CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL G. HOGAN over de vraag of ook derden in een land van herkomst bescherming kunnen bieden
Zaak C ‑ 255/19 Secretary of State for the Home Department tegen OA, in tegenwoordigheid van: Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen (UNHCR) [verzoek van de Upper Tribunal (Immigration and Asylum Chamber) (rechter in tweede aanleg in immigratie‑ en asielzaken, Verenigd Koninkrijk) om een prejudiciële beslissing] „Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2004/83/EG – Minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft – Vluchteling – Artikel 2, onder c) – Actoren van bescherming – Artikel 7 – Beëindiging van de vluchtelingenstatus – Artikel 11 – Wijziging van de omstandigheden – Artikel 11, lid 1, onder e) – Mogelijkheid om zich onder de bescherming te stellen van het land van de nationaliteit – Beoordelingscriteria Conclusie 92. Gelet op het ...