De inhoudsopgave - al die andere berichten - staat in de rechter kolom die helaas HEEEEEL langzaam laadt. Scrollen dames en heren!
“All the business of war, and indeed all the business of life, is to endeavour to find out what you don’t know from what you do.” – Sir Arthur Wellesley, Duke of Wellington

"My dear. A lack of compassion can be as vulgar as an excess of tears. "
- Violet in Downton Abbey

"By perseverance the snail reached the ark. "
- Charles Spurgeon

"Not all those who wander are lost."
-Tolkien

17 september 2017

Uitspraak: een relatie kan ook duurzaam zijn als hij niet al zes maanden bestaat






ECLI:NL:RBDHA:2017:10173

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-07-2017
Datum publicatie 07-09-2017
Zaaknummer AWB 17/3971 en 17/3972 (vovo)
Rechtsgebieden Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Eiser was in het bezit van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 met als doel ‘familielid (partner) van een burger van de Unie’. Op een gegeven moment is referente geëmigreerd en was de relatie over. In geschil is of eiser voldoet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf als gesteld in artikel 8.15, vierde lid en onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (duurde het partnerschap tussen referente en eiser ten minste drie jaar?). De rechtbank is van oordeel dat niet alleen in situaties waarin gedurende zes maanden een gezamenlijke huishouding is gevoerd sprake kan zijn van een duurzame relatie. Ook volgt de rechtbank verweerder niet in zijn standpunt dat de eerste zes maanden van de relatie niet als duurzaam gezien kunnen worden en daarom op de totale duur van de relatie in mindering moeten worden gebracht. Het beroep is gegrond.
Vindplaatsen Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam


6.1 De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank verwijst allereerst naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 6 april 2016 (ECLI:NL:RBAMS:2016:2676). In deze uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat niet alleen in situaties waarin gedurende zes maanden een gezamenlijke huishouding is gevoerd sprake kan zijn van een duurzame relatie. Ook in andere gevallen, zoals in het geval van een lange afstandsrelatie of een latrelatie, kan, mits de relatie al enige tijd is bestendigd en een en ander goed is onderbouwd, een duurzame relatie worden aangenomen. Het standpunt van verweerder dat pas sprake is van een duurzame relatie indien deugdelijk bewezen is dat gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding is gevoerd, gaat naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet op.
6.2 Daarnaast overweegt de rechtbank als volgt. Eiser heeft betoogd dat verweerder voor de duur van de duurzame relatie dient te rekenen vanaf aanvang van die relatie. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft eiser verwezen naar de in rechtsoverweging 4. genoemde (tussen)uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem. Verweerder heeft zich ter zitting ten aanzien van die (tussen)uitspraak op het standpunt gesteld dat, hoewel geen hoger beroep is ingesteld, verweerder zich niet kan vinden in het oordeel van de rechtbank. De rechtbank overweegt dat eiser verblijfsrecht heeft ontleend aan zijn relatie met referente. Dat betekent dat achteraf is gebleken dat in elk geval vanaf de inschrijving in de BRP sprake was van een deugdelijk bewezen duurzame relatie. Het door verweerder gevoerde beleid, waarbij pas na een periode van zes maanden een duurzame relatie wordt aangenomen, is zoals reeds overwogen, onjuist en ziet daarnaast op bewijs van de duurzaamheid van de relatie in de aanvraagfase en zolang de relatie voortduurt. In dit geval gaat het echter om de situatie waarin de relatie is geëindigd, maar (achteraf bezien) vanaf de aanvang deugdelijk bewezen duurzaam is geacht. Net als in voornoemde uitspraak volgt de rechtbank verweerder ook ten aanzien hiervan niet in zijn standpunt dat in een dergelijk geval de eerste zes maanden van de relatie op de totale duur van de relatie in mindering moeten worden gebracht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleeft. Het beroep is gegrond.
7. Geconcludeerd wordt dat het bestreden besluit gelet op het voorgaande onvoldoende draagkrachtig is gemotiveerd. Daarmee heeft verweerder het bepaalde in de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschonden, waardoor het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet, gelet op de aard van het gebrek, geen mogelijkheden om het geschil met toepassing van de bestuurlijke lus of anderszins finaal te beslechten. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.



http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:10173





******************************************************


Winactie dierendag

RTL Nieuws is bezig met een reportage over inburgeraars die een boete hebben gekregen

 RTL Nieuws is bezig met een reportage over inburgeraars die een boete hebben gekregen doordat het inburgeringsexamen te moeilijk is of de wachttijden te lang. Graag komt RTL Nieuws in contact met mensen die dit is overkomen en die op televisie hun verhaal willen doen. Graag mailen naar info@refugeestartforce.eu dan brengen we je in contact!


Winactie dierendag



Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

Afghan asylum seeker to be returned to UK from Kabul after Home Office loses court battle

Grote rel in Engeland waar Afghaan werd uitgezet terwijl de rechter dat verbood. Drie rechtzaken later en woedende rechters vindt eindelijk de overheid dat ze de handdoek in de ring moeten gooien. Meneer zegt in Kabul in gevaar te zijn terwijl hij wacht op terugkeer. Theresa May is een enorme bully die vindt dat verdragen onzin zijn. Niet alleen het EU verdrag maar 3 en 8 EVRM wil ze ook van af. Voor een land waar habeas corpus is uitgevonden een schande om zo de splitsing der machten te negeren.



Government threatened with contempt of court action after defying orders by High Court judges
Samim Bigzad could be flown back to the UK on Sunday morning 
 
An asylum seeker who was deported to Afghanistan despite being threatened with beheading by the Taliban is to be flown back to the UK following a lengthy court battle.
Samim Bigzad has been waiting to hear his fate in a hotel in Kabul as his legal representatives took the Home Office to court to overturn his deportation.
But he is expected to be returned to London on Sunday morning after the Court of Appeal threw out the Government’s attempt to keep him in Afghanistan.


A High Court judge had warned that the Home Office’s actions constituted a “prima facie case of contempt of court” after it violated a previous order.
The Home Office initially attempted to deport Mr Bigzad in August but was thwarted when a Turkish Airlines pilot refused to take off from Heathrow with him on board.

