Weekdeals (468x60)

24 juli 2014

Raad van State uitspraak in zaak nareizende Somalische kinderen (horen op ambassade over gezinsband)


ECLI:NL:RVS:2014:2802

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-07-2014
Datum publicatie 23-07-2014
Zaaknummer 201402110/1/V1
Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken Hoger beroep
Inhoudsindicatie Bij besluit van 29 oktober 2012 heeft de minister, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.
Vindplaatsen Rechtspraak.nl



Overwegingen
1. Onder de staatssecretaris wordt tevens verstaan: diens rechtsvoorganger.
2. De grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris, gelet op de inwilliging van een opvolgende aanvraag om verlening van een mvv van één van de halfzusters (hierna: de halfzuster) van de vreemdeling bij besluit van 3 december 2013, niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van het vertrek van haar moeder (hierna: de referente) uit Somalië feitelijk tot haar gezin behoorde, slaagt. De rechtbank heeft niet onderkend dat de staatssecretaris voormelde aanvraag van de halfzuster heeft ingewilligd op basis van het in paragraaf C2/4.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000, zoals luidend ten tijde van dat besluit, opgenomen uitgangspunt dat de biologische band tussen ouders en biologische minderjarige kinderen als feitelijke gezinsband wordt aangemerkt. Dit beleid is niet van toepassing op de vreemdeling.
3. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd, voor zover aangevallen. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het besluit toetsen in het licht van de daartegen in eerste aanleg aangevoerde beroepsgronden, voor zover daarop, na hetgeen hiervoor is overwogen, nog moet worden beslist.
4. De vreemdeling heeft aangevoerd dat de staatssecretaris haar in de gelegenheid had moeten stellen om correcties en aanvullingen in te dienen op het verslag van het identificerend gehoor op 30 mei 2012 op de Nederlandse ambassade te Addis Abeba, Ethiopië (hierna: het gehoor).
4.1. Nu er geen rechtsregel is die de staatssecretaris verplichtte om de vreemdeling in de gelegenheid te stellen om aanvullingen en correcties op het verslag van het gehoor in te dienen voordat hij een besluit nam op haar aanvraag (uitspraak van de Afdeling van 10 oktober 2012 in zaak nr. 201200425/1/V1) en de vreemdeling niets heeft aangevoerd waaruit valt af te leiden dat zij in haar processuele belangen is geschaad doordat de staatssecretaris eerst bij de heroverweging van het besluit van 29 oktober 2012 haar reactie op de besluitvorming en voormeld gehoor heeft betrokken, faalt de beroepsgrond.
5. De vreemdeling heeft onder verwijzing naar het rapport "Identificerende gehoren met Somalische nareizigers op de Nederlandse ambassade te Addis Abeba" aangevoerd dat de staatssecretaris onzorgvuldig heeft gehandeld nu hij onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheden waaronder en de wijze waarop het gehoor heeft plaatsgevonden. Zij heeft er in dit verband op gewezen dat de tolk geen beëdigde tolk was als bedoeld in de Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: de Wbtv), dat hij van het Somalisch naar het Engels heeft vertaald en omgekeerd, dat zij geen scholing heeft genoten, getraumatiseerd is en niet durfde in te grijpen als zij een vraag niet begreep.
5.1. Nederlandse ambassades en consulaten worden niet vermeld in artikel 28, eerste lid, van de Wbtv als diensten of instanties die zijn gehouden om in het kader van het vreemdelingenrecht uitsluitend gebruik te maken van beëdigde tolken en vertalers. Evenmin zijn zij ingevolge een ministeriële regeling krachtens het tweede lid als zodanig aangewezen (voormelde uitspraak van de Afdeling van 10 oktober 2012).
De vreemdeling heeft niet toegelicht op welke manier de verschillen tussen haar verklaringen en die van referente en de halfzuster kunnen worden verklaard door de wijze waarop het gehoor heeft plaatsgevonden of de wijze waarop de vragen of de verklaringen tijdens het gehoor zijn vertaald. Uit het verslag van het gehoor blijkt dat de vreemdeling heeft verklaard dat er geen medische of andere redenen waren waarom het gehoor niet plaats zou kunnen vinden, dat zij de tolk goed heeft begrepen en verstaan en dat zij geen op- of aanmerkingen had over het verloop van het gesprek. Voorts blijkt uit het verslag van het gehoor dat de gehoormedewerker het doel van het gehoor en de gang van zaken daarbij heeft toegelicht, dat hij heeft geverifieerd of de vreemdeling en de tolk dezelfde taal spreken en dat hij in eenvoudige bewoordingen vragen heeft gesteld over basale onderwerpen.
De beroepsgrond faalt.
6. De vreemdeling heeft aangevoerd dat zij plausibele verklaringen heeft gegeven voor de door de staatssecretaris tegengeworpen tegenstrijdige, wisselende, vage en summiere verklaringen over het tijdstip en de plaats van het afscheid van de referente, het werk van de referente, het werk van de echtgenoot van de referente, tevens de stiefvader van de vreemdeling, de leeftijden van de vreemdeling onderscheidenlijk haar halfbroers en -zusters, het bidden, het doen van de boodschappen, het schoonmaken en de inrichting en omheining van de woning.
6.1. De door de vreemdeling gegeven verklaringen houden in dat zij zich heeft vergist in het tijdstip en de plaats van het afscheid van de referente, dat zij vragen verkeerd heeft begrepen en zaken door elkaar heeft gehaald doordat zij niet gewend is om te worden gehoord, dat zij veel heeft meegemaakt in Somalië, dat zij weinig contact met haar stiefvader had, dat het niet vreemd is dat zij de leeftijden van haar halfbroers en -zusters niet wist nu zij haar eigen leeftijd ook niet wist, dat de gebedskleden geen vaste plek in huis hadden en dat in Somalië een beperkt tijdsbesef heerst. De staatssecretaris heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zij hiermee geen plausibele verklaringen heeft gegeven als hiervoor bedoeld en dat zij, nu het gaat om onderwerpen die relevant zijn voor de vaststelling van de feitelijke gezinsband, niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van het vertrek van de referente uit Somalië feitelijk tot haar gezin behoorde.
De beroepsgrond faalt.
7. Het beroep op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) en artikelen 4 en 9 van richtlijn 2003/86/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB 2003 L 251, met rectificatie in PB 2012 L 71) faalt, gelet op de vaste jurisprudentie van de Afdeling (uitspraken van 19 oktober 2010 in zaak nr. 201001188/1/V1 en van 12 maart 2008 in zaak nr. 200705142/1).
8. De beroepsgrond dat de staatssecretaris ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om krachtens artikel 4:84 van de Awb af te wijken van het beleid, faalt. De vreemdeling heeft, buiten haar onder 7. besproken beroep op artikel 8 van het EVRM, niet toegelicht welke omstandigheden er zijn die niet geacht kunnen worden bij de vaststelling van het beleid te zijn betrokken en die tot afwijking van dat beleid zouden moeten nopen.
9. Voor zover de vreemdeling een beroep heeft gedaan op de brieven van 16 juli 2012 en 2 april 2013 van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel onderscheidenlijk de staatssecretaris aan de voorzitter van de Tweede onderscheidenlijk Eerste Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2011/12, 19 637, nr. 1568 onderscheidenlijk Kamerstukken I 2012/13, 31 549, M, blz. 7-9), faalt de beroepsgrond reeds omdat hierin niet is vermeld dat niet langer wordt vastgehouden aan het vereiste dat een meerderjarig kind aannemelijk maakt feitelijk tot het gezin van de hoofdpersoon te hebben behoord.
10. De beroepsgrond dat de staatssecretaris ten onrechte heeft nagelaten de in verband met het gemaakte bezwaar gemaakte kosten te vergoeden omdat hij het besluit van 29 oktober 2012 had moeten herroepen vanwege een aan hem te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in artikel 7:15 van de Awb, faalt reeds omdat de staatssecretaris het besluit van 29 oktober 2012 gelet op het voorgaande terecht niet heeft herroepen.
11. Aan de hiervoor niet besproken bij de rechtbank voorgedragen beroepsgrond over de wijze waarop de staatssecretaris de leeftijd van de vreemdeling heeft vastgesteld, komt de Afdeling niet toe. Over die grond heeft de rechtbank uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een oordeel gegeven, waartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Evenmin bestaat nauwe verwevenheid tussen het oordeel over deze grond, dan wel onderdelen van het besluit waarop deze betrekking heeft, en hetgeen in hoger beroep aan de orde is gesteld. Deze grond valt thans dientengevolge buiten het geschil.
12. Het beroep is ongegrond.
13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 20 februari 2014 in zaak nr. 13/10333, voor zover aangevallen;
III. verklaart het beroep in zoverre ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. Hartsuiker, ambtenaar van staat.
w.g. Parkins-de Vin w.g. Hartsuiker
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2014

