17 januari 2026

Uitspraak: Egyptenaar frustreert uitzetting maar advocaat stelt dat uitzetting naar Egypte niet kan

 

4. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Egypte ontbreekt. Op 4 december 2025 is een LP3 aangevraagd. Hierop is nog niet gereageerd door de Egyptische autoriteiten. Om die reden kan worden vastgesteld dat de Egyptische autoriteiten geen enkele intentie hebben om mee te werken aan eisers uitzetting, zoals dat in een eerdere procedure ook het geval was.

5. De rechtbank is van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ten aanzien van Egypte in het algemeen, of in het bijzonder van eiser, is komen te ontbreken. Uit het voortgangsrapport blijkt dat op 4 december 2025 een LP-aanvraag is ingediend, waarna op 17 december 2025 is gerappelleerd bij de Egyptische autoriteiten. Verder rust op eiser de verplichting om voldoende medewerking te verlenen aan zijn terugkeer. Uit het verslag van het vertrekgesprek van 5 januari 2026 blijkt dat eiser meermaals heeft aangegeven niet terug te willen naar Egypte en hieraan ook niet mee te willen werken. Zo wil hij zijn paspoort bij een vriend van hem in Spanje niet opvragen, zodat hij hiermee de voortgang van zijn uitzetting frustreert. De duur van de LP-aanvraag, en daarmee de huidige duur van zijn bewaring is dan ook volledig aan hem toe te rekenen.

6. Verder leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

 

Rechtbank Den Haag zp Middelburg
16-01-2026
16-01-2026
NL26.233

 

Geen opmerkingen:

Aanbevolen post

Wytzia Raspe over vluchtelingen, AZC’s, cruiseschepen en mensensmokkelaars

Mr. van de week is Wytzia Raspe. Zij is 25 jaar jurist vreemdelingenrecht in allerlei verschillende rollen. Sinds 2005 schrijft en blogt z...