 More: http://www.independent.co.uk/news/uk/home-news/samim-bigzad-afghanistan-asylum-seeker-plane-fly-kabul-uk-returned-back-home-office-legal-court-a7950866.html?amp

******************************************************




 Wellicht is mijn boekenblog ook interessant:  



Novel set in pre Taliban Afghanistan/i> More:  http://dutchysbookreviews.blogspot.nl/

Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

Uitspraak: Vertalingen eerst bij Hoger Beroep aangevoerd horen niet bij uitspraak rechter die object is van Hoger Beroep

 Via Mariette Timmer

Uitspraak 201705594/1/V2 en 201705594/2/V2

Datum van uitspraak: donderdag 14 september 2017
Tegen: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
Proceduresoort: Voorlopige voorziening / hoofdzaak
Rechtsgebied: Vreemdelingenkamer - Asiel
ECLI:

ECLI:NL:RVS:2017:2495



 1.    De vreemdeling heeft eerst in hoger beroep een vertaling van een identiteitsbewijs, een vertaling van de nationaliteitsverklaring van zijn gestelde moeder en vertaalde brieven van de 'Darfur Union' overgelegd. Deze stukken worden niet bij de beoordeling van het hoger beroep betrokken. Daartoe is van belang dat de aangevallen uitspraak ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 dwingend als object van hoger beroep is aangewezen en de vreemdeling geen in rechte te honoreren verklaring heeft gegeven waarom hij deze stukken, die op verzoek zijn opgesteld, redelijkerwijs niet reeds in beroep heeft kunnen overleggen.

Het zal in het stuk er waarschijnlijk om gedraaid hebben of het een nadere onderbouwing was van iets wat daadwerkelijk toen al was aangevoerd, er een uitleg werd gegeven waarom de vertaling er nog niet was of dat er iets nieuws uit de hoge hoed kwam.

******************************************************

Wellicht is mijn boekenblog ook interessant:

 Novel set in pre Taliban Afghanistan/i> More:  http://dutchysbookreviews.blogspot.nl/

Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

Uitspraak: Kan het niet stellen van prejudiciële vragen door Hoge Raad onrechtmatig zijn met als gevolg overheidsaansprakelijkheid?



Rb De Haag 6/9/17 Onrechtmatige rechtspraak/Overheidsaansprakelijkheid https://lnkd.in/gypyUP3 . Kan het niet stellen van prejudiciële vragen door Hoge Raad onrechtmatig zijn met als gevolg overheidsaansprakelijkheid? Belangrijk criterium "voldoende gekwalificeerde schending (Europees)recht". Gezien specifieke karaker rechtspraak en rechtszekerheid zal het om uitzonderlijke gevallen gaan aldus Rb. Stellen prejudiciële vragen door hoogste nationale rechter in principe verplicht. Zijn echter uitzonderingen op. Spelen hier volgens Rb. I.c. geen verplichting, maar HR kon wel prejudiciële vragen stellen. Dan zekere mate beoordelingsvrijheid. HR binnen bandbreedte jurisprudentie Europees Hof van Justitie gebleven. Geen voldoende gekwalificeerde schending aldus Rb.


ECLI:NL:RBDHA:2017:10316

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-09-2017
Datum publicatie 12-09-2017
Zaaknummer C-09-514299-HA ZA 16-815
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie Overheidsaansprakelijkheid. Onrechtmatige rechtspraak door de Hoge Raad (in arrest van 31 januari 2014 ECLI:NL:HR:2014:145) ? Samengestelde prestatie. Zesde Richtlijn. HvJ 25 februari 1999 (C-349/96 Card Protection Plan). ‘Soortgelijke cultureel evenement’ in post 7 Bijlage H bij de Zesde Richtlijn. Geen prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ. Toetsing aan de criteria van het Köbler- arrest (HvJ van 30 september 20013, zaak C-224/01, ECLI:EU:C:2003:513) leidt niet tot aansprakelijkheid van de Staat.
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 14-09-2017
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:10316