De uitspraak staat hier: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2014:2802

Advocate General Sharpston: Charter Constrains “Verifying” Asylum Claimants’ Sexual Orientation (artikel over homoseksuele asielzoekers)

 article by Asad Khan

In her recent Opinion in Joined Cases C-148/13, C149/13 and C-150/13, A, B and C, AG Sharpston agreed with the view that “an individual’s sexual orientation is a complex matter, entwined inseparably with his identity, that falls within the private sphere of his life.” She observed that homosexuality is not considered a medical or psychological condition in the European Union (EU) and no medical test exists to determine sexual orientation. She considered the pseudo-medical test of phallometry, focusing on the subject’s physical reaction to pornographic material, to be a “particularly dubious” method to confirm homosexual orientation. She thought that any medical examination to confirm sexual orientation violates article 3 (right to integrity of the person) and article 7 (respect for private and family life) of the Charter of Fundamental Rights of the European Union (CFR) and also falls foul of the proportionality requirement under article 52(1). Therefore, AG Sharpston concluded that establishing a gay asylum claimant’s credibility using a medical test is a terrible idea. The question posed by the referring court, the Raad van State (Netherlands), was abstractly expressed in the following terms:
What limits do the Qualification Directive, and the Charter, in particular articles 3 and 7 thereof, impose on the method of assessing the credibility of a declared sexual orientation, and are those limits different from the limits which apply to assessment of the credibility of the other grounds of persecution and, if so, in what respect?

For AG Sharpston, this broad conceptual question is in turn related to complex and sensitive issues regarding personal identity and fundamental rights vis-à-vis the position of Member States when applying minimum harmonisation measures such as Directive 2004/83/EC (the Qualification Directive) and Directive 2005/85/EC (the Procedures Directive). Moreover, dealing with these issues triggers a series of other questions such as whether Member States must accept an asylum applicant’s averred sexual orientation? Similarly, as a matter of EU law, are Member States’ authorities permitted to medically examine sexual orientation and how should that process be conducted compatibly with fundamental rights? Furthermore, are asylum claims made on sexual orientation distinct from other asylum claims and should special rules be applied to them?
A, B and C are gay men whose asylum applications were refused because of perceived uncertainty about the truthfulness of their sexual orientation. The Dutch authorities did not consider A’s willingness to submit himself to an examination or C’s production of a film depicting himself performing sexual acts with another male as conclusive of their contended homosexuality. Objections regarding B included ambiguity as to his feelings about his sexuality and sexual relationships and the handling of the realisation his own sexuality in a Muslim country.
Shedding much needed light on the issues at stake, AG Sharpston said at paragraph 66:
In my view it is clearly contrary to article 7 of the Charter to require applicants to produce evidence such as films or photographs or to request them to perform sexual acts in order to demonstrate their sexual orientation. I add that, again, the probative value of such evidence is doubtful because it can be fabricated if needed and cannot distinguish the genuine applicant from the bogus.
It is worth remembering that the CJEU has recently held that the mere criminalisation of homosexuality is insufficient to found persecution and the legislation in question must be enforced in a manner that results in a serious violation of fundamental rights. The parties – including the UNHCR, the Netherlands, Belgium, the Czech Republic, France, Germany and Greece and the European Commission – in the instant case agreed that sexual orientation cannot be objectively verified but presented different views in relation to whether Member States should verify whether the asylum seeker is homosexual and satisfies the requirement of being a member of a social group.
AG Sharpston said that the absence of express wording in the Qualification Directive regulating Member States’ discretion regarding the practices or methods for assessing an applicant’s credibility does not mean that EU law places no limits on that discretion. She explained that the Member States needed to adhere to the decisive benchmarks contained in the CFR because


 continue here: http://asadakhan.wordpress.com/2014/07/23/advocate-general-sharpston-charter-constrains-verifying-asylum-claimants-sexual-orientation/



In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Meeste asielzoekers sinds eerste halfjaar 2001


Het aantal asielverzoeken is de afgelopen maanden sterk toegenomen. In het eerste halfjaar van 2014 kwamen twee keer zo veel asielzoekers naar Nederland als in de eerste helft van 2013. Het is zelfs het hoogste aantal sinds het eerste halfjaar van 2001. Vooral uit Syrië en Eritrea kwamen afgelopen halfjaar veel meer asielzoekers dan vorig jaar. In juni is het aantal asielzoekers uit Eritrea alweer sterk gedaald ten opzichte van april en mei.

Bijna zes op de tien uit Eritrea en Syrië

In de eerste helft van 2014 kwamen 12,3 duizend asielzoekers naar Nederland, een verdubbeling ten opzichte van de eerste helft van 2013. Syriërs vormden in de eerste helft van 2014 met 3,7 duizend de grootste groep, gevolgd door Eritreeërs met 3,5 duizend aanvragen. Samen waren zij goed voor 58 procent van de asielverzoeken. In eerdere jaren waren Somalië, Irak en Afghanistan de belangrijkste herkomstlanden.

Asielzoekers belangrijkste nationaliteiten

Asielzoekers belangrijkste nationaliteiten

In juni veel minder Eritreeërs

Het aantal asielzoekers uit Eritrea vertoonde het afgelopen halfjaar een grillig verloop. In dat land worden op grote schaal mensen om politieke of religieuze redenen vervolgd. Hierdoor nam het aantal asielzoekers uit dit land naar EU-landen halverwege 2013 sterk toe. In eerste instantie gingen deze asielzoekers vooral naar Zweden en Duitsland. Mede onder invloed van activiteiten van mensensmokkelaars, kwamen in april en mei 2014 onverwacht grote aantallen Eritrese asielzoekers naar Nederland. Naar aanleiding hiervan heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie in mei een aantal maatregelen aangekondigd. In juni kwamen vervolgens nog maar 200 Eritreeërs naar Nederland.
Het aantal asielzoekers uit Syrië liep de afgelopen maanden steeds verder op en kwam in juni uit op 900. De toename van het aantal Syrische asielzoekers hangt samen met de burgeroorlog aldaar.

Asielzoekers per maand

Asielzoekers per maand

Asielstromen afhankelijk van situatie herkomstlanden én beleid

De ontwikkeling van het aantal asielzoekers uit een vijftal belangrijke herkomstlanden laat vanaf 2007 verschillende pieken zien. Naast de hoge aantallen Syriërs en Eritreeërs dit jaar, vallen met name de pieken vanuit Irak (2008) en Somalië (2009) op. Hoewel asielstromen vrijwel altijd samenhangen met instabiele politieke situaties, speelt ook beleid in bestemmingslanden een belangrijke rol. Zo hield
de ontwikkeling van het aantal asielzoekers uit Somalië en Irak in de periode 2008-2010 bijvoorbeeld mede verband met beleidswijzigingen, zoals de categoriale bescherming die toen tijdelijk in Nederland gold voor deze bevolkingsgroepen.

