidige Coronavirus? Immers niet alleen die vreemdelingen hebben rechten ook de inwoners van een land hebben zelf rechten. De nationale volksgezondheid kan en in mijn optiek ook mag een reden zijn om mensen de toegang tot Nederland te weigeren of om geen verblijf (nog) te verlenen en bijvoorbeeld deze mensen in quarantaine op te vangen.
Waar vinden we die “nationale volksgezondheid” terug in wet en beleid?

Verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag /asiel

Article 9. Provisional Measures
Nothing in this Convention shall prevent a Contracting State, in time of war or other grave and exceptional circumstances, from taking provisionally measures which it considers to be essential to the national security in the case of a particular person, pending a determination by the Contracting State that that person is in fact a refugee and that the continuance of such measures is necessary in his case in the interests of national security.

Weigering toegang tot Nederland 

Artikel 3 Vreemdelingenwet uitgewerkt in
Artikel 8.8 Vreemdelingenbesluit
  • 1 Aan een vreemdeling als bedoeld in artikel 8.7, die in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, kan de toegang tot Nederland slechts worden geweigerd om redenen van openbare orde of openbare veiligheid, dan wel volksgezondheid
    • a. indien de vreemdeling op grond van zijn persoonlijke gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt;
    • b. in het geval van potentieel epidemische ziekten zoals gedefinieerd in de relevante instrumenten van de Wereldgezondheidsorganisatie dan wel andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, ten aanzien waarvan in Nederland beschermende regelingen ten aanzien van Nederlanders worden getroffen;
    • c. indien hij om redenen van de openbare orde of openbare veiligheid uit Nederland is verwijderd en sinds de verwijdering nog geen redelijke termijn is verstreken.
  • 2 De ambtenaren, belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, weigeren niet dan ingevolge een bijzondere aanwijzing van Onze Minister de toegang tot Nederland aan een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid. De weigering geschiedt schriftelijk.
  • 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de onderdaan van België of Luxemburg die geen gemeenschapsonderdaan is. Op deze vreemdeling is artikel 8.5 van toepassing.
  • 4 Een vreemdeling die niet beschikt over het vereiste document voor grensoverschrijding, wordt niet uitgezet dan nadat hem gedurende een redelijke termijn de gelegenheid is gegeven dat document te verkrijgen of op andere wijze te laten vaststellen of bewijzen dat hij het recht op vrij verkeer en verblijf geniet.
A1/3 Vreemdelingencirculaire
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling die niet wordt beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van de Schengenstaten.
Onder gevaar voor de openbare orde vallen alle volgende situaties:
·         gevaar voor de openbare rust;
·         gevaar voor de goede zeden;
·         gevaar voor de volksgezondheid (zie A1/4.10 Vc).

A1/4.12. Passagierende zeelieden Vreemdelingencircualire

Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt een aantekening op de bemanningslijst achter de naam van de zeeman wanneer een zeeman niet of niet langer aan de in de SGC neergelegde voorwaarden voor passagieren voldoet. Het hoofd van de grensdoorlaatpost mag de zeeman bij gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheidVolgende zoekterm markering met toepassing van artikel 50 Vw overbrengen naar de vreemdelingenpolitie. Het hoofd van de grensdoorlaatpost brengt de zeeman in ieder geval in de volgende situaties daar naar toe:
  • • de zeeman staat gesignaleerd als ongewenst vreemdeling of als ongewenst verklaarde vreemdeling op grond van artikel 67 Vw, of er is sprake van een inreisverbod;
  • • de zeeman is achtergebleven na vertrek van het zeeschip, dan wel is afgemonsterd, zonder te voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst en verblijf in Nederland.
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan een zeeman die toegang wil tot andere plaatsen dan de gemeente, waarin de haven gelegen is waar zijn zeeschip is afgemeerd of de daaraan grenzende gemeenten
.
A1/6 Vc
Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.