5 De beoordeling

5.1. De in deze zaak te beantwoorden vraag is of het arrest van de HR onrechtmatig is jegens Yin Yang en of de Staat daarvoor aansprakelijk kan worden gehouden. Het toetsingskader voor de beoordeling daarvan is – gelijk partijen ook tot uitgangspunt nemen – in het Köbler-arrest gegeven.
5.2. De Staat kan op grond van het Unierecht aansprakelijk zijn voor schendingen van het Unierecht door rechterlijke instanties. Voor aansprakelijkheid van de Staat wegens onrechtmatige rechtspraak bestaande uit een schending van het EU-recht, moet voldaan zijn aan drie vereisten: (a) de geschonden regel strekt ertoe particulieren rechten toe te kennen, (b) er is sprake van een voldoende gekwalificeerde schending van het Unierecht en (c) er bestaat een rechtstreeks causaal verband tussen de schending van de op de lidstaat rustende verplichting en de door de benadeelde geleden schade. Deze voorwaarden gelden ook indien de betrokken schending voortvloeit uit een beslissing van een in laatste aanleg rechtsprekende rechterlijke instantie, met dien verstande dat er in dat geval slechts sprake is van een voldoende gekwalificeerde schending indien de bedoelde rechterlijke instantie het toepasselijke recht kennelijk heeft geschonden.
5.3. Bij toepassing van het criterium van de ‘voldoende gekwalificeerde schending’ moet rekening worden gehouden met de specifieke aard van de rechterlijke functie en de rechtszekerheid. Daarom kan een lidstaat, volgens het HvJ in het Köbler-arrest, alleen aansprakelijk worden gehouden voor schendingen van Unierecht door een hoogste rechter in het uitzonderlijke geval waarin de rechter het toepasselijke Unierecht kennelijk heeft geschonden.
5.4. Om te bepalen of sprake is van een ‘kennelijke schending’, dient de nationale rechter bij wie een schadevordering aanhangig is, rekening te houden met alle elementen die de aan hem voorgelegde situatie kenmerken. Die elementen zijn onder meer:
  1. de mate van duidelijkheid en nauwkeurigheid van de geschonden regel;
  2. de vraag of de schending opzettelijk is begaan;
  3. de al dan niet verschoonbaarheid van de rechtsdwaling;
  4. het eventueel door een gemeenschapsinstelling ingenomen standpunt; en
  5. schending van een verplichting om op grond van artikel 267 VWEU een prejudiciële vraag te stellen.
Het primaire aanknopingspunt voor de staatsaansprakelijkheid is schending van het materiële recht, en niet - althans niet in de eerste plaats - het ten onrechte niet prejudicieel verwijzen door deze rechter, ten aanzien waarvan Yin Yang in verband met haar subsidiaire grondslag ook een verwijt heeft geformuleerd.
5.5. De hoogste nationale rechter heeft een verplichting om op grond van artikel 267 VWEU een prejudiciële vraag te stellen indien een vraag van uitleg van Europees recht wordt opgeworpen en de rechter een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van zijn vonnis. Het is derhalve in beginsel aan de (hoogste) nationale rechter om te beoordelen of de juiste toepassing van het Unierecht zodanig voor de hand ligt dat geen redelijke twijfel mogelijk is en hij er derhalve van kan afzien een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen (HvJ EU 9 september 2015, C-160/14, ECLI:EU:U:2015:565). Dit betekent dat de nationale rechter, ook de rechter van wiens uitspraken geen beroep openstaat, een zekere beoordelingsvrijheid heeft bij de beoordeling of het stellen van een prejudiciële vraag in een specifiek geval nodig is (verg. Hof Den Haag 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2984 (piloten)). In zijn recente ‘Aanbevelingen aan de nationale rechterlijke instanties over het aanhangig maken van prejudiciële procedures’, 2016/C 439/01, Publicatieblad van 25 november 2016 (de aanbeveling) heeft het HvJ deze uitgangspunten nog eens bevestigd.
Primair: oordeel HR ondeelbare prestatie is miskenning van het in het CPP-arrest gegeven maatstaf: gekwalificeerde schending?
5.6. De kern van het primaire geschil is gelegen in de vraag of – zoals Yin Yang stelt – sprake is van een gekwalificeerde schending van Unierecht door de HR zoals bedoeld in het Köbler-arrest. Dat is volgens Yin Yang aan de orde omdat de jurisprudentie van het HvJ geen ruimte laat om een prestatie die géén element van de samengestelde prestatie vormt als hoofdprestatie (of onderdeel daarvan) aan te wijzen. Voor zover Hof en HR hebben beoogd om het ter beschikking stellen van ontspanningsruimten als hoofdprestatie aan te merken hadden zij zich in dat verband tot dat element dienen te beperken, aldus Yin Yang, die betoogt dat het tegen vergoeding gelegenheid geven tot (seksueel) vermaak, wat daar verder ook van zij, in ieder geval objectief bezien geen element is van de samengestelde prestatie die zij levert. Yin Yang wijst op het CPP-arrest en het arrest van het HvJ van 11 juni 2009, zaak C-572/07, ECLI:EU:C:2009:365, RLRE Tellmer Property (hierna Tellmer Property Arrest).
5.7. Ter comparitie heeft Yin Yang haar standpunt dat sprake is van een gekwalificeerde schending nader toegelicht. Yin Yang stelt dat de HR heeft miskend dat had moeten worden onderzocht wat de aard is van de prestatie ‘het ter beschikking stellen van een kamer’. Hof en HR hebben deze stap overgeslagen en de drie prestaties direct als één andere prestatie gekwalificeerd: het gelegenheid geven tot seksueel vermaak. Het wezenlijke kenmerk bij het gebruik van een kamer is gelegen in het gebruik van de ruimte. De HR verliest volgens Yin Yang uit het oog dat bezoekers tegenover de entreeprijs slechts aanspraak kunnen maken op gebruikmaking van horeca- en saunavoorzieningen en van een kamer en dat Yin Yang met bezoekers op geen enkele wijze een verbintenis is aangegaan om voor seksueel vermaak zorg te dragen. De HR laat in overweging 3.4.3. van zijn arrest (zie 2.8.) na te onderzoeken of de passieve dienst van Yin Yang, die uit niet meer bestaat dan het ter beschikking stellen van kamers (Yin Yang stelt immers geen prostituees ter beschikking) als verhuur van onroerend goed kan worden gekwalificeerd dan wel als het verrichten van een dienst die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt.
5.8. Naar het oordeel van de rechtbank valt in de beoordeling van de HR geen gekwalificeerde schending van het Unierecht - als bedoeld in het Köbler-arrest - te ontwaren. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
5.9.
Het vertrekpunt in de toepasselijke EU- normstelling is artikel 2 lid 1 Zesde Richtlijn. Zoals de Staat terecht heeft aangevoerd geeft de jurisprudentie van het HvJ slechts handvatten voor de beoordeling hoe een of meerdere prestaties vanuit BTW-oogpunt gekwalificeerd moet of moeten worden. Daarbij laat het Unierecht veel over aan de nationale rechter. Dit volgt onder andere uit het CPP-arrest. Daarin was de vraag aan de orde aan de hand van welk criterium, gelet op de bepalingen van de Zesde Richtlijn, meer bepaald artikel 2, sub 1, daarvan, moet worden uitgemaakt of een handeling uit BTW - oogpunt één enkele gemengde dienst dan wel twee of meer afzonderlijke diensten omvat. Het HvJ overwoog in het CPP-arrest
‘27. ... dat, gelet op de diversiteit van de handelstransacties, de vraag hoe het probleem in alle gevallen correct moet worden benaderd, niet afdoende kan worden beantwoord.
28. ... wanneer de betrokken handeling uit een serie elementen en handelingen bestaat, [dient]in de eerste plaats rekening te worden gehouden met alle omstandigheden waarin de betrokken handeling plaatsvindt.