Asielzoekers vanaf 2007

Asielzoekers vanaf 2007
John de Winter en Arno Sprangers
Bron: StatLine, Asielverzoeken kerncijfers


 Hier gevonden: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/veiligheid-recht/publicaties/artikelen/archief/2014/2014-4103-wm.htm





In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Bosnian refugee goes to Harvard (as the first of his American highschool ever)




History was made this year at Bayless High School. For the first time one of their graduates, a Bosnian student, is going to Harvard. The achievement is the subject of a documentary recently showcased at the Tivoli.
ST. LOUIS - History was made this year at Bayless High School. For the first time one of their graduates, a Bosnian student, is going to Harvard. The achievement is the subject of a documentary recently showcased at the Tivoli.
Irhad Sehovic and his family moved to St. Louis 14 years ago as Bosnian refugees. The filmmaker is an exchange student, also from Bosnia.
It's called Harvard Man, and was featured at the St. Louis Filmmakers Showcase.
"I called my mom and I called my dad and my mom was crying at work and my dad is jumping, I could hear him jumping up and down from the phone," said Irhad Sehovic, an 18-year-old Bayless High School student who's been accepted to Harvard. "I feel proud to tell people about my story and what I've gone through and what my family has gone through, and I just want people to be inspired."
Now, a University of Missouri-St. Louis exchange student, Hari Secic, also from Bosnia, is making a documentary film about Sehovic's Ivy League acceptance and his family's history.
"Irhad is a great example of a successful young man and his parents have been through a lot especially his mom," said Secic.
"She escaped with just a few people otherwise everybody in her village was killed, so they come with great trauma," said film producer Rita Csapo-Sweet.
Sehovic was only 4-years-old when he came to St. Louis. His parents made their children's education the top priority.
"I hear him talk about it everyday to everyone and I understand he's a proud father, my mom is just a little sad to see me go," said Sehovic.
The filmmaker plans to profile other St. Louis Bosnians, but wanted to start with Sehovic's story.
"This whole story from the past is always present in their lives and that's just one of 50 - 60 thousand stories in south city and in south county," said Secic.
Irhad starts college this fall, with the hopes of working on Wall Street one day.

Lees hier het originele artikel en kijk naar de trailer van de film: http://www.ksdk.com/story/news/local/2014/07/22/irhad-sehovic-bayless-harvard/13027993/




In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

20 juli 2014

VACATURE: Coordinator juridische begeleiding bij Vluchtelingenwerk in Brabant

Naar aanleiding van de juridische ondersteuning die geboden wordt aan vluchtelingen die in het kader van de huisvestingstaakstelling gehuisvest worden en een (uitbreiding van) opdracht t.b.v. de bewoners van de noodopvang in 's-Hertogenbosch, zoeken we met onmiddellijke ingang, of zo snel als mogelijk een ervaren Coördinator juridische begeleiding voor 20 uur per week Locatie ‘s-Hertogenbosch
VluchtelingenWerk West- en Oost-Brabant & Bommelerwaard
Informatie algemeen
Het werkgebied van Stichting VluchtelingenWerk West- en Oost Brabant & Bommelerwaard (VW
WOBB) omvat 24 gemeenten binnen de provincie Noord Brabant en 2 binnen de provincie Gelderland.
Het werkgebied is opgedeeld in drie regio's en de werkzaamheden worden lokaal uitgevoerd. Het
hoofdkantoor van de stichting is gevestigd in Uden.
Activiteiten
De activiteiten van de stichting richten zich op de belangenbehartiging van vluchtelingen en op
ondersteuning en begeleiding van asielzoekers, vluchtelingen en andere nieuwkomers. Centrale thema's
in de dienstverlening zijn maatschappelijke participatie, inburgering / integratie en toelating. De
werkzaamheden worden zowel decentraal (in de gemeenten) als centraal (in het Aanmeldcentrum in
Den Bosch en in opvangcentra in Grave, Budel en Overloon) uitgevoerd. Het grootste deel van het
uitvoerende dienstverlenende werk wordt gedaan door vrijwilligers.
Vacature
Naar aanleiding van de juridische ondersteuning die geboden wordt aan vluchtelingen die in het kader
van de huisvestingstaakstelling gehuisvest worden en een (uitbreiding van) opdracht t.b.v. de bewoners
van de noodopvang in 's-Hertogenbosch, zijn we op zoek naar een een ervaren coördinator t.b.v.
juridische begeleiding.
We zoeken met onmiddellijke ingang, of zo snel als mogelijk een:
Coördinator juridische begeleiding
Locatie ‘s-Hertogenbosch
voor 20 uur per week

Het betreft een vacature voor 20 uur per week. De werkzaamheden betreffen het coördineren van de
werkzaamheden van de vrijwilligers m.b.t. de juridische begeleiding van vluchtelingen en bewoners van
de noodopvang en waar nodig de directe begeleiding van betrokkenen.
Er moeten nieuwe vrijwilligers geworven en geselecteerd worden tbv juridische ondersteuning die
ingewerkt, (bij)geschoold en ondersteund worden door de aan te stellen coördinator, die tevens als
vraagbaak optreedt voor de vrijwilligersgroep en anderen.
Voor de meer algemene functie-inhoud en gevraagde competenties verwijs ik naar bijgaande functieomschrijving.
De werkzaamheden worden uitgevoerd op de locatie 's-Hertogenbosch, IJsselsingel 52, waar u
samenwerkt met een locatiecoördinator, 2 coördinatoren en een administratieve kracht.
Werkdagen en – tijden in overleg met de locatie-coördinator.

Wij bieden:
· Een tijdelijk contract voor 1 jaar
· Arbeidsvoorwaarden op basis van CAO Welzijn& Maatschappelijke Dienstverlening
· Een prettige werksfeer
Wij vragen:
• HBO werk- en denkniveau
• Aantoonbare leidinggevende en coördinerende kwaliteiten
• Kennis van de asielprocedure en de procedure gezinshereniging in theorie en praktijk
• Ervaring met dossieronderzoek en Vluchtverhaalanalyse
• Kennis omtrent de rechten van uitgeprocedeerden
• Analytisch denkvermogen
• Stressbestendigheid en flexibiliteit
• Ervaring in het werken in een vrijwilligersorganisatie
• Ervaring met / kennis van de doelgroep
Informatie over de procedure:
Vragen over de inhoud van de functie kunnen gesteld worden aan Mirjam Klasen, locatie-coördinator,
073-6140749 of aan Jacqueline de Visser, manager team Midden, 06-12687491.
Reageren
Sollicitatiebrief met curriculum vitea, o.v.v. Coördinator juridische begeleiding, vóór 11 augustus
per e-mail sturen naar personeel@vluchtelingenwerk-wobb.nl
Sollicitatiegesprekken zullen gevoerd worden op woensdagmiddag 27 augustus


 Bron: https://www.vluchtelingenwerk.nl/wobb/vacatures/coordinator-juridische-begeleiding



In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Klopt het dat het speciale weduwenbeleid is geschrapt waardoor iemand mocht blijven? UPDATE

 Voor de wet MoMi was er de mogelijkheid om in Nederland te blijven als je echtgenoot overleed. Dit naar aanleiding van de zaak van een Poolse mevrouw die zo'n 15 jaar geleden speelde waarbij mevrouw alles in Polen had opgegeven en met een Nederlander was getrouwd die goed geld en een eigen bedrijf had dat prima liep. Vervolgens overleed hij en zou zij alles hebben moeten verkopen en met kind naar Polen hebben teruggemoeten. Toen is die uitzondering in de VC gekomen.

Maar ik kan die regeling nergens in de huidige VC terugvinden. Misschien kijk ik er over heen maar het lijkt wel of dat weduwen/weduwnaars beleid ook is geschrapt net als die van de alleenstaande ouder zonder verzorgende kinderen in land van herkomst.

Dit zou dus zomaar kunnen betekenen dat iemand die als expat voor een Nederland bedrijf of voor de Nederlandse overheid in het buitenland werkt en daar met een locale vrouw/ man trouwt na zijn pensioen en terugkeer naar Nederland minstens 70 moet worden omdat mevrouw (of meneer) anders niet 5 jaar in Nederland een verblijfsvergunning heeft en na zijn/haar overlijden dan hun gemeenschappelijk huis moet verkopen en terug moet keren naar het land van herkomst.

Is dat inderdaad het geval?





Toch wel triest al die Pardonnen met grote groepen belanghebbenden en dat dan dit soort schrijnende zaken die misschien een paar keer voorkomen tussen wal en schip raken.

