Uitspraak door Raad van State in Belgie-route zaak (deel 2)
2.5. De omstandigheid dat de Belgische autoriteiten referent een verklaring van inschrijving hebben afgegeven en overigens ook aan vreemdeling 1 een verblijfskaart hebben verstrekt, waarop is vermeld dat zij een familielid is van een burger van de Unie, laat onverlet dat uit het arrest Eind, punten 24 tot en met 26, voor dit geval kan worden afgeleid dat, onafhankelijk van de vraag of in Belgiƫ door de daartoe bevoegde autoriteiten al dan niet is vastgesteld dat voor een verblijf aldaar is voldaan aan de voorwaarden van Richtlijn 2004/38/EG, het aan de staatssecretaris is om vast te stellen of de vreemdelingen aan Richtlijn 2004/38/EG, analoog toegepast, hier te lande een verblijfsrecht ontlenen nu de vreemdelingen zich daarop tegenover de staatsecretaris hebben beroepen met het oog op verblijf bij referent in Nederland. De vreemdelingen hebben hun stelling dat de Belgische autoriteiten een wooncontrole laten plaatsvinden alvorens een burger van de Unie in Belgiƫ een verklaring van ins...