29 Dienaangaande is het, gelet op de tweeledige omstandigheid, dat ingevolge artikel 2, lid 1, van de Zesde richtlijn elke dienstverrichting normaal gesproken als onderscheiden en zelfstandig moet worden beschouwd, en dat de dienstverrichting waarbij economisch gesproken één dienst wordt verleend, niet kunstmatig uit elkaar moet worden gehaald teneinde de functionaliteit van het BTW - stelsel niet aan te tasten, van belang vast te stellen, wat de kenmerkende elementen van de betrokken handeling zijn teneinde te bepalen of de belastingplichtige de consument, beschouwd als een modale consument, meerdere, van elkaar te onderscheiden hoofddiensten dan wel één enkele dienst verleent.
30 Beklemtoond zij, dat er met name sprake is van één dienst ingeval een of meerdere elementen moeten worden geacht de hoofddienst te vormen, terwijl een of meer andere elementen moeten worden beschouwd als een of meer bijkomende diensten, die het fiscale lot van de hoofddienst delen. Een dienst moet worden beschouwd als bijkomend bij een hoofddienst, wanneer hij voor de klanten geen doel op zich is, doch een middel om de hoofddienst van de dienstverrichter zo aantrekkelijk
mogelijk te maken (arrest van 22 oktober 1998, Madgett en Baldwin, C-308/96 en C-94/97, Jurispr. blz. 1-6229, punt 24).
31 In die omstandigheden is het feit dat één prijs in rekening wordt gebracht, niet beslissend. Wanneer een dienstverrichter zijn klanten en uit verschillende elementen bestaande dienst verleent tegen betaling van één prijs, kan dit laatste er weliswaar voor pleiten dat het om één dienst gaat, doch (…)
32dat het aan de nationale rechter staat om aan de hand van bovenvermelde uitleggingselementen te bepalen, of handelingen als die van CPP vanuit BTW - oogpunt moeten worden geacht twee zelfstandige dienstverrichtingen te omvatten, namelijk een vrijgestelde verzekeringsdienst en een belastbare kaartregistratiedienst, dan wel of een van deze twee diensten de hoofddienst is waarbij de andere bijkomend is, zodat deze laatste het fiscale lot van de hoofddienst deelt.
5.10. Uit de bij het Tellmer Property Arrest behorende conclusie van de Advocaat Generaal kan worden afgeleid dat op basis van objectieve maatstaven moet worden onderzocht wat de kenmerkende elementen van een samengestelde prestatie zijn en dat eveneens op basis van objectieve maatstaven moet worden onderzocht of er sprake is van één samengestelde prestatie of aparte zelfstandige prestaties (randnummers 36 – 38 Conclusie).
5.11. Uit de jurisprudentie van het HvJ volgt - anders dan Yin Yang stelt - niet een in elk opzicht duidelijk en ondubbelzinnig Unierechtelijk kader dat geen enkele ruimte laat voor interpretatie. Het EU-rechtskader bevat, zo blijkt ook uit de geciteerde overwegingen uit het CPP-arrest, open normen en laat veel ruimte aan de nationale rechter. Er is, in ‘Köbler-termen’, voor de beantwoording van de vraag in het onderhavige geschil, dan ook geen duidelijke en nauwkeurige regel of norm aan te wijzen die zou zijn geschonden. Yin Yang hééft overigens ook niet zo’n duidelijke en nauwkeurige regel aangewezen, die geschonden zou zijn, maar spreekt slechts in algemene zin over miskenning van EU-rechtspraak.
5.12. Voorts volgt uit onder andere r.o. 3.4.3. van het arrest dat de HR wel degelijk acht heeft geslagen op de open normen in de relevante EU- jurisprudentie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de HR de relevante EU- rechtspraak daarbij niet kennelijk onjuist toegepast en is hij, bij de beoordeling van het arrest van het Hof, binnen de grenzen van de, hem in de EU-rechtspraak gegeven, beoordelingsruimte gebleven.
5.13. In de eerste plaats heeft het Hof, anders dan Yin Yang stelt, wél onderzocht of het ter beschikking stellen van ontspanningsruimten als hoofdprestatie of als afzonderlijke prestatie kan worden aangemerkt. Zie de overwegingen 4.15 - 4.22 van het arrest van het Hof. Het Hof heeft dit beoordeeld tegen de achtergrond van en in overeenstemming met de relevante EU-jurisprudentie. Het Hof kwam tot de conclusie dat deze dienst van Yin Yang meer inhoudt dan enkel het verlenen van het recht een onroerende zaak te gebruiken. Daarbij betrok het Hof de entourage van de club en alle andere daar aanwezige faciliteiten, zoals de geboden horecadiensten en de seksuele diensten die door vrouwelijke bezoekers worden aangeboden. Het Hof concludeerde dat voor zover de activiteiten van Yin Yang betrekking hebben op het beschikbaar stellen van een ruimte, die activiteit op gaat in de hoofdprestatie, die naar het oordeel van het Hof, gelet op alle feiten en omstandigheden, bestaat uit het tegen vergoeding gelegenheid geven tot (seksueel) vermaak (arrest van het Hof, overweging 4.17 in samenhang met 4.21). De rechtbank merkt daarbij op dat een van de vastgestelde relevante feiten was dat Yin Yang een vergunning had voor het exploiteren van een seksinrichting in het pand.
5.14.
Deze door het Hof gemaakte afweging van feiten en omstandigheden is vervolgens gesanctioneerd door de HR met een verwijzing naar het - hiervoor besproken - relevante EU-beoordelingskader. In lijn daarmee heeft de HR overwogen dat in het oordeel van het Hof ligt besloten:
dat de gemiddelde afnemer van de door Yin Yang geboden dienstverlening deze zal opvatten als één hoofddienst, te weten het tegen betaling van de entreeprijs geboden krijgen van de mogelijkheid gebruik te maken van de seksuele diensten van de zich in het pand bevindende prostituees, en dat hij de overige dienstverlening als bijkomend zal opvatten, dat wil zeggen als niet meer dan middelen om de hoofdienst aantrekkelijk te maken’.
5.15. Daarmee is de beslissing van de HR, naar het oordeel van de rechtbank, geheel in lijn met de EU-normen. Van belang is of de prestatie voor de gemiddelde klant doel op zich is of middel om optimaal gebruik te maken van de hoofdprestatie en dat kan worden gesproken van één enkele prestatie wanneer twee of meer elementen of handelingen die de belastingplichtige levert of verricht, zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij objectief gezien één enkele ondeelbare economische prestatie vormen, waarvan splitsing kunstmatig zou zijn. Naar het oordeel van de rechtbank laat deze norm toe dat afzonderlijke prestaties tot één ondeelbare economische prestatie worden ‘geherformuleerd’. Gelet hierop kan Yin Yang niet worden gevolgd in haar stelling dat de HR, door een prestatie die geen element van de samengestelde dienst vormt als hoofdprestatie aan te merken, op manifeste wijze een EU-norm zou hebben geschonden.
5.16. De HR vervolgt met de overweging dat de oordelen van het Hof geen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en dat het oordeel van het Hof, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid kunnen worden getoetst, waarbij niet af doet dat de feitelijke seksuele handelingen niet door Yin Yang of haar personeel maar door zelfstandig werkende prostituees worden verricht. Naar het oordeel van de rechtbank blijft de HR ook met deze overweging geheel binnen de bandbreedte van de open normen die in de jurisprudentie van de HvJ geformuleerd zijn, waarbij immers bepaald is dat alle omstandigheden van het geval van belang zijn en het aan de nationale rechter staat om aan de hand van genoemde uitleggingselementen te bepalen, hoe handelingen vanuit BTW - oogpunt moeten worden gekwalificeerd.
5.17. De conclusie is dat de primaire grondslag geen doel treft, bij gebreke van een gekwalificeerde schending van Unierecht.