UPDATE

@luscuere
@
@wytzia Het staat nu in het #vreemdelingenbesluit wetten.overheid.nl/BWBR0011825/Ho… Overigens een wel erg generieke en onevenwichtige tegemoetkoming...


In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Is een erkende vluchteling zo snel mogelijk uitplaatsen naar een eigen huis nou wel zo handig?

Ik las elders dat door de verhoogde instroom het moeilijker is om woningen voor statushouders te vinden. Dit gecombineerd met het feit dat ik het wel een heel eenzaam traject vind zo vanuit bijvoorbeeld Syrie in oorlog binnen een paar maanden naar een flat in een rustige buitenwijk van Assen waar je de taal niet spreekt en al je buren naar hun werk zijn, maakt dat ik me afvraag of een soort campus idee voor mensen die toegelaten zijn waar de eerste stappen naar volwaardig burger worden gezet geen beter idee is. Dan heb je lotgenoten om mee te praten en om van te leren en hoef je minder op zoek naar hulp omdat het gewoon een onderdeel is van je verblijf daar.

Wat vindt u?


In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

16 juli 2014

Weer "asielknoeier" advocaat bestraft


Jaar schorsing voor geschrapte, ‘niet geschikte’ advocaat

Een in november 2013 reeds geschrapte advocaat is nog eens een jaar onvoorwaardelijk geschorst. De Raad van Discipline in Den Bosch sprak de schorsingsmaatregel uit naar aanleiding van een asielzaak en een echtscheidingsprocedure, waarin de advocaat zelden bereikbaar was, grove procedurele fouten maakte en tenminste een asielcliënt in grote problemen bracht.
De klager in de asielzaak probeerde vanaf medio 2012 een verblijfsvergunning te krijgen en had hiervoor de advocaat in kwestie in de arm genomen. Die liet echter zelden tot nooit van zich horen als de man en zijn hulpverleners contact zochten. In juli 2013 kwam het tot een gesprek, waarbij de cliënt liet weten een andere raadsman te willen. De slecht bereikbare advocaat zou het dossier binnen enkele dagen naar de hulpverlener zenden, maar stuurde het uiteindelijk pas een maand later direct naar de nieuwe advocaat van de asielzoeker, tegen de gemaakte afspraken in.
In de echtscheidingszaak stuurde hij na de verstreken termijn nog een verweerschrift in en bracht hij te laat een exploot aan bij de rechtbank. Verzoeken van de andere partij om informatie of processtukken bleven onbeantwoord.
Reden genoeg voor de tuchtrechter om de advocaat in deze twee gevallen te verwijten dat hij weigerde informatie te verschaffen en veelal onbereikbaar was. Uit de rapportage van de hulpverleners van de asielzoeker blijkt dat hij diverse telefoontjes en e-mails niet beantwoordde. Daar komt nog bij dat de advocaat wel een rekening ter waarde van 1200 euro aan deze man had verstuurd: het was de cliënt niet duidelijk waarom hij dit bedrag moest betalen. Volgens de advocaat was het slechts ‘een indicatie van een tarief’ voor het starten van een procedure om een verblijfsvergunning te verkrijgen.
Geen verbetering verwacht
“De ernst van het tuchtrechtelijk verweten handelen, gevoegd bij de grote omvang van de voor klager hieraan verbonden nadelige gevolgen, rechtvaardigt op zichzelf een zware maatregel,” oordeelt de tuchtrechter in deze zaak. Niet in het minst omdat er nog andere, soortgelijke klachten bekend zijn bij de raad, waaronder de scheidingszaak, waardoor de advocaat het vertrouwen in zijn beroepsgroep ‘ernstig heeft beschadigd’. “Verweerder heeft geen inzicht getoond in de door hem gemaakte misslagen, heeft niet van eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen geleerd en heeft niet aangetoond dat enige verbetering is te verwachten.”
Het is daarom niet langer verantwoord dat de advocaat nog langer zijn praktijk uitoefent; de raad legt een onvoorwaardelijke schorsing van een jaar op, ook al is de advocaat op 25 november 2013 al geschrapt van het tableau. De hoofdredenen voor die schrapping: sinds de start van zijn eigen kantoor in 2009 zijn er tien collega’s en confrères geweest die de deken verzochten om te bemiddelen tussen hen en verweerder. Daarnaast werden er in de afgelopen jaren elf klachten tegen hem ingediend, was hij slecht bereikbaar en kwam hij zijn financiële verplichtingen niet na. ‘Verweerder is niet geschikt om de functie van advocaat uit te oefenen,’ luidde het harde oordeel.
Mocht de advocaat ondanks zijn schrapping zich ooit nog eens opnieuw willen inschrijven, dan zal hij door de schorsingsmaatregel het eerste jaar zijn beroep nog niet mogen uitoefenen. Scheidingsprocedure
 Dit artikel komt uit Advocatie. Aanrader om er een abonnement op te nemen: http://www.advocatie.nl/jaar-schorsing-voor-geschrapte-niet-geschikte-advocaat


In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Het komt niet vaak voor dat de Staatssecretaris zijn hoger beroep als KO terugkrijgt....intussen doet de Raad van State zelf uitspraak over bekering en herhaalde aanvraag

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 14-07-2014
Datum publicatie 16-07-2014
Zaaknummer 201403787/1/V2


1. Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.
2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. De Afdeling ziet aanleiding uit een oogpunt van finale geschilbeslechting met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Hiertoe wordt als volgt overwogen.

