Geschreven door Harry Westerik/Doorbraak
donderdag, 14 juni 2012 12:50

Het
migratiebeleid is er altijd al op gericht geweest om ongewensten af te
wijzen en bruikbaren toe te laten. Dat blijkt ook uit het lezenswaardige
proefschrift “Geruisloos inwilligen” van de historicus Tycho Walaardt,
die het beleid over de periode 1945-1994 onder de loep nam. Zijn
onderzoek laat zien dat veel vluchtelingen in eerste instantie werden
afgewezen, maar onder druk van belangenbehartigers uiteindelijk toch nog
verblijfsrecht kregen op grond van hun veronderstelde economische nut
en verwachte aanpassing aan de Nederlandse samenleving. Uit eigenbelang
doopte de overheid hen vaak om van “asielzoeker” tot arbeidsmigrant.
(De originele versie van dit artikel op de website van doorbraak)
Walaardts onderzoek gaat over de vraag wie er invloed hadden of
wilden hebben op de uitkomsten van individuele asielaanvragen en welke
argumenten zij gebruikten om voor toelating of afwijzing te pleiten. Als
basis voor zijn onderzoek analyseerde hij zo’n 500 persoonsdossiers van
vluchtelingen. De overheid bleek daarbij het Vluchtelingenverdrag uit
1951 vooral te gebruiken om vluchtelingen af te wijzen. Verder stelde
hij vast dat hoe langer een asielprocedure duurde, hoe groter de kans
werd dat de aanvraag werd toegekend. Het hoeft dan ook geen verwondering
te wekken dat beleidsmakers er al jaren op aandringen om die procedure
zo kort mogelijk te maken. De historicus laat bovendien zien hoe
moeilijk het is om zogenaamd “echte”, politieke, vluchtelingen te
scheiden van zogenaamd “onechte”, economische. In feite vluchten mensen
om allerlei redenen, waarbij politieke en economische factoren steeds
met elkaar samenhangen en invloed op elkaar uitoefenen. Wat de overheid
beschouwt als een “echte” vluchteling, hangt sterk af van de heersende
beeldvorming over wie en wat zo iemand zou zijn. Voldoet een vluchteling
aan die beeldvorming, dan heeft hij een beetje meer kans op
verblijfsrecht.
Walaardt zet vraagtekens bij een aantal hardnekkige mythen. Zo zou
Nederland na de Tweede Wereldoorlog zijn deuren wagenwijd hebben
opengezet voor Oost-Europeanen die waren ontsnapt uit de stalinistische
dictaturen. Maar in feite wees de overheid hen af als vluchteling. Omdat
deportatie naar die dictaturen echter onmogelijk bleek, zagen
ambtenaren zich gedwongen om na lang wikken en wegen toch maar
verblijfsrecht om een andere reden toe te kennen. “Geruisloos
inwilligen” zonder er ruchtbaarheid aan te geven, uit vrees voor
“aanzuigende werking”, zo omschrijft de historicus die tegen heug en
meug-houding van de overheid. Zijn onderzoek laat zien dat beleidsmakers
al in de jaren 50 voorrang gaven aan het economische belang van
Nederland, boven de verplichting om vluchtelingen te beschermen. Ook
toen al beriep men zich erop dat Nederland te vol was om nog langer
migranten toe te laten. Opvallend is verder dat asielambtenaren
weigerden te geloven dat Oost-Europese vluchtelingen werden vervolgd in
eigen land. Het belang om mensen te weren die op de vlucht waren voor
stalinistische repressie, woog zelfs zwaarder dan de in die tijd intense
anti-communistische propaganda. Eind jaren 60 vroeg een groot aantal
Portugese deserteurs asiel aan. Ze weigerden te vechten in de koloniale
oorlog tegen de voor onafhankelijkheid strijdende Angolezen. De overheid
behandelde de Portugezen echter vooral als gastarbeiders. Ambtenaren
wezen hun aanvraag af, als ze ervan werden verdacht “werkschuw” te zijn.
Net als de Oost-Europese vluchtelingen, werden ook de Portugezen door
de overheid afgerekend op hun economische bruikbaarheid.
Beeldvorming
Tot in de jaren 70 werd de beeldvorming van de vluchteling bepaald
door de heldhaftige alleenstaande man die het aandurfde om de
verachtelijke machthebbers in zijn eigen land te weerstaan. Dat imago
veranderde door de komst van Turkse christenen, de eerste vluchtelingen
die met hele gezinnen naar Nederland kwamen, eind jaren 70. “Binnen één
decennium verschoof het beeld van een politieke activist naar dat van
een onschuldig passief slachtoffer dat al eeuwenlang door zijn
(moslim)buren werd vervolgd en Nederlandse steun en sympathie
verdiende”, aldus Walaardt. In de jaren 80 vroegen meer vluchtelingen
uit meer landen asiel aan. Maar de argumentatie van de overheid in de
asielprocedure bleef hetzelfde als voorheen: vluchtelingen hoefden
vervolging niet te vrezen, waren ongeloofwaardig en migreerden in te
grote aantallen. Door de aanhoudende economische recessie en de
massawerkloosheid bleken vluchtelingen steeds minder welkom, ook niet
als arbeidsmigranten. Daar stond tegenover dat in die tijd meer actie-
en steungroepen opkwamen voor de belangen van vluchtelingen, wat leidde
tot toenemende aandacht voor hun kwetsbare positie.
De komst van Tamils uit Sri Lanka midden jaren 80 gaf een omslag in
de publieke opinie over vluchtelingen. De media schilderden hen niet af
als helden of slachtoffers, maar als terroristen, gelukzoekers,
saboteurs en profiteurs, betitelingen die vandaag de dag helaas
gemeengoed zijn geworden. Ze waren de eerste groep die werd
geconfronteerd met het repressieve beleid dat sindsdien zo kenmerkend is
geworden voor de politiek van migratiebeheersing. Vluchtelingen mochten
niet langer meer temidden van de rest van de bevolking leven. Ze werden
voortaan opgevangen in geïsoleerde asielzoekerscentra, ver weg van de
bewoonde wereld. Hun inkomen en vrijheid werden ingeperkt en ze kwamen
onder dagelijks toezicht van overheidspersoneel te staan. Daardoor namen
hun sociale contacten met Nederlanders in de loop der tijd drastisch
af, wat grote gevolgen had voor de solidariteit en het wederzijdse
vertrouwen. “Asielbeleid werd vooral geschreven om asielzoekers af te
wijzen en potentiële asielzoekers af te schrikken”, concludeert
Walaardt. “Het gevolg was dat asielzoekers zelden een
vluchtelingenstatus kregen, hoewel zij daarop recht meenden te hebben.
Asielzoekers kregen gedurende de gehele periode 1945-1994 het verwijt
dat zij in hun land geen vrees voor vervolging hadden, maar dat zij naar
Nederland kwamen op grond van economische motieven. Om afwijzingen te
rechtvaardigen, introduceerden politici en beleidsbepalers steeds nieuw
asielbeleid, dat uiteindelijk niet zo nieuw bleek te zijn.”
“Geruisloos inwilligen. Argumentatie en speelruimte in de
Nederlandse asielprocedure, 1945-1994”, Tycho Walaardt. Uitgeverij:
Verloren, € 39,-. ISBN: 9789087042943.
Bron:
http://www.globalinfo.nl/Recensies-enzo/06jun2012-economisch-eigenbelang-stond-altijd-al-centraal-in-migratiebeleid.html
Law blog Klik op +1 als u dit een interessant artikel vindt en Google zal het dan beter zichtbaar maken in de zoekresultaten.