Het aantal nareizigers is bijna verdrievoudigd

Na een grote vluchtelingenstroom, zoals die van 2015, volgt vaak een nieuwe piek waarin vrouwen en kinderen overkomen voor gezinshereniging.

Lees verder: 
https://www.trouw.nl/home/het-aantal-nareizigers-is-bijna-verdrievoudigd~aa21106a/


Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

Ook criminele vreemdelingen kunnen geworteld raken - en wat dan?

Het is gebruikelijk om na een verkiezing criminele vreemdelingen nog strenger te gaan aanpakken. Behalve hoge kosten levert het alleen weinig op, schrijft jurist en filosoof deze week in de Verblijfscolumn.

"Zo kan een vreemdeling die dertig jaar rechtmatig in Nederland woont en herhaaldelijk kleine misdrijven pleegt tegenwoordig worden uitgezet als hij in totaal een straf heeft uitgezeten van iets meer dan een jaar. Het contrast met het oude beleid is groot. Voor 2010 was uitzetting na zo’n lang verblijf alleen mogelijk bij ernstige geweldsmisdrijven of drugshandel waarvoor een gevangenisstraf was uitgezeten van minimaal zestig maanden. En na twintig jaar verblijf mocht niemand meer worden uitgezet op deze gronden."
Lees hier het artikel:
https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/15/ook-criminele-vreemdelingen-kunnen-geworteld-raken-in-nederland-en-dan-a1573434




Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

12 september 2017

UITSPRAAK: Raad van State over detentiegeschiktheid tijdens vreemdelingenbewaring

Dus als een arts schrijft dat bewaring een negatieve invloed heeft op iemand zijn gestel omdat hij al een dusdanig zwakke broeder is en daarom onwenselijk maar dus niet expliciet zegt dat meneer (daardoor al) detentieongeschikt is dan moet het kunnen van de Raad van State. Dit vind ik apart. Deze arts is verbonden aan het detentiecentrum en zal dus niet iemand zijn die zomaar iedereen zielig vindt. In de medische wereld praat en schrijft men anders dan een botte jurist zoals wij. Als zo iemand aan de bel trekt moet er dan worden gewacht tot iets goed mis gaat? Dolmatov of hoe heette die meneer ook weer? LEERMOMENT VOOR ARTSEN EN ADVOCATEN: gebruik expliciet het woord detentieongeschikt als u dat vindt.


ECLI:NL:RVS:2017:2298

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 28-08-2017
Datum publicatie 06-09-2017
Zaaknummer 201704838/1/V3
Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2017:5075, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken Hoger beroep
Inhoudsindicatie Bij besluit van 23 mei 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
Vindplaatsen Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2017:2298

Uitspraak

201704838/1/V3.
Datum uitspraak: 28 augustus 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 7 juni 2017 in zaak nr. 17/10864 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 23 mei 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij uitspraak van 7 juni 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.G.A.M. Halfers, advocaat te Rotterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
    Overwegingen
1.    In de enige grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank, door te overwegen dat uit de brief van 1 juni 2017 van de psychiater van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie Zuid-Holland (hierna: de psychiater) moet worden geconcludeerd dat in ieder geval vanaf 1 juni 2017 voortzetting van de bewaring schadelijk is voor de vreemdeling en dat de maatregel van bewaring daarom met ingang van die datum onrechtmatig is, blijk heeft gegeven van een onjuiste waardering van die brief nu de psychiater daarin niet heeft gesteld dat de vreemdeling detentieongeschikt is. Daarnaast heeft de rechtbank geen acht geslagen op de mogelijkheden om de voor de vreemdeling vereiste zorg, mogelijk met hulp en ondersteuning door medicatie, binnen een justitiële inrichting te blijven verlenen, aldus de staatssecretaris.
1.1.    De staatssecretaris heeft zich ter zitting van de rechtbank op het volgende standpunt heeft gesteld. De medische informatie van de psychiater vormt geen reden de voortduring van de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten. Uit navraag voorafgaande aan de zitting is gebleken dat de regievoerder van de Dienst Terugkeer & Vertrek (hierna: de DT&V) en de medische dienst van het detentiecentrum, die tweemaal per week overleg voeren, niet op de hoogte waren van de brief van de psychiater. Zij waren verbaasd over de inhoud van de brief. Tijdens het laatste overleg op 6 juni 2017 heeft de medische dienst nog geconcludeerd dat de medische situatie van de vreemdeling stabiel is. Vervolgens hebben de regievoerder en de medische dienst alsnog de brief van de psychiater in hun overleg besproken en dit heeft niet geleid tot een andere conclusie. De psychische gesteldheid van de vreemdeling wordt dagelijks gemonitord. Voorts is niet via de daartoe openstaande procedure bepaald dat hij detentieongeschikt is. Indien de vreemdeling meent dat hij detentieongeschikt is, ligt het op zijn weg om daartoe de procedure bij de DT&V aanhangig maken. Dan kan vervolgens worden onderzocht of hij daadwerkelijk detentieongeschikt is, aldus de staatssecretaris.
1.2.    In de brief van 1 juni 2017 geeft de psychiater, die de vaste consulterende psychiater van het Detentiecentrum Rotterdam is, te kennen dat bij de vreemdeling thans sprake is van een depressieve stoornis zonder psychiatrische maar met vitale kenmerken en dat de vreemdeling beperkte copingvaardigheden heeft. Teruglezend in het medisch dossier en na overleg met de GZ-psychologen en huisarts van het Detentiecentrum Rotterdam ziet de psychiater aanwijzingen dat de huidige detentie leidt tot toenemende schade van de psychiatrische gezondheid wat volgens de psychiater bij een jonge man met beperkte copingvaardigheden uit psychiatrisch oogpunt onwenselijk is.
1.3.    Hoewel de aanwijzingen die de psychiater ziet, duiden op een zorgwekkende situatie die nauwlettende aandacht behoeft, volgt uit de brief van de psychiater niet dat hij de vreemdeling detentieongeschikt acht en dat voortzetting van zijn detentie medisch onverantwoord is. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat de psychiater en degenen die in het detentiecentrum zijn belast met het toezien op de detentiegeschiktheid van de gedetineerden ook geen mededeling van die strekking hebben gedaan. Nu voorts in het detentiecentrum medische zorg aanwezig is en de geestelijke gezondheidssituatie van de vreemdeling de specifieke aandacht van de medische dienst heeft, is de rechtbank ten onrechte tot het oordeel gekomen dat de vreemdeling vanaf 1 juni 2017 detentieongeschikt was. De grief slaagt.
2.    Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Ten aanzien van het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 23 mei 2017 overweegt de Afdeling dat, voor zover met het vorenoverwogene niet op de bij de rechtbank voorgedragen beroepsgrond is beslist, aan deze grond niet wordt toegekomen. Over die grond is door de rechtbank uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een oordeel gegeven, waartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Evenmin is sprake van een nauwe verwevenheid tussen het oordeel over die grond, dan wel onderdelen van het bij de rechtbank bestreden besluit waarop deze betrekking heeft, en hetgeen in hoger beroep aan de orde is gesteld. Deze beroepsgrond valt dus buiten het geding.
3.    Gelet op het bovenstaande zal de Afdeling, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 23 mei 2017 alsnog ongegrond verklaren en het verzoek om schadevergoeding afwijzen.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart het hoger beroep gegrond;
II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 7 juni 2017 in zaak nr. 17/10864;
III.    verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond;
IV.    wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.L.N. Bakker, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Bakker
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2017



******************************************************




Wellicht is mijn boekenblog ook interessant: Novel set in pre Taliban Afghanistan/i> More:  http://dutchysbookreviews.blogspot.nl/

, Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

UITSPRAAK: Raad van State verwerpt beroep van langdurig verblijvende /procederende vreemdelingen op artikel 8 EVRM

Als ik het goed begrijp gaat het hier om een gezin van Soedanese nationaliteit dat in 2001 is ingereisd en meerdere keren is uitgeprocedeerd geraakt. De oudse dochter heeft in 2015 een verblijfsvergunning gekregen bij haar echtgenoot / partner. Nu wilden haar ouders en haar broers en zussen op grond van artikel 8 EVRM ook verblijf in Nederland op basis van familieleven/ priveleven.