3. De vreemdeling heeft aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat zich sinds de vorige procedure een geloofsintensivering heeft voorgedaan en dat hij is gedoopt, ter staving waarvan hij een doopakte van 7 oktober 2012 heeft overgelegd. Voorts heeft hij twee verklaringen overgelegd van de kringleider en coördinator asielzoekers van de evangeliegemeente Shekinah van 15 september 2013 en van 15 november 2013, alsmede een verklaring van de secretaris oudstenteam van de evangeliegemeente Shekinah van 20 november 2012. Tot slot heeft hij onder overlegging van een aantal afdrukken van Facebook aangevoerd dat de Iraanse autoriteiten op de hoogte zijn van zijn evangelisatieactiviteiten.
3.1. De staatssecretaris heeft zich in het besluit waarin het voornemen is ingelast, op het standpunt gesteld dat de door hem bij de beoordeling van de gestelde bekering gehanteerde werkwijze niet afwijkt van die welke is weergegeven in de uitspraak van de Afdeling van 24 mei 2013 in zaak nr. 201109839/1/V2, en dat, hoewel de vragenlijst ten tijde van het besluit van 2 mei 2012 in de vorige procedure nog niet werd gehanteerd, de vreemdeling wel in overeenstemming daarmee is gehoord. Bij besluit van 2 mei 2012 is de aanvraag afgewezen omdat de vreemdeling vragen over onder meer het proces van bekering ontoereikend heeft beantwoord. Dit besluit staat in rechte vast. In het gehoor opvolgende aanvraag is de vreemdeling voldoende in de gelegenheid gesteld zijn bekering alsnog aannemelijk te maken. Nu hij daarin niet is geslaagd, geldt dit evenzeer voor de gestelde geloofsintensivering, aldus de staatssecretaris.
3.2. Zoals volgt uit de hiervoor genoemde uitspraak van 24 mei 2013, past de staatssecretaris een vaste gedragslijn toe bij het onderzoek naar de door een vreemdeling aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegde geloofsovertuiging. Deze vaste gedragslijn houdt in dat de staatssecretaris een vreemdeling vragen stelt die - voor zover toepasselijk in het concrete geval - grofweg worden onderverdeeld in vragen over de motieven voor en het proces van bekering, waaronder de betekenis en praktische uitvoering van een eventuele doop en doopplechtigheid, en over de persoonlijke betekenis van de bekering of de geloofsovertuiging voor een vreemdeling. Voorts betreft het vragen die betrekking hebben op algemene, basale kennis van de geloofsleer en geloofspraktijk. Ten slotte verwacht de staatssecretaris dat een vreemdeling die stelt dat kerkgang onderdeel is van zijn geloofsovertuiging, daarover vragen weet te beantwoorden, bijvoorbeeld waar de kerk zich bevindt die hij bezoekt, op welk tijdstip de dienst of de mis plaatsvindt, en hoe deze verloopt. Soortgelijke vragen stelt de staatssecretaris ook over andere door een vreemdeling genoemde uitingen van zijn gestelde geloofsovertuiging, zoals evangelisatieactiviteiten. Voorts volgt uit deze uitspraak dat de staatssecretaris ervan uitgaat dat aan een bekering steeds een welbewuste en weloverwogen keuze van een vreemdeling vooraf gaat en dat hij om die reden bijzondere waarde hecht aan de beantwoording door een vreemdeling van vragen over die motieven voor en het proces van bekering.
3.3. Tijdens het gehoor opvolgende aanvraag is de vreemdeling gevraagd of hij in aanvulling op zijn tweede asielaanvraag, nog nader kan verklaren over het proces van bekering. Hierop heeft de vreemdeling geantwoord dat hij is gedoopt en de Heilige Geest tot hem is gekomen, hij door bijbelstudie meer kennis heeft vergaard en meer volgens de christelijke normen en waarden is gaan leven.
3.4. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 10 april 2014 in zaak nr. 201304684/1/V2 verlangt de staatssecretaris juist in een geval als dit, waarin de gestelde bekering in de voorafgaande procedure - bij in rechte onaantastbaar besluit - niet geloofwaardig is geacht omdat de vreemdeling geen inzicht in de motieven voor en het proces van bekering heeft kunnen geven, van de vreemdeling dat hij ermee bekend is dat hij in een opvolgende aanvraag die motieven voor en het proces van bekering kan beschrijven. De vreemdeling dient inzichtelijk te maken waarom hij tot de gestelde intensivering van de bekering is gekomen en hoe dit proces is verlopen, en hij dient tot uiting te brengen dat deze keuze weloverwogen en welbewust is. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris de in 3.3. weergegeven antwoorden niet in redelijkheid heeft kunnen aanmerken als onvoldoende blijk gevend van een weloverwogen en welbewuste keuze van de vreemdeling zich te bekeren tot het christendom. Daarbij is van belang dat de vreemdeling afkomstig is uit Iran waar de bekering tot een andere dan de in dat land algemeen gangbare geloofsovertuiging strafbaar is en maatschappelijk onaanvaardbaar.
4. Ter staving van zijn bekering heeft de vreemdeling weliswaar de in 3. vermelde verklaringen overgelegd, doch die verklaringen doen aan vorenstaande slotsom niet af. De staatssecretaris stelt terecht dat een verklaring van een kerkelijke instantie of persoon weliswaar kan dienen ter staving van een bekering, maar dat dit de verantwoordelijkheid van de betrokken vreemdeling onverlet laat zelf overtuigende verklaringen af te leggen met betrekking tot zijn bekering en het proces dat tot de bekering heeft geleid (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 6 maart 2014 in zaak nr. 201311217/1/V2).
5. De vreemdeling voert voorts aan dat uit de door hem overgelegde pagina's van Facebook blijkt dat de autoriteiten op de hoogte zijn van zijn evangelisatieactiviteiten.
5.1. Nu uit die bladzijden niet blijkt dat deze op naam staan van de vreemdeling, terwijl hij op de op die bladzijden geplaatste foto nauwelijks herkenbaar in beeld is gebracht, heeft de staatssecretaris de overgelegde afdrukken van pagina's van Facebook als onvoldoende staving kunnen aanmerken voor de stelling van de vreemdeling dat de autoriteiten op de hoogte zijn van zijn evangelisatieactiviteiten op Facebook.
6. De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
 De hele uitspraak vindt u hier: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2014:2697


In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Geen meldplicht bij vreemdelingenpolitie meer voor uw bezoekers uit het buitenland deze zomer

Geen meldplicht meer bij kort verblijf

Komt u naar Nederland voor een kort verblijf? Dan hoeft u zich niet meer te melden bij de vreemdelingenpolitie. De meldplicht wordt, vooruitlopend op de afschaffing in de wet, met ingang van 1 januari 2014 niet langer gehandhaafd.

Dit en meer over mensen die met een visum naar Nederland komen hier: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/visa/visum-voor-kort-verblijf-nederland



In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Nog een Kinderpardon-uitspraak: Wat als je ouders je mee terug naar het land van herkomst hebben uitgenomen?

Op het moment zijn er de nodige mensen aan het doorprocederen die een vergunning op basis van het Kinderpardon zijn misgelopen omdat ze niet aan de voorwaarden voldoen en Staatssecretaris Teeven voor hen geen uitzondering wil maken. Onderstaande dame vindt dat ze niet de dupe hoeft te worden van het handelen van haar ouders die haar mee hebben genomen naar Griekenland:



 

ECLI:NL:RBDHA:2014:8544

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-07-2014
Datum publicatie 15-07-2014
Zaaknummer AWB 13/29300
Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Niet in geschil is dat eiseres 2 tezamen met haar ouders, na de eerste asielaanvragen, de EU aantoonbaar heeft verlaten en dat zij na de nieuwe asielaanvragen van 1 november 2010 op 1 februari 2013 nog geen vijf jaar in Nederland verbleef.
Het betoog van eiseres 2 dat haar de desbetreffende contra-indicatie niet kan worden tegengeworpen, aangezien het vertrek uit de EU (Griekenland) naar Irak op 24 februari 2010 op instigatie van haar ouders heeft plaatsgevonden en zij niet de dupe mag worden van hun handelen, faalt. Met dit betoog gaat eiseres 2 eraan voorbij dat de beoordeling van de aanvraag plaatsvindt in de context van het gezin en dat in specifieke situaties de gedragingen van de gezinsleden consequenties kunnen hebben voor het kind dat in het kader van de regeling als hoofdpersoon wordt beschouwd. Bovendien is, zoals ook uit deze brief blijkt, besloten de Overgangsregeling te treffen om te voorkomen dat kinderen met een asielachtergrond de dupe worden van procedures die in het verleden soms lang duurden, het niet meewerken aan vertrek en het stapelen van procedures door ouders, of een combinatie van deze factoren, waardoor deze kinderen, zonder zicht op een verblijfsvergunning, al vele jaren in Nederland verblijven. In een dergelijke onzekere positie heeft eiseres 2 niet verkeerd, juist omdat haar ouders in februari 2010 hebben besloten met haar terug te keren naar hun land van herkomst. Daarmee heeft die onzekerheid voor eiseres 2 vanaf dat moment in ieder geval niet voortgeduurd. Dit verschil vormt tevens, anders dan eiseres 2 meent, een objectieve en redelijke grond voor het in de Overgangsregeling gemaakte onderscheid tussen vreemdelingen die de EU aantoonbaar hebben verlaten en vreemdelingen die dat niet hebben gedaan. Relevant is daarbij ook dat de Overgangsregeling begunstigend uitzonderingsbeleid is.
Het betoog dat sprake is van individuele bijzondere feiten en omstandigheden die nopen tot afwijking van het beleid en dat het bestreden besluit op dit punt onvoldoende is gemotiveerd, faalt.
Het betoog van eiseres 2 dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij geen gebruik heeft gemaakt van zijn in artikel 3.4, derde lid, van het Vb 2000 neergelegde discretionaire bevoegdheid een verblijfsvergunning te verlenen, temeer nu hij herhaaldelijk heeft aangegeven op ruimhartige wijze uitvoering te geven aan het Kinderpardon, faalt eveneens.
Verder faalt het betoog van eiseres 2 dat verweerder ten onrechte het beroep op privéleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM terzijde heeft geschoven en daarbij haar belangen, gelet op haar jeugdige leeftijd en medische problematiek, onvoldoende in de overwegingen heeft betrokken.
Tot slot faalt het betoog van eiseres 2 dat verweerder haar en haar ouders in bezwaar ten onrechte niet heeft gehoord.
 ----------------

Eiser is geboren op [datum] 1972, eiseres 1 op [datum] 1972 en eiseres 2 op [datum] 2005. Allen bezitten de Iraakse nationaliteit.
1.2. Op 9 oktober 2007 hebben eiser en eiseres 1, de laatste ten behoeve van eiseres 2, een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvragen bij besluiten van 5 juni 2008 afgewezen, wegens verantwoordelijkheid van Griekenland voor de beoordeling ervan. Bij uitspraak van 3 augustus 2009 heeft de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, de daartegen door eisers ingestelde beroepen ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft die uitspraak bij uitspraak van 30 september 2009 bevestigd.
1.3. Op 26 januari 2010 zijn eisers overgedragen aan de Griekse autoriteiten. Op 24 februari 2010 zijn eisers teruggekeerd naar Irak. In oktober 2010 zijn zij opnieuw Nederland binnengekomen.
1.4.Op 1 november 2010 hebben eisers opvolgende aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, eiseres 1 wederom ten behoeve van eiseres 2. Verweerder heeft deze aanvragen bij besluiten van 8 augustus 2011, na inhoudelijke beoordeling, wederom afgewezen. Bij uitspraak van 12 juni 2012 heeft de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, de daartegen door eisers ingestelde beroepen ongegrond verklaard. De Afdeling heeft die uitspraak bij uitspraak van 12 september 2012 bevestigd

(....)

