UITSPRAAK: geen vrijstelling van leges bij aanvraag erlenging verblijfsvergunning "Tijdelijk humanitair" die ieder jaar moet worden verlengd
4. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eisers niet voor vrijstelling van leges in aanmerking komen. Terecht heeft verweerder gewezen op artikel 3.34 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000. In de tarieftabel, rij q, in dit artikel is bepaald dat de vreemdeling die een verlengingsaanvraag indient voor een verblijfsvergunning ‘tijdelijke humanitaire gronden’ een bedrag van € 326 is verschuldigd. Voor de verlengingsaanvraag van eisers is in deze regeling geen vrijstellingsmogelijkheid van de wettelijke legesverplichting opgenomen. De door eisers aangevoerde feiten en omstandigheden zijn niet zo bijzonder of knellend dat de gevolgen van de legesheffing onevenredig zijn in verhouding tot de met de legesheffing te dienen doelen. Het achterwege laten van matiging of vrijstelling van legesbetaling levert dan ook geen schending op van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Het beroep op de uitspraak van de voorzieningenrechter slaagt nie...