ECLI:NL:RVS:2017:2299

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 28-08-2017
Datum publicatie 06-09-2017
Zaaknummer 201607151/1/V1
Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2016:10985, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken Hoger beroep
Inhoudsindicatie Bij onderscheiden besluiten van 7 november 2012 en 30 juli 2013 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen vreemdelingen 1, 3 en 4 een inreisverbod uitgevaardigd.
Vindplaatsen Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2017:2299

Uitspraak

201607151/1/V1.
Datum uitspraak: 28 augustus 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 24 augustus 2016 in zaken nrs. 15/16440, 15/23063, 15/23065, 15/23067 en 15/23069 in het geding tussen:
[vreemdeling 1], [vreemdeling 2], [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4] (tezamen hierna: de vreemdelingen)
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 7 november 2012 en 30 juli 2013 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen vreemdelingen 1, 3 en 4 een inreisverbod uitgevaardigd.
Bij onderscheiden besluiten van 1 september 2015 en 29 december 2015 (hierna: de besluiten) heeft de staatssecretaris de daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 24 augustus 2016 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris nieuwe besluiten op de gemaakte bezwaren neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. A.C. de Klerk, advocaat te Amsterdam, hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    De vreemdelingen 1 en 2 zijn de jongste dochter (hierna: de jongste dochter) onderscheidenlijk de zoon (hierna: de zoon) van vreemdelingen 3 en 4 (hierna: de ouders). Zij zijn samen met de oudste dochter in 2001 Nederland ingereisd. Hun (opvolgende) asielaanvragen zijn afgewezen. De oudste dochter en haar in Nederland geboren minderjarige kinderen is bij besluit van 1 september 2015 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel uitoefening van familie- en gezinsleven met haar echtgenoot verleend.
2.    De besluiten van 7 november 2012 hebben betrekking op aanvragen van de jongste dochter onderscheidenlijk de zoon om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel 'conform beschikking staatssecretaris' te verlenen, onderscheidenlijk op aanvragen van de ouders om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel 'uitoefenen gezinsleven in het kader van artikel 8 van EVRM' te verlenen.
3.    De besluiten van 30 juli 2013 hebben betrekking op aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel 'overgangsregeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen' te verlenen.
4.    De rechtbank heeft aan haar uitspraak ten grondslag gelegd dat met de door de staatssecretaris gemaakte afweging en de motivering daarvan geen 'fair balance' is gevonden tussen enerzijds het belang van de vreemdelingen bij uitoefening van hun privéleven en de belangen van zowel de vreemdelingen als de oudste dochter en haar kinderen bij uitoefening van het familieleven in Nederland en anderzijds het algemeen belang van de Nederlandse samenleving, zodat de besluiten in strijd zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) en artikel 7:12 van de Awb.
5.    In de enige grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank niet heeft onderkend dat hij alle relevante feiten en omstandigheden in ogenschouw heeft genomen en deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de afwijzing van de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen geen schending inhoudt van het recht op respect voor het privéleven onderscheidenlijk het familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM.
5.1.    De staatssecretaris heeft niet ten onrechte vooropgesteld dat de vreemdelingen nimmer rechtmatig verblijf in Nederland hebben gehad en tezamen zullen terugkeren naar Soedan, waar de ouders het grootste deel van hun leven hebben gewoond.
5.2.    De staatssecretaris heeft in de besluiten erkend dat de vreemdelingen zijn ingeburgerd en dat het voor hen niet gemakkelijk zal zijn om terug te keren naar Soedan. Dat de jongste dochter en de zoon ondanks de moeilijke omstandigheden waarin zij verkeren een middelbare schoolopleiding hebben afgerond is volgens de staatssecretaris zeker noemenswaardig. Voorts heeft de staatssecretaris meegewogen dat de vreemdelingen in de jaren van verblijf in Nederland vriendschappen hebben opgebouwd en dat hun sociale leven zich hier afspeelt. Gelet hierop heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de staatssecretaris deze omstandigheden onvoldoende in ogenschouw heeft genomen.
5.3.    Ten aanzien van de gestelde hoge mate van emotionele verbondenheid tussen de oudste dochter en de vreemdelingen - als gevolg van hun gezamenlijke binnenkomst in Nederland, het gezamenlijk voeren van verblijfsprocedures, het delen van dezelfde woning, de medische problemen van de moeder en het zorgdragen voor elkaar en voor de minderjarige kinderen van de oudste dochter - heeft de staatssecretaris in aanmerking genomen dat de vreemdelingen niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij voor het dagelijks functioneren of geestelijk welzijn afhankelijk zijn van de oudste dochter, noch dat dit omgekeerd het geval is. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat de staatssecretaris deze omstandigheden onvoldoende in de besluitvorming heeft betrokken. Anders dan de rechtbank heeft overwogen is voorts niet onduidelijk of de vreemdelingen in staat zullen zijn de oudste dochter en haar gezin in Nederland te bezoeken en of en hoe de vreemdelingen vanuit Soedan in staat zullen zijn contact met hen te onderhouden, nu tegen de ouders en de jongste dochter een inreisverbod voor de duur van twee jaar is uitgevaardigd en de staatssecretaris heeft gewezen op de mogelijkheid om contact te onderhouden door middel van moderne communicatiemiddelen.
5.4.    Met betrekking tot de overweging van de rechtbank dat uitzettingshandelingen achterwege zijn gebleven, heeft de staatssecretaris terecht aangevoerd dat de door de vreemdelingen in 2001, 2003 en 2005 ingediende asielaanvragen alle zijn afgewezen, waarbij zij zijn gewezen op hun vertrekplicht, verwijdering van de vreemdelingen lange tijd niet mogelijk was omdat hun verblijfplaats onbekend was en dat sinds 2009 door de Dienst Terugkeer en Vertrek drie maal een vertrekprocedure is gestart waaraan de vreemdelingen niet hebben meegewerkt. Dat de kinderen onderwijs genoten, brengt, anders dan de vreemdelingen hebben betoogd, niet mee dat de staatssecretaris geacht moest worden bekend te zijn met de verblijfplaats van de vreemdelingen. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat de staatssecretaris niet heeft meegewogen dat hij niet heeft voorkomen dat de vreemdelingen hun familie-, gezins- en privéleven in Nederland konden intensiveren.
5.5.    Voorts heeft de rechtbank onder verwijzing naar het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) van 3 oktober 2014, Jeunesse t. Nederland, ECLI:CE:ECHR:2014:1003JUD001273810, overwogen dat de door de staatssecretaris toegepaste beoordeling of voor de vreemdelingen onoverkomelijke of bijzondere obstakels bestaan om zich in Soedan te vestigen, niet volstaat en hij in de belangenafweging moet betrekken of te verwachten valt dat het hele gezin bij terugkeer in Soedan een 'degree of hardship' zal ondervinden. De rechtbank heeft aldus niet onderkend dat de staatssecretaris in aanmerking heeft genomen dat de ouders het grootste deel van hun leven in Soedan hebben gewoond en dat de jongste dochter en de zoon weliswaar weinig banden hebben met Soedan, maar dat zij samen met hun ouders zullen terugkeren. Gelet hierop en op de leeftijd van de jongste dochter en de zoon - ten tijde van de besluiten 21 onderscheidenlijk 19 jaar - heeft de staatssecretaris het niet ten onrechte mogelijk geacht dat zij zich met behulp van hun familieleden handhaven en daar een bestaan opbouwen.
    Overigens heeft de staatssecretaris met betrekking tot het door de vreemdelingen gestelde risico dat de jongste dochter bij terugkeer in Soedan zal worden besneden, terecht opgemerkt dat de door de vreemdelingen bij het EHRM ingediende klacht bij arrest van 7 juni 2016, R.B.A.B. t. Nederland, ECLI:CE:ECHR:2016:0607JUD000721106, is verworpen.
    Voorts heeft de rechtbank, door onder verwijzing naar de beslissing van het EHRM van 10 november 2005, Paramsothy t. Nederland, ECLI:CE:ECHR:2005:1110DEC001449203, te overwegen dat de bij de moeder vastgestelde medische klachten in haar voordeel moeten worden meegewogen, niet onderkend dat de vreemdelingen niet hebben gesteld noch aannemelijk gemaakt dat de moeder bij terugkeer in Soedan wegens die omstandigheden ernstig in het uitoefenen van haar privéleven zal worden beperkt als bedoeld in dat arrest.
5.6.    Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM in het nadeel van de vreemdelingen uitvalt.
    De grief slaagt.
6.    Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Over het beroep van de vreemdelingen tegen de besluiten overweegt de Afdeling dat zij, voor zover zij met het voren overwogene niet op de bij de rechtbank voorgedragen beroepsgronden heeft beslist, niet aan deze gronden toekomt. Over deze gronden heeft de rechtbank uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een oordeel gegeven, waartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Evenmin bestaat nauwe verwevenheid tussen het oordeel over deze gronden, dan wel onderdelen van voormelde besluiten waarop zij betrekking hebben, en hetgeen in hoger beroep aan de orde is gesteld. Deze beroepsgronden vallen thans dientengevolge buiten het geschil.
7.    Het beroep is ongegrond.
8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart het hoger beroep gegrond;
II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 24 augustus 2016 in zaken nrs. 15/16440, 15/23063, 15/23065, 15/23067 en 15/23069;
III.    verklaart de in die zaken ingestelde beroepen ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, mr. H. Troostwijk en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier.
w.g. Parkins-de Vin    w.g. De Groot
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2017
210.