 Het betoog van eiseres 2 dat haar de desbetreffende contra-indicatie niet kan worden tegengeworpen, aangezien het vertrek uit de EU (Griekenland) naar Irak op 24 februari 2010 op instigatie van haar ouders heeft plaatsgevonden en zij niet de dupe mag worden van hun handelen, faalt. Met dit betoog gaat eiseres 2 eraan voorbij dat, zoals verweerder onder verwijzing naar zijn brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal van 21 december 2012 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2012-2013, 19 637, nr. 1597) heeft opgemerkt, de beoordeling van de aanvraag plaatsvindt in de context van het gezin en dat in specifieke situaties de gedragingen van de gezinsleden consequenties kunnen hebben voor het kind dat in het kader van de regeling als hoofdpersoon wordt beschouwd. Bovendien is, zoals ook uit deze brief blijkt, besloten de Overgangsregeling te treffen om te voorkomen dat kinderen met een asielachtergrond de dupe worden van procedures die in het verleden soms lang duurden, het niet meewerken aan vertrek en het stapelen van procedures door ouders, of een combinatie van deze factoren, waardoor deze kinderen, zonder zicht op een verblijfsvergunning, al vele jaren in Nederland verblijven. In een dergelijke onzekere positie heeft eiseres 2 niet verkeerd, juist omdat haar ouders in februari 2010 hebben besloten met haar terug te keren naar hun land van herkomst. Daarmee heeft die onzekerheid voor eiseres 2 vanaf dat moment in ieder geval niet voortgeduurd. Dit verschil vormt tevens, anders dan eiseres 2 meent, een objectieve en redelijke grond voor het in de Overgangsregeling gemaakte onderscheid tussen vreemdelingen die de EU aantoonbaar hebben verlaten en vreemdelingen die dat niet hebben gedaan. Relevant is daarbij ook dat de Overgangsregeling begunstigend uitzonderingsbeleid is. Dat eiseres 2 in oktober 2010 met haar ouders naar Nederland is teruggekeerd en achteraf bezien door het vertrek naar Irak in februari 2010 thans een verblijfsvergunning op grond van de Overgangsregeling misloopt, betekent niet dat haar met voorbijgaan aan de desbetreffende contra-indicatie en de achtergrond en het doel van deze regeling een verblijfsvergunning moet worden verleend. Dit levert, bezien in het licht van het voorgaande en anders dan eiseres 2 meent, geen strijd op met de door haar genoemde jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) of het bepaalde in de artikelen 2, tweede lid, en 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) en artikel 14 van het EVRM.


Het betoog dat sprake is van individuele bijzondere feiten en omstandigheden die nopen tot afwijking van het beleid en dat het bestreden besluit op dit punt onvoldoende is gemotiveerd, faalt.
Nog daargelaten of de omstandigheid dat eiseres 2, naar gesteld, langdurig in Nederland heeft verbleven en banden met Nederland heeft opgebouwd binnen de strekking en reikwijdte van de Overgangsregeling valt en of die niet reeds bij de totstandkoming van deze regeling is betrokken, is geen sprake van een bijzondere omstandigheid die toepassing van artikel 4:84 van de Awb rechtvaardigt, reeds nu, gelet op de jonge leeftijd van eiseres 2 vóór de terugkeer van het gezin naar Irak in 2010, de eventuele banden die zij in die (bijna) vijf jaar met Nederland heeft opgebouwd te gering zijn om te concluderen dat sprake is van een bijzondere omstandigheid die noopt tot afwijking van het gevoerde beleid. Eiseres 2 heeft ook niet geconcretiseerd welke banden zij met Nederland heeft opgebouwd voorafgaand aan haar vertrek naar (Griekenland en) Irak.
4.4.Het betoog van eiseres 2 dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij geen gebruik heeft gemaakt van zijn in artikel 3.4, derde lid, van het Vb 2000 neergelegde discretionaire bevoegdheid een verblijfsvergunning te verlenen, temeer nu hij herhaaldelijk heeft aangegeven op ruimhartige wijze uitvoering te geven aan het Kinderpardon, faalt eveneens. Zoals volgt uit voormelde brief van verweerder van 21 december 2012 is de Overgangsregeling erop gericht aan de hiervoor in 4.2. genoemde specifieke groep kinderen snel duidelijkheid te geven, waartoe in de Overgangsregeling strikte voorwaarden zijn gesteld om voor verlening van een verblijfsvergunning op de voet van deze regeling in aanmerking te komen. De aanvraag om deze verblijfsvergunning kan slechts binnen een beperkte periode met gebruikmaking van een daartoe vastgesteld formulier worden ingediend. Hieruit volgt dat de Overgangsregeling naar strekking en reikwijdte een restrictief op te vatten aanvulling vormt op het vreemdelingenbeleid en er niet toe strekt vreemdelingen die niet aan de voorwaarden voldoen, niettemin wegens schrijnende individuele omstandigheden alsnog een verblijfsvergunning te verlenen. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eiseres 2, indien zij wegens dergelijke omstandigheden in aanmerking wenst te komen voor een verblijfsvergunning, daartoe een aparte aanvraag moet indienen. Dit geldt ook voor de medische omstandigheden die spelen ten aanzien van eiseres 2 en waarop in deze procedure een beroep is gedaan. De door eiseres 2 in de aanvullende gronden van beroep en ter zitting aangehaalde uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 11 juli 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:5301) wordt in zoverre dan ook niet onderschreven. Dat zaken van vreemdelingen die niet voldoen aan de voorwaarden van de Overgangsregeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) met het oog op eventuele toepassing van de discretionaire bevoegdheid kunnen worden voorgelegd aan verweerder, laat het vorenstaande onverlet. De IND beschikt te allen tijde over de bevoegdheid zaken aan verweerder voor te leggen. Niet is gebleken dat de IND in de praktijk alle zaken van vreemdelingen die niet aan de voorwaarden van de Overgangsregeling voldoen aan verweerder pleegt voor te leggen. Naar verweerder ter zitting heeft toegelicht, gebeurt dit alleen als daartoe, gezien de bijzondere situatie waarin de desbetreffende vreemdeling verkeert, aanleiding bestaat. Van een (in de onderhavige procedure afdwingbare) verplichting daartoe is geen sprake.
4.5.Verder faalt het betoog van eiseres 2 dat verweerder ten onrechte het beroep op privéleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM terzijde heeft geschoven en daarbij haar belangen, gelet op haar jeugdige leeftijd en medische problematiek, onvoldoende in de overwegingen heeft betrokken. Verweerder heeft in het in bezwaar gehandhaafde primaire besluit niet ten onrechte overwogen dat geen aanleiding bestaat eisers op grond van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder l, van het Vb 2000 vrij te stellen van het mvv-vereiste. Verweerder heeft in het bestreden besluit in dit verband gewezen op onder meer het arrest van het EHRM van 4 december 2012 (Butt tegen Noorwegen, nr. 47017/09, www.echr.coe.int), waaruit kan worden afgeleid dat - in verband met het risico dat ouders de positie van hun kinderen misbruiken om een verblijfsrecht te verkrijgen - zwaarwegende redenen van migratiebeleid in beginsel aanleiding mogen zijn het gedrag van de ouders van een vreemdeling aan de desbetreffende vreemdeling toe te rekenen en dat, indien die vreemdeling dan wel diens ouders, zoals in het onderhavige geval, konden - althans hadden moeten - weten dat het verblijfsrecht van die vreemdeling onzeker was, slechts onder uitzonderlijke omstandigheden reden bestaat voor de conclusie dat op grond van artikel 8 van het EVRM een verplichting bestaat tot het laten voortzetten van het privéleven in het land waar de vreemdeling met zijn ouders wil verblijven. Anders dan eiseres 2 ziet de rechtbank bezien in het licht van het voorgaande geen grond voor het oordeel dat verweerder zich bij de beoordeling of sprake is van uitzonderlijke omstandigheden in strijd met artikel 3 van het IVRK onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van eiseres 2.
Eigenlijk is dit heel erg oneerlijk in mijn gevoel dat mensen die wel zijn teruggegaan van het Kinderpardon zijn uitgesloten. Je doet wat de regering van je wilt en gaat na afwijzing van je asielrelaas na 3 jaar verblijf in Nederland terug maar vlucht daarna opnieuw. Wellicht de laatste keer omdat we dat Kinderpardon hadden?

