Case of Khan v. Germany Geen ongerechtvaardigde inbreuk art 8 EVRM bij uitzetting veroordeelde, langdurig verblijfende vrouw
Deze week al eerder hier besproken naar aanleiding van de Engelstalige publicatie op Bailii. Nu een samenvatting en bespreking in het Nederlands door Ali Agayev. EHRM: Geen ongerechtvaardigde inbreuk art 8 EVRM bij uitzetting veroordeelde, langdurig verblijfende vrouw Het EHRM moest de volgende vraag beantwoorden: is de uitzetting van een 52 jarige Pakistaanse vrouw (appellante), sinds 1990 rechtmatig verblijfend in Duitsland en in 2004 veroordeeld wegens doodslag, verenigbaar met artikel 8 EVRM. De reden voor de uitzetting was het door appellante gepleegde misdrijf: zij zou een gevaar vormen voor de samenleving. Vast staat dat zij niet toerekeningsvatbaar was toen zij het misdrijf pleegde. Zij werd behandeld voor haar psychische klachten. Appellante vond dat haar uitzetting om de volgende redenen in strijd was met artikel 8 EVRM: – zij wordt op deze manier gescheiden van haar in Duitslands wonende (inmiddels meerderjarige) zoon; – zij heeft door de jaren hee...