UITSPRAAK: Derdelander uit Oekraine, medische situatie en terugkeer, refoulement Marokko
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Roermond
TKB Medisch – de tijdelijke bescherming van eiser is door verweerder beëindigd – verweerder stelt een TKB vast, maar erkent dat hij een actuele beoordeling van de gezondheidssituatie van eiser had moeten verrichten om na te gaan of de gezondheid van eiser en het beginsel van non-refoulement aan de vaststelling van het terugkeerbesluit in de weg staan.
Verweerder wil om te voldoen aan zijn verplichtingen die voortvloeien uit artikel 5 van richtlijn 2008/115 een nieuw advies aan BMA vragen – eiser voorziet BMA niet van actuele informatie en eiser heeft op dit moment ook geen contact meer met zijn gemachtigde.
Dat verweerder niet kan voldoen aan zijn verplichting om actueel te beoordelen of het beginsel van non-refoulement aan de vaststelling van het terugkeerbesluit in de weg staat, betekent niet dat geconcludeerd kan worden dat dus een terugkeerverplichting kan worden opgelegd. De proceshouding van eiser doet niet af aan het absolute karakter van het refoulementverbod.
Gelet op aanhangige prejudiciële vraag over de bewijslast voor de feitelijke toegankelijkheid en gelet op de bijzonder ernstige medische problematiek die eiser heeft en de eerdere conclusie van BMA en verweerder dat indien eiser de noodzakelijke medische behandeling niet voortzet, er een medische noodsituatie zal ontstaan, concludeert de rechtbank dat het beginsel van non-refoulement aan de terugkeer van eiser naar Marokko in de weg staat. De proceshouding van eiser doet dus niet af aan het absolute karakter van het refoulementverbod en dit verbod staat in de weg aan het vaststellen van een verplichting voor eiser om de Unie te verlaten en in de weg aan het vaststellen van een verplichting voor verweerder om eiser te verwijderen.
De rechtbank ziet gelet op het arrest Tadmur geen mogelijkheid om het terugkeerbesluit in stand te laten en uitsluitend de terugkeerverplichting voor eiser en voor verweerder uit te stellen, daargelaten dat artikel 9 van richtlijn 2008/115 uitsluitend betrekking heeft op het uitstellen van de verwijdering en de verwijdering blijkens artikel 3, onder 5, van richtlijn 2008/115 de fysieke verwijdering uit de lidstaat is en dus niet ziet op de vrijwillige terugkeer door eiser.
Bron: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15898
Reacties