Raad van State: Horen om te bepalen of iemand rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft? Hier had dat wel gemoeten.
Een jongeman uit Ghana heeft met zijn Britse vader eerst in Spanje gewoond en nu in Nederland. Verweerder wees af en hoorde ook niet in bezwaar. 4. De staatssecretaris kan van het horen in bezwaar afzien als het bezwaar kennelijk ongegrond is (artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb). Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is de Afdeling van oordeel dat de staatssecretaris in dit geval ten onrechte van het horen heeft afgezien. De feiten en omstandigheden zijn daarvoor onvoldoende duidelijk. Nader onderzoek was in dit geval op zijn plaats geweest naar de vraag op welke wijze moet worden bepaald dat de vreemdeling vanaf zijn eenentwintigste ten laste komt van zijn vader. Dat Ghana daarvoor in dit geval als uitgangspunt moet dienen, lijkt niet te volgen uit de Unieregelgeving. De vreemdeling verblijft al geruime tijd buiten zijn land van herkomst en is ook niet rechtstreeks vanuit dat land Nederland ingereisd. Daarbij betrekt de Af...