Om te zorgen dat de IND daadwerkelijk iemand's zaak aan de staatssecretaris voorlegt is dus media-aandacht handig!

De hele uitspraak staat hier: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:8544

In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Rechtbank Groningen oordeelt dat onderscheid in Kinderpardon-regeling niet onrechtmatig is

Groningen , 14-7-2014
De rechtbank in Groningen is van oordeel dat de Staatsecretaris van V&J bij de uitvoering van de Overgangsregeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen (kinderpardon) niet onrechtmatig handelt. De rechtbank overweegt daarbij dat de regeling begunstigend beleid is, dat slechts op een beperkte categorie vreemdelingen van toepassing is verklaard. Dat geeft de staatsecretaris een grote mate van beleidsruimte ten aanzien van de bepaling welke (groepen van) personen daaronder vallen en welke toelatingseisen op hen van toepassing zijn. Het onderscheid dat daarmee ontstaat tussen vreemdelingen die wel en niet onder het beleid vallen, is daardoor niet onrechtmatig.
 
De IND kan een vergunning verlenen aan een jeugdige vreemdeling die zich onder meer tijdens zijn verblijf in ons land niet langer dan een aaneengesloten periode van 3 maanden heeft onttrokken aan het toezicht van de rijksoverheid (IND, DTenV, Nidos, COA of de Vreemdelingenpolitie). De rechtbank acht dit niet onredelijk. Ook de uitleg van de Staatsecretaris over het begrip meldplicht acht de rechtbank acceptabel.
 
De rechtbank zegt dit in de uitspraak van een beroep tegen de weigering van de staatsecretaris om een Iraaks gezin een verblijfsvergunning te geven. Overigens vindt de rechtbank dat in dit geval de staatsecretaris ten onrechte geweigerd heeft om dit gezin een verblijfsregeling te geven op basis van het kinderpardon. Het betreffende gezin is bij DTenV in beeld gebleven, en heeft zich dus niet aan het toezicht van de rijksoverheid onttrokken.
 
Dat betekent nog niet dat zij in Nederland mogen blijven. De staatssecretaris moet daar opnieuw een besluit over nemen.
 
 
 
Beoordeling
9.Niet is in geschil dat eisers niet beschikken over een geldige mvv. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eisers van die verplichting kunnen worden vrijgesteld in het kader van de hardheidsclausule, omdat zij behoren tot de bijzondere groep die valt onder de Overgangsregeling, als eerder vermeld.
10.In het Regeerakkoord van 29 oktober 2012 is opgenomen dat langdurig in Nederland verblijvende kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen onder voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning. Bij besluit van 30 januari 2013, WBV 2013/1, is vervolgens de Overgangsregeling door middel van een wijziging in de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) vastgelegd.
11.In de Overgangsregeling staat dat de IND een vergunning verleent aan de vreemdeling die in het kader van de regeling als hoofdpersoon kan worden beschouwd:
a. die jonger is dan 21 jaar op de startdatum van de peilperiode;
b. die zelf, dan wel ten behoeve van wie, op de startdatum van de peilperiode ten minste vijf jaar voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar een aanvraag als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 (asielaanvraag) heeft, dan wel is, ingediend bij de IND en na die aanvraag ten minste vijf jaar in Nederland heeft verbleven;
c. die zich gedurende de periode van verblijf in Nederland niet langer dan een aaneengesloten periode van drie maanden heeft onttrokken aan het toezicht van IND, DT&V, COA of de Vreemdelingenpolitie (in het kader van de meldplicht), of in het geval van alleenstaande minderjarige vreemdelingen, van voogdijinstelling Nidos; én
d. die, voor zover van toepassing, vooraf schriftelijk heeft aangegeven dat hij zijn lopende procedures onvoorwaardelijk intrekt bij verblijfsverlening op grond van de regeling.
12.
Voorts staat in de Overgangsregeling onder “Ad c.” onder meer het volgende:
“De IND neemt aan dat sprake is van niet langdurig onttrokken zijn aan het toezicht indien de vreemdeling en zijn eventuele gezinsleden:
- sinds 27 juli 2010 bekend is bij de IND, DT&V, COA, Vreemdelingenpolitie (in het kader van de opgelegde meldplicht), ….; en
- niet langer dan een aaneengesloten periode van maximaal drie maanden uit beeld is geweest.”
13.De rechtbank overweegt dat de Overgangsregeling buitenwettelijk begunstigend beleid is, dat slechts op een beperkte categorie vreemdelingen van toepassing is verklaard. Voorop staat dat verweerder bij het vaststellen van dergelijk begunstigend beleid een grote mate van discretie toekomt ten aanzien van de bepaling welke (groepen van) personen daaronder vallen en welke toelatingseisen op hen van toepassing zijn. Dit maakt dat niet licht geoordeeld kan worden dat het onderscheid dat daarmee ontstaat tussen vreemdelingen die wel en vreemdelingen die niet onder het beleid vallen, onrechtmatig moet worden geacht.
14.De rechtbank acht het beleid, zoals neergelegd in de Overgangsregeling, niet kennelijk onredelijk. Dit betekent dat de voorwaarde dat alleen vreemdelingen voor een vergunning in aanmerking komen die zich niet aan het toezicht hebben onttrokken naar het oordeel van de rechtbank niet kennelijk onredelijk is. Evenmin acht de rechtbank kennelijk onredelijk de door verweerder in het verweerschrift en ter zitting gegeven uitleg dat de zinsnede “in het kader van een opgelegde meldplicht” verwijst naar de in artikel 4.51 van het Vb 2000 neergelegde meldplicht.
15.De vraag die vervolgens ter beoordeling voorligt is of eiser 1 zich gedurende de periode van verblijf in Nederland langer dan een aaneengesloten periode van drie maanden heeft onttrokken aan het toezicht van IND, DT&V, COA of de Vreemdelingenpolitie (in het kader van de meldplicht).
16.Daarbij is van belang dat verweerder, zoals is opgenomen onder 12., aanleiding heeft gezien in het beleid vast te leggen wanneer de IND aanneemt dat sprake is van niet langdurig onttrekken aan het toezicht, waarbij “uit beeld zijn” een rol speelt.
17.Waar “onttrekken aan het toezicht” een actieve rol van de vreemdeling veronderstelt, ligt dat naar het oordeel van de rechtbank bij het begrip “uit beeld zijn” anders.
18.Niet is in geschil dat eiser 1 en ook de overige eisers zich vanaf 19 oktober 2011 niet hebben gewend tot de IND, DT&V, COA of de Vreemdelingenpolitie, althans niet tot
25 februari 2012 (de door verweerder in het primair besluit, bladzijde 6, van de hoofdpersoon neergelegde datum ten aanzien van eiser 5) en tot 29 maart 2012 (de door verweerder in het primair besluit van de hoofdpersoon neergelegde datum ten aanzien van de overige eisers).
19.Het voorgaande betekent nog niet per definitie dat de hoofdpersoon en eisers ook “uit beeld” zijn geweest bij de IND, DT&V, COA of de Vreemdelingenpolitie.
20.Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers voldoende onderbouwd dat zij gedurende de periode van belang bij DT&V in beeld waren, gezien de ter zitting van 25 april 2014 zijdens eisers overgelegde brief van 5 april 2012. Die brief is gericht aan de familie
[eisers], [adres] in [plaats] en is afkomstig van de Directie Voorbereiden Vertrek van DT&V. De brief behelst een uitnodiging om op 16 april 2012, om 13:00 uur, te verschijnen op het IND-kantoor in[plaats] in verband met een gesprek betreffende de mogelijkheden en plichten ter realisering van het vertrek uit Nederland en tevens het opmaken van een aanvraag voor een (vervangend) reisdocument. De brief is ondertekend door[regievoerder], regievoerder vertrek.
21.De datum van 5 april 2012 is gelegen kort na de periode waarin volgens verweerder eisers buiten beeld zijn geweest van DT&V. Door verweerder is niet gesteld, noch blijkt dit uit het dossier, dat de brief van DT&V niet in het licht moet worden gezien van de handelingen die door DT&V worden verricht in het kader van vertrek in verband met het al langer durende onrechtmatig verblijf van eisers. Ter zitting van 25 april 2014 is door verweerder in dit verband opgemerkt dat het mogelijk is dat DT&V eerst in april contact heeft gezocht omdat het om een gezin gaat. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat eisers weliswaar geen contact hebben gehad met DT&V in genoemde periode, maar niet buiten beeld waren.
22.Uit het voorgaande volgt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de hoofdpersoon niet voldoet aan voorwaarde c van de Overgangsregeling en als gevolg daarvan, evenmin als de rest van het gezin, niet in aanmerking komt voor de beoogde verblijfsvergunning.
23.Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de beroepen gegrond dienen te worden verklaard en de bestreden besluiten dienen te worden vernietigd. De rechtbank ziet geen mogelijkheid het geschil finaal te beslechten. Verweerder zal een nieuw besluit ten aanzien van de aanvragen van eisers moeten nemen.
24.De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eisers in verband met de behandeling van de beroepen redelijkerwijs hebben moeten maken. Deze kosten worden vastgesteld op € 974,- (een punt voor de beroepschriften en een punt voor het verschijnen ter zitting, waarbij de zaken worden gezien als samenhangende zaken; waarde per punt € 487,-; wegingsfactor 1).