******************************************************




Wellicht is mijn boekenblog ook interessant: Novel set in pre Taliban Afghanistan/i> More:  http://dutchysbookreviews.blogspot.nl/

, Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

VACATURE: Stichting Migratierecht Nederland zoekt een jurist

Het gaat om een vacature op het gebied van het REGULIERE vreemdelingenrecht.


 Meer informatie kunt u hier vinden: http://www.migratieweb.nl/banner/Vacature-jurist-SMN.pdf

******************************************************


Wellicht is mijn boekenblog ook interessant: Novel set in pre Taliban Afghanistan/i> More:  http://dutchysbookreviews.blogspot.nl/

, Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

VACATURE: Wetgevingsjurist, sector Staats- en bestuursrecht


Ministerie van Veiligheid en Justitie, Bestuursdepartement

Vacature­nummerBD17/DWJZ/170184
Stand­plaatsDen Haag
NiveauMaster/doctoraal
Dienst­verbandVaste aanstelling (eventueel met een proeftijd)
Functiegroep(Senior) Beleidsmedewerker
Uren per week36
Maand­salarisMax. € 5219 (bruto)
Plaatsingsdatum
Vacature loopt tot



Binnen de directie Wetgeving en Juridische Zaken is de sector Staats- en bestuursrecht verantwoordelijk voor de wetgeving op verschillende terreinen. Van het algemeen bestuursrecht en het vreemdelingenrecht tot de bescherming van persoonsgegevens en voor verschillende aspecten van de veiligheid. Jij werkt als wetgevingsjurist in een politieke en bestuurlijke omgeving aan het oplossen van maatschappelijke problemen.
Een wetgevingsjurist schrijft wetsvoorstellen, ontwerp-AMvB’s en toelichtingen daarop. Dat gebeurt in samenwerking met beleidscollega’s van het eigen ministerie, collega’s van andere ministeries en met vertegenwoordigers van andere organisaties binnen en buiten de Rijksoverheid, zoals de Rechtspraak, uitvoeringsinstanties en belangenorganisaties. Als wetgevingsjurist kun je ook worden ingezet bij de voorbereiding van internationale regelgeving (met name van de Europese Unie) en uit dien hoofde deelnemen aan onderhandelingen in Brussel.
Je adviseert de bewindspersonen en ondersteunt hen bij de verdediging van wetsvoorstellen in het parlement. Soms ondersteun je Tweede Kamerleden bij de voorbereiding en verdediging van initiatiefwetsvoorstellen. De resultaten van jouw werk hebben direct gevolgen voor burgers, bedrijven en de overheid en krijgen vaak aandacht in de media. Dat vraagt om gedegen juridische kennis, een scherp analytisch vermogen, creativiteit, een politiek gevoel en een goed oog voor gevolgen van wetgeving voor de praktijk.


  • Je hebt drie tot vijf jaar relevante werkervaring, bijvoorbeeld door bij de overheid te hebben gewerkt als wetgevingsjurist of in een andere juridische functie, of in de advocatuur, de universitaire wereld, bij de rechterlijke macht of het bedrijfsleven.
  • Je beschikt over goede kennis van een of meerdere rechtsgebieden die in de portefeuille van de sector Staats- en bestuursrecht vallen. Dat kan onder meer blijken uit juridische werkervaring op de betreffende terreinen of uit publicaties.
  • Je kunt worden ingezet op alle terreinen die onder de ‘Afdelingsomschrijving’ zijn genoemd.
  • Je bent bereid om binnen de andere sectoren van de directie Wetgeving en Juridische Zaken te werken: de sector Privaatrecht, de sector Straf- en sanctierecht of de sector Juridische zaken en Wetgevingsbeleid.
  • Je kunt je snel inwerken in nieuwe rechtsgebieden en hebt kennis van het wetgevingsproces.
  • Je bent in staat bijdragen te leveren aan beleidsvorming en hebt een heldere en overtuigende schrijfstijl.
  • Je kunt beleidsvoornemens vertalen naar regelgeving en juridische problemen helder uiteenzetten aan niet-juristen.
  • Je beschikt over vasthoudendheid en overtuigingskracht, en een goede beheersing van het Engels is een pre.