A1/7.2
Zieke zeelieden
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling:
·         in een ziekenhuis behandeld moet worden; en
·         niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet in alle gevallen waarin een zieke zeeman in het bezit wordt gesteld van een bijzonder doorlaatbewijs, de eenheidsleiding van de politieregio waaronder de gemeente valt waarin het ziekenhuis staat, schriftelijk informeren. Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet de maatregelen treffen die in A1/7.3 Vc zijn opgenomen als de zieke zeeman lijdt aan een ziekte die een gevaar voor de volksgezondheidVolgende zoekterm markering kan opleveren.
A1/7.3 Vc
Gevaar voor de volksgezondheid
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte:
·         behandeling in een ziekenhuis nodig maakt; of
·         ingevolge de Infectieziektewet en Quarantainewet aanleiding geeft tot quarantaine.
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld.
De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:
·         de behandeling van de ziekte; of
·         de periode van quarantaine.
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.

Verblijfsvergunning weigeren of beëindigen

Artikel 8.23 Vb

  • 1 Onze Minister kan het rechtmatig verblijf op grond van de volksgezondheid ontzeggen of beëindigen in het geval van potentieel epidemische ziekten als gedefinieerd in de relevante instrumenten van de Wereldgezondheidsorganisatie dan wel in geval van andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, ten aanzien waarvan in Nederland beschermende regelingen ten aanzien van Nederlanders worden getroffen.
  • 2 Rechtmatig verblijf wordt niet op grond van de volksgezondheid beëindigd, indien de ziekte langer dan drie maanden na inreis van de vreemdeling is opgetreden.
  • 3 Onze Minister kan de vreemdeling binnen drie maanden na inreis onderwerpen aan een kosteloos medisch onderzoek indien ernstige aanwijzingen daartoe aanleiding geven.
B1/4.4 Vc
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning wegens gevaar voor de openbare orde af als de vreemdeling wegens een misdrijf:
·         een transactieaanbod heeft aanvaard;
·         een strafbeschikking is opgelegd; of
·         is veroordeeld tot:
·         een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een vrijheidsontnemende maatregel, onvoorwaardelijke jeugddetentie, een onvoorwaardelijke maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige, onvoorwaardelijke TBS, onvoorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders of een onvoorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
·         een taakstraf; of
·         een onvoorwaardelijke geldboete.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning niet af wegens gevaar voor de openbare orde als het transactieaanbod of de strafbeschikking er uitsluitend toe strekt dat de vreemdeling afstand doet van illegale beeld-of geluidsdragers.
Onder gevaar voor de openbare orde verstaat de IND ook:
·         gevaar voor de openbare rust;
·         gevaar voor de goede zeden;
·         gevaar voor de volksgezondheid
·         gevaar voor de (goede) internationale betrekkingen; of
·         ongewenste politieke activiteiten.

Uitzetten van vreemdelingen

Artikel 8.24
  • 1 De uitzetting van de vreemdeling, ten aanzien van wie het rechtmatig verblijf om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid is ontzegd of beëindigd, blijft, indien de vreemdeling de voorzieningenrechter heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen, achterwege tot op dat verzoek is beslist, tenzij het besluit:
  • 2 De toegang van de vreemdeling die voor de behandeling van een bezwaarschrift, beroepschrift, dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening, gericht tegen beëindiging van het rechtmatig verblijf, geen gemachtigde heeft gesteld, wordt niet geweigerd, tenzij:
    • a. zijn aanwezigheid de openbare orde of de openbare veiligheid ernstig zal verstoren; of
    • b. het bezwaar of beroep is gericht tegen de weigering van toegang.
  • 3 Onze Minister kan de vertrektermijn, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de Wet slechts in naar behoren aangetoonde dringende gevallen verkorten tot minder dan vier weken.
Die uitzetting mag dan wel weer niet in strijd zijn met artikel 3 van het EVRM

EVRM
Article 3. - Prohibition of torture
No one shall be subjected to torture or to inhuman or degrading treatment or punishment.

In het St Kitts-arrest is bepaald dat iemand terugsturen naar een land waar hij binnen korte tijd dan aan een ziekte zal sterven daar ook onder valt.

