Verblijfsrecht derdelanders zonder minimumperiode
Nieuwsbericht | 12 december 2013 Derdelanders die familiebanden hebben met een EU-burger hebben recht op een afgeleid verblijfsrecht in de EU wanneer de EU-burger in een ander land van de EU heeft gewoond of gewerkt. Daarvoor is geen minimumperiode vereist. Dat is het advies van Advocaat-generaal Sharpston aan het EU-Hof na vragen van de Nederlandse Raad van State. Het gaat om de conclusie van advocaat-generaal Sharpston van 12 december 2014 in zaak C-456/12 en zaak C-457/12 Vier derdelanders („O” Nigeriaans staatsburger, „B”, Marokkaans onderdaan, „S”, een Oekraïnse en „G”, een Peruviaanse) hebben elk familiebanden met een Nederlander (en dus een EU burger) die hun referent is. Zij wensen allen legaal te verblijven in Nederland, waar hun respectieve referenten wonen. In elk van deze gevallen heeft de referent zich – voor werk of om andere redenen – over de grens met andere lidstaten verplaatst. De Raad van State (Nederland) vraagt het Hof in wezen of een d...