Salaris3511,- tot €5219,- bruto per maand
Dienstverband Vaste aanstelling (eventueel met een proeftijd)
Uren per week 36 tot 36 uur per week

Overige arbeidsvoorwaarden

Naast het salaris en vakantiegeld kun je rekenen op een eindejaarsuitkering, de zogeheten dertiende maand. De Rijksoverheid hecht sterk aan persoonlijke groei en loopbaanontwikkeling en biedt daarvoor tal van mogelijkheden. Tot de secundaire arbeidsvoorwaarden behoren onder meer maximaal 55% betaald ouderschapsverlof (onder voorwaarden), studiefaciliteiten, een extra verlofregeling voor ouderen en een vergoeding woon-werkverkeer. Bovendien kun je je arbeidsvoorwaardenpakket deels zelf samenstellen.

Bijzonderheden

Ben je in dienst van het rijk en heb je een aanwijzing als verplichte Van-Werk-Naar-Werk-kandidaat? Stuur dan een kopie van de aanwijzingsbrief mee.

https://www.werkenbijdeoverheid.nl/vacatures/wetgevingsjurist-sector-staats-en-bestuursrecht-JUSB-2017-0184?utm_source=Indeed&utm_medium=organic&utm_campaign=Indeed


******************************************************



Wellicht is mijn boekenblog ook interessant: Novel set in pre Taliban Afghanistan/i> More:  http://dutchysbookreviews.blogspot.nl/

, Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

Breaking up an international relationship; a true story from a family lawyer

Uiteen - Kantoor voor Familierecht en Erfrecht
Gepubliceerd op 7 sep. 2017
A true story from a family lawyer of Rose, her client who moved from the US to another country (The Netherlands) for her relationship. And then they break up. How can you prevent negative concequences when breaking up an interational relationship?









Wytzia Raspe
1 seconde geleden
And there is also the immigration law part of stories like this. You do not have to be married to apply for a residence permit with your boyfriend. Make sure you have one. Otherwise you are an illegal migrant. After 5 years you can apply for permanent residence and even the Dutch nationality. When the relationship then breaks apart you are not forced to return to your country of origin.

A Pyrrhic victory? The ECJ upholds the EU law on relocation of asylum-seekers


Professor Steve Peers
How should the EU deal with the perceived ‘migrant/refugee crisis’? It has done a number of things, but back in September 2015, when the numbers of arrivals were peaking, it did something truly remarkable – requiring Member States to relocate 160,000 asylum-seekers from the ‘frontline’ states of Italy and Greece, which were bearing most of the burden of new arrivals.
In fact, this took the form of two separate decisions, as I discussed in detail at the time. The first decision was relatively uncontroversial, since it concerned only 40,000 people and Member States had agreed to admit them by consensus. But the second decision, concerning the other 120,000 people, was adopted against the objection of several Member States and set out mandatory quotas for admission. This led to legal action by Slovakia and Hungary to challenge this decision before the ECJ (see discussion of the Slovak challenge here).
This week, the ECJ ruled against this legal challenge, following soon after the opinion of its Advocate-General, who took the same view. As we shall see, this case brings into sharp relief the conflict between effectiveness and legitimacy in EU law – and indeed between effectiveness as a legal principle and practical effect on the ground...................................

MORE:  http://eulawanalysis.blogspot.nl/2017/09/a-pyrrhic-victory-ecj-upholds-eu-law-on.html?m=1





******************************************************


Wellicht is mijn boekenblog ook interessant: Novel set in pre Taliban Afghanistan/i> More:  http://dutchysbookreviews.blogspot.nl/

, Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

"The concept of vulnerability in European asylum procedures" - AIDA rapport

58 pagina's .PDF

http://www.asylumineurope.org/sites/default/files/shadow-reports/aida_vulnerability_in_asylum_procedures.pdf




******************************************************


Wellicht is mijn boekenblog ook interessant: Novel set in pre Taliban Afghanistan/i> More:  http://dutchysbookreviews.blogspot.nl/

, Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

Wil je in aanmerking komen voor de vredesprijs van de Stichting VredesWetenschappen?


Heb je een afstudeeronderzoek gedaan voor een bachelor of master HBO opleiding? Heb je als resultaat van dit onderzoek een scriptie, essay of een  technisch ontwerp, theatervoorstelling, film, muziekstuk of documentaire of een ander beroepsproduct ontworpen? Wil je in aanmerking komen voor de vredesprijs van de Stichting VredesWetenschappen? Denk je dat je werk voldoet aan de vereiste inhoudelijke criteria?
Stuur dan uiterlijk 3 oktober 2017 een samenvatting in.
Op deze zelfde pagina kun je, als je hiertoe wordt uitgenodigd op grond van de eerste beoordelingsronde, je volledige werk opladen.

Hier gevonden: http://hbopeaceinpracticeresearchaward.nl/oproep-voor-inzendingen/



******************************************************


 Wellicht is mijn boekenblog ook interessant: Novel set in pre Taliban Afghanistan/i> More:  http://dutchysbookreviews.blogspot.nl/

, Interessant artikel? Deel het eens met uw netwerk en help mee met het verspreiden van de bekendheid van dit blog. Er staan wellicht nog meer artikelen op dit weblog die u zullen boeien. Kijk gerust eens rond. Zelf graag wat willen plaatsen? Mail dan webmaster@vreemdelingenrecht.com In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context. Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

Recente berichten


en meer

Vreemdelingenrecht.com blog Headline Animator

Lekker gemakkelijk: Neem een e-mail abonnement op deze blog

Leuk dat u vandaag deze weblog leest! Wist u dat u zich kan aanmelden voor een e-mail abonnement? Wanneer ik dan nieuwe berichten plaats krijgt u hooguit eens per dag een mailtje met een overzicht van de nieuwe berichten. Die berichten kunnen gaan over wat er in de krant staat over asielzoekers, migranten of politieke strubbelingen over het vreemdelingenbeleid, maar het kunnen ook interessante uitspraken van de rechtbank of de Raad van State betreffen of nieuw beleid van meneer Teeven. Een abonnement kost u niets. Het enige wat u hoeft te doen is op onderstaande link te klikken en later er om te denken dat u uw wens bevestigt (u krijgt hiervoor een engelstalig mailtje van feedburner dus let op uw spamfilter!!!!)

Subscribe to Vreemdelingenrecht.com blog by Email

Vreemdelingenrecht.com blog Headline Animator