Dit zie je ook terug in de Terugkeerrichtlijn van de EU:
Artikel 5
Non-refoulement, belang van het kind, familie- en gezinsleven en gezondheidstoestand
Bij de tenuitvoerlegging van deze richtlijn houden de lidstaten rekening met:
a)
het belang van het kind;

b)
het familie- en gezinsleven;

c)
de gezondheidstoestand van de betrokken onderdaan van een derde land,
en eerbiedigen zij het beginsel van non-refoulement.









Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email
Dagelijks nieuwe ZZP opdrachten op freelancespecialisten.nl

10 september 2014

Luchtvaartmatschappij gaat procederen omdat iemand met geldig visum wordt geweigerd aan de grens (uitspraak EU hof) @StevePeers

Ik vond dit interessante artikel op het weblog van Steve Peers eem Brotse Professor. Het gaat hier om een Indiase meneer met een geldig visum voor meerdere inreizen wiens paspoort inmiddels was verlopen maar zijn visum niet en die ook zijn nieuwe geldige paspoort bij zich had. De Letse grensbewaking weigerde hem tot Schengen toe te laten en de luchtvaartmaatschappij moest hem op hun kosten terug vliegen. Daar was die het niet mee eens en ging procedren:

Two Codes to rule them all: the Borders and Visa Codes


Steve Peers
In today’s judgment in Air Baltic, the Court of Justice of the European Union (CJEU) has taken the next logical step following its judgment late last year in Koushkaki, where it ruled that the EU’s visa code set out an exhaustive list of grounds for refusing a visa application.  Today the Court has confirmed that the same is true of the Schengen Borders Code. Moreover, the Court has clarified a number of general and specific points about the nature and interpretation of the two codes.
Facts and judgment

This case concerned an Indian citizen who flew from Moscow to Riga. He had a valid multiple-entry Schengen visa, which was attached to a cancelled Indian passport. He also had a second Indian passport, which was valid but which did not contain a visa. The Latvian border guards then refused him entry into Latvia, on the grounds that the valid visa had to be attached to the valid passport, not to the cancelled passport.
For good measure, the Latvian authorities also fined the airline, Air Baltic, for transporting him without the necessary travel documents. The airline appealed the fine, and lost at first instance. But an appeal court then sent questions to the Court of Justice to clarify the legal position.
The CJEU ruled first of all that the cancellation of a passport by a third country did not mean that the visa attached to the passport was invalid. This was because only a Member State authority could annul or revoke a visa, and because the visa code did not allow for the annulment of a visa in such cases anyway. The Court extended its ruling in Koushkaki to confirm that the grounds for annulling a visa were exhaustive; the same must be true of the grounds for revoking a visa.
Secondly, the Court ruled that the Schengen Borders Code did not require entry to be refused in cases like these. The different language versions of that code suggested different interpretations, but as always, the Court seeks a uniform interpretation of EU law regardless. In this case, the standard form to be given to persons who were refused entry at the border to explain why they were refused does not provide for refusal on the grounds that a valid visa was not attached to a valid passport.
Also, the Court pointed out that the idea of separate visas and passports was not unknown to EU law, since the visa code provides that in cases where a Member State refuses to recognise a passport as valid, a visa must be issued as a separate document. Checking two separate documents was not a huge burden for border guards, and refusing entry simply on the grounds that the valid passports and visas were in two separate documents would infringe the principle of proportionality.
Finally, the Court ruled that the national authorities of Member States do not have any residual powers to refuse entry to third-country nationals on grounds besides those listed in the Schengen Borders Code. The Court reached this conclusion, by analogy with Koushkaki, because: the standard form giving the grounds for refusing entry contains an exhaustive list of grounds for refusal; the nature of the Schengen system ‘implies a common definition of the entry conditions’; and this interpretation would support ‘the objective of facilitating legitimate travel’ referred to in the preamble to the visa code.
Continue reading here for the comments of Steve Peers on this case:



 http://eulawanalysis.blogspot.co.uk/2014/09/two-codes-to-rule-them-all-borders-and.html




In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

17 juni 2014

Europese A-G over studenten uit Derde Landen en hun recht op toelating als ze voldoen aan de eisen voor een studieverblijfsvergunning Case C-491/13 Ben Alaya


CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
P. MENGOZZI
van 12 juni 2014 (1)
Zaak C‑491/13
Mohamed Ali Ben Alaya
tegen
Bondsrepubliek Duitsland
[verzoek van het Verwaltungsgericht Berlin (Duitsland) om een prejudiciële beslissing]
„Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht – Richtlijn 2004/114/EG – Voorwaarden voor toelating van derdelanders voor studiedoeleinden – Niet-toelating van persoon die aan voorwaarden van richtlijn 2004/114/EG voldoet – Regeling van lidstaat die aan administratie beoordelingsmarge toekent”




1.        In het kader van haar strategie om van Europa een wereldcentrum voor onderzoek, onderwijs en beroepsopleiding van topkwaliteit te maken, heeft de Europese Unie enkele regelingen vastgesteld die als onderdeel van haar immigratiebeleid de toelating tot en de mobiliteit binnen de Unie van derdelanders met het oog op studie en onderzoek moeten bevorderen.(2)
2.        Deze strategie past in de context van globalisering, gekenmerkt door een wereldwijde concurrentie tussen de ontwikkelde landen om buitenlandse onderzoekers en studenten binnen te halen.(3) Het vermogen om die groepen aan te trekken, is immers zowel politiek als economisch gezien van belang. Zo vormen de onderzoekers en studenten een reservoir van gekwalificeerd of in potentie gekwalificeerd menselijk kapitaal, dat van belang wordt geacht voor economische groei, ontwikkeling en innovatie. Bovendien kan het aantrekken van buitenlandse onderzoekers en studenten – en de daarmee gepaard gaande kenniscirculatie – in belangrijke mate bijdragen aan de ontwikkeling van de onderwijs‑ en onderzoeksystemen, en tegelijkertijd op zich al een economische factor van betekenis zijn.(4)
3.        Met de in de onderhavige zaak door het Verwaltungsgericht Berlin gestelde prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht de draagwijdte te preciseren van een van de regelingen die de Unie in het leven heeft geroepen om de genoemde doelstellingen te realiseren, namelijk richtlijn 2004/114/EG van de Raad van 13 december 2004 betreffende de voorwaarden voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op studie, scholierenuitwisseling, onbezoldigde opleiding of vrijwilligerswerk(5) (hierna: „richtlijn 2004/114” of „richtlijn”). Het Hof zal in deze zaak echter het belang van het nastreven van die legitieme doelstellingen moeten afwegen tegen het risico dat dit wetgevingsinstrument wordt misbruikt voor andere doeleinden dan waarvoor het bedoeld is.

(....)


V –    Conclusie
59.      Gelet op de voorgaande overwegingen geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vraag van het Verwaltungsgericht Berlin te beantwoorden als volgt:
De artikelen 6, 7 en 12 van richtlijn 2004/114/EG van de Raad van 13 december 2004 betreffende de voorwaarden voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op studie, scholierenuitwisseling, onbezoldigde opleiding of vrijwilligerswerk, moeten aldus worden uitgelegd dat de bevoegde autoriteiten van een lidstaat een onderdaan van een derde land die bij hen een aanvraag om toelating voor studiedoeleinden heeft ingediend, na onderzoek van die aanvraag de verlangde toelating slechts mogen weigeren indien die onderdaan niet aan de in de genoemde richtlijn geformuleerde voorwaarden voldoet dan wel indien er nauwkeurige en concrete aanwijzingen zijn voor misbruik of oneigenlijk gebruik van de procedure van de richtlijn.


Lees hier de hele (niet bindende want Hof moet een uitspraak doen) conclusie van de AG: http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=153604&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=172707

Met dank aan Professor of EU Law and Human Rights Law at University of Essex - Law Department and Human Rights Centre die hierover op Linkedin had gepubliceerd.

Aanbevolen post

Wytzia Raspe over vluchtelingen, AZC’s, cruiseschepen en mensensmokkelaars

Mr. van de week is Wytzia Raspe. Zij is 25 jaar jurist vreemdelingenrecht in allerlei verschillende rollen. Sinds 2005 schrijft en blogt z...