 





In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

13 juli 2014

VACANCY- PhD Position in Migration and Entrepreneurship - TRANSMIC ITN Marie Curie project


Job description

In the framework of the TRANSMIC project, the Maastricht Graduate School of Governance (Maastricht University) and UNU-MERIT is recruiting a PhD researcher for a period of three years. You will work on a research project concerning Entrepreneurship and Migration. This project will explore the linkages between migration and entrepreneurism either in the immigrant destination country or in the origin country upon return. Supervisors for this project includeProf. Dr. Wim Naudé and Dr. Melissa Siegel. The PhD candidate will be enrolled in the PhD program in Economics and Governance www.merit.unu.edu/training/phd-programme-in-economics-and-governance/. The successful candidate will also participate in the research training sessions in the framework of the TRANSMIC ITN Marie Curie project.

Requirements

A master’s degree in economics, development studies, sociology or a related social science.
Proven track record working in the area of migration.
Field experience is an asset.
Strong qualitative and quantitative skills are an asset.
You should have an excellent command of English (Academic IELTS score of 7.5 or higher; or TOEFL Internet-based test score of 113 or higher).
Strong analytical capacity.
Good organisational skills.
Affinity with work in an interdisciplinary and highly international environment.
Willingness and proven ability to work in a team.
In light of the mobility requirements set by the European Commission for this project, you must NOT have lived in the Netherlands for more than 12 months in the 3 years immediately prior to taking up the position.
It is the policy of the TRANSMIC project to increase the number of women employed. Also members of ethnic minority groups and handicapped people are explicitly invited to apply.

Lees hier meer: https://www.academictransfer.com/employer/UM/vacancy/23814/lang/en/


In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

11 juli 2014

Geef je mening over wetvoorstel verblijfsvergunning voor innovatieve ondernemers


Toelatingsregeling startende buitenlandse ondernemers van buiten de EU

Dit ontwerpbesluit regelt dat startende buitenlandse ondernemers van buiten de EU een verblijfsvergunning kunnen verkrijgen. Zij zijn een bron van innovatie, nieuwe banen, internationalisering en productiviteit.

Consultatie gegevens

Publicatiedatum
26-06-2014
Einddatum consultatie
24-07-2014
Status
Actief
Type regeling
AMvB
Organisatie
Veiligheid en Justitie

Doel van de regeling

Het stimuleren van een ambitieus en aantrekkelijk ondernemings- en vestigingsklimaat, ter versterking van de Nederlandse kenniseconomie.

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt

Vreemdelingen van buiten de Europese Unie die een innovatieve onderneming in Nederland willen starten (“start-up”).

Verwachte effecten van de regeling

Startende buitenlandse ondernemers van buiten de EU hebben nu vaak geen recht op een verblijfsvergunning omdat zij noch een uitgewerkt ondernemersplan hebben, noch beschikken over voldoende startkapitaal. Door dit ontwerpbesluit kunnen zij een verblijfsvergunning krijgen, mits een betrouwbare organisatie de ondernemer begeleidt. Ook moet de ondernemer beschikken over bestaansmiddelen van minimaal €1.040 per maand, eventueel afkomstig van een derde. De startende ondernemer moet bovendien aannemelijk hebben gemaakt waarom het product of de
dienst van toegevoegde waarde en innovatief is. De precieze voorwaarden zullen (nader) worden uitgewerkt in het Voorschrift Vreemdelingen 2000 en/of de Vreemdelingencirculaire 2000.

Startende buitenlandse ondernemers kunnen volgens het ontwerpbesluit een verblijfsvergunning krijgen die geldig is voor één jaar, bedoeld om in Nederland een onderneming te starten. Als de onderneming succesvol is gestart, kan de ondernemer doorstromen in de reeds bestaande verblijfsregeling voor zelfstandigen.

Doel van de consultatie

Met deze consultatie wordt een ieder uitgenodigd een reactie te geven op het ontwerpbesluit. De reacties zullen worden betrokken bij de nadere uitwerking van het ontwerpbesluit.

Op welke onderdelen van de regeling wordt een reactie gevraagd

Alle onderdelen van het ontwerpbesluit.

Publicatie reacties

Reacties worden gepubliceerd tijdens de loop van de consultatie. Alleen die reacties worden gepubliceerd waarvan is aangeven, door de inzender, dat deze openbaar mogen zijn. Voordat reacties gepubliceerd worden, worden deze eerst gecontroleerd op beledigende of aanstootgevende uitspraken. Deze controle kan enkele dagen duren.

Meer lezen hier: http://www.internetconsultatie.nl/startups



In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.
De inhoudsopgave van dit weblog verschijnt in de rechterkolom.
Het laden hiervan duurt een halve minuut.

Vreemdelingenrecht.com blog Headline Animator

Lekker gemakkelijk: Neem een e-mail abonnement op deze blog

Leuk dat u vandaag deze weblog leest! Wist u dat u zich kan aanmelden voor een e-mail abonnement? Wanneer ik dan nieuwe berichten plaats krijgt u hooguit eens per dag een mailtje met een overzicht van de nieuwe berichten. Die berichten kunnen gaan over wat er in de krant staat over asielzoekers, migranten of politieke strubbelingen over het vreemdelingenbeleid, maar het kunnen ook interessante uitspraken van de rechtbank of de Raad van State betreffen of nieuw beleid van meneer Teeven. Een abonnement kost u niets. Het enige wat u hoeft te doen is op onderstaande link te klikken en later er om te denken dat u uw wens bevestigt (u krijgt hiervoor een engelstalig mailtje van feedburner dus let op uw spamfilter!!!!)

Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

Vreemdelingenrecht.com blog Headline Animator