Dublin: Het arrest H. en R. en de verantwoordelijkheidscriteria
Bij verwijzingsuitspraken van 27 september 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2571 en 2572) stelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in twee zaken aan het Hof in Luxemburg de volgende prejudiciĆ«le vraag: “Moet de Dublinverordening aldus worden uitgelegd dat slechts de lidstaat waar het verzoek om internationale bescherming voor het eerst is ingediend, is belast met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat, met als gevolg dat een vreemdeling alleen in die lidstaat krachtens artikel 27 van de Dublinverordening in rechte kan opkomen tegen een onjuiste toepassing van een in hoofdstuk III van die Verordening genoemd verantwoordelijkheidscriterium, waaronder artikel 9?” Het Hof herformuleert de vraag van de Afdeling in het arrest H. en R. van 2 april 2019, C‑582/17 en C-583/17 (ECLI:EU:C:2019:280). Volgens het Hof wenst de Afdeling in wezen te vernemen of de Dublin III-verordening aldus moet worden uitgelegd dat een onderdaan van een derde land di...